Onder leiding van Gerdi varen de korjalen naar Danpaati

Met een hoge politieke delegatie naar Suriname, dat was sinds 1975 niet gebeurd.

De relatie met Nederland ligt nog steeds erg gevoelig. „We zijn vaak te emotioneel.”

Zaterdag

De Ray-Bans gaan meteen op. De zon is fel, het is klam, meer dan 35 graden. Zes fractievoorzitters en Kamervoorzitter Gerdi Verbeet lopen in Surinaams tempo naar de terminal van de Johan Adolf Pengel International Airport. Surinaamse ambtenaren begeleiden de delegatie naar de viproom, met smoezelig tapijt en afgebladderde muren. Negen journalisten zijn meegereisd. Na een minuut of vijf is Femke Halsema zoek. Ze blijkt een sigaret te roken, ergens buiten, met een RTL-verslaggever.

Eenmaal in het hotel, het fraaie Royal Torarica pal aan de Surinamerivier in Paramaribo, is het zwembad snel gevonden. Want de week begint, na de reis, met een paar vrije uurtjes. Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) is al in het hotel. PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer laat zich niet zien. Ze is moe, wordt er gemompeld. Ze heeft zware weken achter de rug, met kritiek op haar functioneren als fractieleider en met onderhandelingen over de toekomst van de AOW.

Zondag

Het is voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1975 dat er zo’n hoge politieke delegatie naar Suriname is gekomen. Van de grote partijen hebben alleen Agnes Kant (SP) en Geert Wilders (PVV) afgezegd. Die laatste gebruikt de reis om zich weer eens tegen de rest af te zetten. „Ga nooit mee met ordinaire snoepreisjes.” Deze ochtend lijkt Wilders even gelijk te krijgen, want er wordt weer gezwommen en op het terras cappuccino gedronken. Femke Halsema probeert even de documentatie door te lezen, maar dat lukt maar half. De meegereisde journalisten willen de banden aanhalen, zoals dat heet. Ze ergerde zich aan de kritiek op de reis. „Alsof wij niet naar het buitenland mogen in deze crisistijd. Dat vind ik wat benepen. Eerder zou je kritiek kunnen geven dat Nederland zo lang gewacht heeft met officieel politiek bezoek aan Suriname.”

Dan gaat het echt beginnen. Met drie bootjes wordt de club over de rivier de Commewijne naar de voormalige koffieplantage Frederieksdorp gevaren. De koloniale gebouwen op hoge palen zijn mooi gerestaureerd en doen nu dienst als hotel. Dat hier ooit slaven in mensonterende omstandigheden leefden dringt pas na verloop van tijd door.

In het hotel gaat het al snel niet meer over Suriname. De journalisten zijn meer geïnteresseerd in binnenlandse onderwerpen. Maar anders dan de vorige keer op de Antillen, toen de coalitiepartijen fiks ruzieden over het ontslagrecht, spelen er nu geen spannende onderwerpen. De AOW-kwestie is vorige week binnen de coalitie opgelost. De analyse van iedereen is wel dat het in het voorjaar buigen of barsten wordt voor dit kabinet, als met name CDA en PvdA het eens willen worden over forse bezuinigingen voor de lange termijn.

Maandag

Vandaag is het echt snoepreisje-af. Een reeks ontmoetingen met de Surinaamse politiek staat op het programma. Het begint met een wat unheimisch ontvangst bij de voorzitter van de Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement. De voorzitter is namelijk Paul Somohardjo, ooit veroordeeld voor een zedenmisdrijf en in 1984 nog betrokken bij een vechtpartij in een praatprogramma van Karel van der Graaf.

Tijdens de gesprekken blijkt bij Surinamers nog veel ergernis en frustratie over de rol van de Nederland in de afgelopen decennia te zijn. In de loop van de ochtend wordt de sfeer iets beter, vertelt Mariëtte Hamer. Dat kwam met name door de jonge politici, zoals Mangel Mansaram van de partij VHP. „Surinaamse politici zijn vaak veel te emotioneel over Nederland. Het gevoel dat Suriname in de steek is gelaten is nog heel sterk”, vertelt ze later. Zij wil een veel zakelijker relatie met Nederland.

Een bizar en rommelig bezoek aan president Ronald Venetiaan volgt. Venetiaan weet niet precies wie wat moet doen. Hij zegt dat hij tot zes uur de tijd heeft. Maar de Nederlandse delegatie vat dat op als plagerij, want hij heeft maandenlang geweigerd de politici te ontmoeten.

Na afloop is Venetiaan tegenover journalisten kritisch en hard over Nederland. Dan maakt hij een intrigerende opmerking. De Nederlandse pers, zegt Venetiaan, moet nog maar eens goed uitzoeken wat de Nederlandse rol is geweest bij de staatsgreep van Bouterse. Hij doelt specifiek op de rol van de toenmalig militair attaché van Nederland in Suriname. Het is een mantra van Venetiaan; critici zeggen dat hij daarmee de aandacht afleidt van het gebrekkige en corrupte regime van vlak voor de staatsgreep, dat onder leiding stond van zijn partij.

