Column

Onder vier oren…

Dus Dirk gaat deze winter naar de voedselbank! Of heeft hij, zoals zijn plaaggeest Pieter Lakeman opperde, nog ergens een kleine 45 miljoen? Zoveel zal het niet zijn, maar ik denk dat er in een oude geitenwollen sok nog wel wat zit.

Zie Dirk voorlopig geen krantenlopen in Spanbroek. En met een daklozenkrant bij de Appie Happie in Medemblik? Zal ook nog wel even duren.

Hoewel het natuurlijk wel romantisch zou zijn. Je bent een weekendje naar Parijs, slentert daar door een van de lange warme metrogangen en opeens zie je hem zitten op de grond, verdrietig hangend tegen een muur vol graffiti: een sterk vermagerde Dirk met gebogen hoofd en opgeheven hand. Je herkent hem eigenlijk alleen aan zijn zachte, verlegen blik. Geen Fransman zal je geloven als je de geschiedenis van deze zwijgende zwerver vertelt.

Las veel boze reacties op het door de ABN-Amro leeghalen van Dirk zijn museum. Dat was een schande. Ik heb er niet zo heel veel verstand van, maar hoe deden de medewerkers van Dirk dat als iemand niet meer aan zijn financiële verplichtingen voldeed? Dan kwam er toch ook een vrachtwagentje om de inboedel in te laden? Moeders moesten toch huilend toezien wat grote mannen namens Dirk kwamen halen? Of mocht je, als je door een van de woekerproducten van DSB failliet was gegaan, een tijdje bij Dirk in de stolpboerderij wonen en kreeg je elke dag een warme maaltijd en een schoon bed van mevrouw Scheringa?

Hoeveel mensen zijn ooit alles aan hem kwijtgeraakt? Daarbij gaat het in dit geval om kunst. Schilderijtjes! Niet bepaald de eerste levensbehoefte van de hongerige mens. De kunstwerkjes staan voorlopig in een bezemkast bij ome Gerrit Zalm. Ik zag in het Journaal mensen wanhopig boze teksten op de lege museummuren krabbelen en dacht allen maar: doe maar rustig. Niet zo emotioneel. Het was de uit de hand gelopen hobby van een megalomane politieagent.

Zag ook een zingend AZ-stadion. De aanhang bedankte Dirk voor de jarenlange steun. Ik denk dat een paar supporters, die mede door een wurglening hun seizoenkaart nog amper kunnen dokken, stil gezwegen hebben.

Wat leven we toch in een wondere wereld, dacht ik toen ik het personeel van de Wognumse woekeraar op het faillissement zag reageren. Niemand die excuses aanbood omdat ze de klanten jaren genaaid hadden. Terwijl de meeste werknemers toch echt wel wisten hoe rot de vork in de steel zat. Ik hoorde vooral: de andere banken deden het ook! Dat lijkt me inderdaad een mooie reden om te frauderen.

Ik begrijp dat Dirk een boek gaat schrijven. Zal ongetwijfeld een heroïsch werkje worden. Misschien is het een idee om Louis van Gaal als ghostwriter te vragen. Louis heeft nogal een bescheiden pen en is zeer karig met het woordje ik.

En Dirk gaat in het lezingencircuit. Uurtje babbelen voor de Ondernemerskring Dokkum of de Ronde Tafel van Oosterhout. Vrees dat zijn gehoor zal kwijlen van bewondering. Als je op zo’n hoog niveau gefraudeerd hebt dan dwing je bij dat soort bange burgermannetjes respect af. Datzelfde volk tackelt een winkeldief bij de C1000 om hem met veel bombarie aan de politie te overhandigen. Wat zal zo’n lezing kosten? Zal ik hem kunnen betalen?

Wat mijn plan is? Ik boek Dirk een middag en zit als enige in het zaaltje. Zonder journaille, zonder camera’s en zonder Lakeman. Gewoon twee mannen die met elkaar onder vier oren praten. En wat ik dan wil weten? Alles. Hoe zoiets gaat in het leven van een ooit doodnormale Wognumse jongen. Wanneer hij zijn normale mensengrenzen ging verleggen? Waarom hij op het eind alleen nog maar domme jaknikkers om zich heen had? Wie zag hij de laatste jaren als hij voor de spiegel stond? Op welk moment dacht hij: ik vraag die draaikonterige Robin Linschoten? Werd hij door zijn kinderen nog wel eens gezond uitgelachen? Dat soort vragen. Volgens mij wordt dat een heel gezellig uurtje. Voor mij zeker en voor Dirk helemaal.