Vier keer Surinaams

1 Populairste Surinaamse liedje is ‘Lobi joe’ (ik hou van jou) van Filla en Tisha Abel; het liedje is urban en klinkt internationaal. Het is een Surinaamse beat (Suripop) die volgens een bekende Surinaamse radio-dj makkelijk in een discotheek in New York gedraaid zou kunnen worden. Populair is ook reggaezanger Itaves, wiens vaak religieus getinte songs het goed doen in een land met vele godsdiensten.

2 Beste cabaretier: Wesje. Populair door de manier waarop hij de dagelijkse beslommeringen op een ludieke manier voor vriend en vijand verteerbaar maakt. Als beste cabaretiergroep geldt in Suriname ‘Eén en één is drie’. De groep maakt cabaret over maatschappelijke problemen binnen alle lagen van de multiculturele samenleving. Suriname kende al ‘cabaret’ in de slaventijd, toen slaven spottende liedjes over hun meesters maakten.

3 Een van de meest toonaangevende beeldend kunstenaars is Marcel Pinas (1971), die van marronafkomst is. Hij maakt niet alleen schilderijen, met vaak marronmotieven, maar ook installaties, waardoor hij in de Surinaamse beeldende kunst een voortrekkersrol vervult. Zijn werk was ook in Nederland (o.a. Gemeentemuseum Den Haag en Tropenmuseum Amsterdam) te zien. Als grootste beeldend kunstenaar (schilder/beeldhouwer) van Suriname geldt nog altijd Erwin de Vries (1929), die in Nederland onder meer het Slavernijmonument maakte.

4 Meest verkochte Surinaamse schrijfster is nog steeds Cynthia Mc Leod met haar historische roman Hoe duur was de suiker. Het boek spreekt Surinamers aan, ze kunnen teruggaan naar ‘waar het begon’. Studenten Nederlands houden het volgens een docente liever bij de romantrilogie van Astrid Roemer, uit de jaren negentig van de vorige eeuw. De veelgeprezen romans (Was getekend, Lijken op liefde, en Gewaagd leven) gaan in op de schokkende periode na de coup van 1980, waaronder de decembermoorden van 1982.

Hans Buddingh’

De rubriek ‘De Lijst’ geeft kunstuitingen bij het nieuws. Aanleiding voor de lijst van vandaag: het verhaal over Suriname, op pagina 4 en 5.