Studenten, lees eerst die collegestof eens

Studenten worden niet graag op hun eigen rol in het onderwijs aangesproken.

Niet zelden zitten ze half dronken in de collegezaal, maar ze klagen wel.

Collegezalen puilen uit, de tijd van docenten wordt alsmaar schaarser, de mogelijkheden voor studenten om uitdagend onderwijs te volgen zijn dun gezaaid.

De kwaliteit en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs zijn natuurlijk sterk afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. Het is evident dat de overheid en het bedrijfsleven hier zorg voor moeten dragen, want zij profiteren direct van de kwaliteit van de universitaire opleidingen als afnemer van arbeid en kennis.

Daarnaast is de universiteit onmisbaar voor de maatschappij als geheel, als vormer van geëngageerde en verantwoordelijke burgers. Zonder morele bespiegelingen op ons handelen kunnen korte termijndoelstellingen de integriteit als norm verdrijven. De economische crisis heeft dit nog eens op pijnlijke wijze laten zien. Laat overheid en bedrijven dan ook meer investeren in het onderwijs.

Wie zo redeneert, heeft gelijk, maar schetst wel een eenzijdig beeld. Want naast de overheid en het bedrijfsleven hebben óók de studenten een eigen verantwoordelijkheid. Het valt me op dat de vraag om zich op die verantwoordelijkheid te bezinnen, binnen studentenkringen echter vaak snel en handig wordt omzeild: laat de politiek en de universiteitsbestuurders maar meer hun best doen!

De reactie van studenten op kortingen op de studiefinanciering vind ik niet vreemd: we vormen een financieel kwetsbare groep en niemand betaalt graag meer om te studeren. Maar juist omwille van de kwaliteit van het hoger onderwijs, is het nodig om de blik naar binnen te richten – op onszelf.

We willen allemaal uitdagend onderwijs, maar dit is niet uitsluitend de taak van universiteit of docent. Sterker nog: zonder de ambitieuze student is dat niet eens mogelijk. Onderwijs kan pas uitdagen wanneer wij onze docenten uitdagen. Dus wanneer we ons voorbereiden op colleges en ons vervolgens actief inzetten. Verbazend vind ik het dat we het onszelf regelmatig toestaan half dronken van de nacht daarvoor in de collegezaal te zitten, soms zonder de studiestof zelfs maar te hebben aangeraakt.

In tegenstelling tot wat ik aanvankelijk dacht, bedragen de kosten die de universiteit jaarlijks voor mij maakt een veelvoud van wat ik, in de vorm van collegegeld, betaal. Dit is niet per se een probleem, maar ik moet me wel bewust zijn van het voorrecht van het studeren. Dat voorrecht brengt de morele verplichting met zich mee om mezelf vragen te stellen als: hoe ziet het ideale hoger onderwijs eruit? Wat is er voor dergelijk onderwijs nodig? Wat heb ik ervoor over én wat moet ik daarvoor doen?

De Universiteit Utrecht zet zich in voor uitdagend onderwijs. Andere universiteiten kijken jaloers toe; de verschillende ‘colleges’ voor geselecteerde studenten (zoals het University College en het Utrecht Law College) zijn een bron van inspiratie voor andere universiteiten.

Wat mij dan ook altijd heeft verbaasd, is de weerstand bij studenten die deze initiatieven oproepen. Al tijdens mijn eerste jaar bij het Utrecht Law College, bleek dat veel rechtenstudenten weinig goeds over hadden voor mogelijkheid die mij door de universiteit geboden werd. Want: waarom zou een selecte groep het verdienen om deze mogelijkheden te krijgen?

De vraag zou juist moeten zijn: waarom zouden we onszelf en toekomstige studenten deze mogelijkheid willen ontzeggen?

Vanuit het oogpunt van kwaliteit is ook de (door studenten veel bekritiseerde) maatregel van de ‘harde knip’ een stuk begrijpelijker. De ‘harde knip’ betekent feitelijk niets meer dan dat ik eerst mijn bachelordiploma moet hebben gehaald, voordat ik een masteropleiding mag volgen. De slechte aansluiting op het masterprogramma door niet-afgeronde bachelorvakken zorgt vaak voor kostbare studievertraging. Het niet handhaven van deze scheiding leidt in de praktijk vaak tot grote (financiële) opgaven voor universiteiten.

Het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs is niet uitsluitend een gunst die we aan de samenleving verlenen. Het felbegeerde diploma biedt ons ook de fundamentele kans om zelf maatschappelijke, sociale en professionele vooruitgang te maken. Het hoger onderwijs is van iedereen, ook van de student. Daarom moeten we verder durven kijken dan onze eigen neus lang is en ons zélf inzetten voor beter hoger onderwijs.

Merlin Majoor is student wijsbegeerte en rechten aan de Universiteit Utrecht