Als de journalisten doorvragen, maakt Kamervoorzitter Gerdi Verbeet subiet een einde aan de ontmoeting. „U bent een diplomaat”, zegt Venetiaan. Eén van de journalisten haalt boos uit naar Verbeet, omdat zij een nieuwswaardig gesprek afbrak.

Tegen schemering gaat de ploeg naar Fort Zeelandia, het fort waar slaven werden vastgehouden en waar in december 1982 15 tegenstanders van Desi Bouterse werden geëxecuteerd. Bij een muur waar kogelgaten te zien zijn, vertelt de man die de delegatie rondleidt aanvankelijk niets over de executie. Tot Femke Halsema vraagt: „Hier is het toch gebeurd?” De kogelgaten zijn goed te zien. De rondleider vertelt dan wel details over de moorden. Maar als hem aan het eind wordt gevraagd waarom er in het bijbehorende museum geen aandacht is voor de Decembermoorden, reageert hij geïrriteerd. „Acht december is nog niet afgrond. Het proces moet klaarheid brengen”, roept hij. Hij doelt op de nu lopende rechtszaak tegen Desi Bouterse en andere verdachten. „Daarna kunnen we de nabestaanden het een plaats geven.”

Het is een dag die voor beroering zorgt, die de politici en de journalisten doet beseffen hoe belast en moeizaam de verhouding met Suriname nog is. ’s Avonds eten de fractievoorzitters met elkaar, zonder ambtenaren en journalisten. Ze praten over Suriname, maar de hoofdmoot is toch de Nederlandse politiek.

Dinsdag

De Ware Tijd, de belangrijkste Surinaamse krant, gaat die ochtend meteen van hand tot hand. Omdat Nederlandse journalisten prominent op de foto staan met Venetiaan – leuk voor het plakboek. Maar vooral vanwege het commentaar: „Bij sommige Nederlandse politici in het algemeen staat huichelachtigheid model.”

Bezoeken aan ziekenhuis, een jeugdgevangenis, een waterproject, de universiteit verlopen in een betere sfeer. Bij een politiepost vertelt een Surinaamse politiechef dat Nederland niet goed meewerkt aan de uitlevering van verdachten.

Woensdag

Vandaag de binnenlanden in. Met twee vliegtuigjes. Op het kleine vliegveld Zorg en Hoop kijkt de groep enigszins bevreesd naar de veiligheidsinstructies op een groot televisiescherm. „Er zijn maar drie parachutes, alleen voor de coalitie”, zegt Mariëtte Hamer. Boven het gelach uit roept Halsema: „En nog een voor Alexander. Die moet premier worden.”

Alexander Pechtold wordt voortdurend ‘de premier’ genoemd. Dat komt niet alleen door de hoge peilingen, ook door de manier waarop hij zich bij de bezoeken opstelt. Hij zondert zich vaak even af, loopt bijvoorbeeld even naar een groep kinderen, zodat er een mooie foto te maken is. En deze ochtend heeft iedereen gelezen dat hij juist tegen het ANP heeft gezegd dat als D66 de grootste partij wordt hij in de Tweede Kamer blijft. Hoewel hij dat al eerder heeft gezegd, gaat hij over de tong¸ vooral omdat hij überhaupt op de vraag is ingegaan. De grappen beginnen Pechtold op een gegeven moment licht te ergeren. Hij heeft gewoon antwoord gegeven op een vraag.

Na de vlucht over eindeloze stukken oerwoud gaat de tocht over water in snelle korjalen – ranke snelle boten met buitenboordmotoren – van het plaatsje Botopassi naar Danpaati. Op dit eilandje in de Boven-Suriname Rivier staat een Nederlandse lodge voor toeristen. Het is opgezet met steun van zorgverzekeraar Menzis, en wordt ook gesponsord door Woonzorg Nederland. Met het geld dat hiermee wordt verdiend, wordt thuiszorg in 12 omliggende dorpen van de stam van Saramaccaners bekostigd en er zijn drie crèches opgezet. De lodge levert nog niet genoeg op. Menzis en Woonzorg leggen allebei 40.000 euro per jaar bij.

In het dorp Malobi zingen kinderen liedjes voor de fractievoorzitters, onder meer Vader Jacob. Mark Rutte roept dan dat er in canon gezongen moet worden. Dat proberen de begeleidsters. Hamer, Van Geel en Slob zingen mee, maar de zware stem van Rutte overstemt het geheel.

Na de bezoeken zijn er nog wel wat vragen. Moeten een zorgverzekeraar en een woningcorporatie wel een toeristisch oord opzetten? Menzis-directeur Roger van Boxtel, oud-minister van D66 en nu de gastheer, vindt dat in dit bijzondere geval wel, omdat er zorg mee bekostigd wordt en de Surinaamse overheid zelf niet veel doet.

De avond eindigt met dans en zang van lokale vrouwen. Als de delegatie wordt uitgenodigd mee te dansen gaan Verbeet en Thieme heupwiegend de vloer op. Een paar minuten later volgen Van Geel en Slob.

Donderdag

Met de vliegtuigjes gaat het nu naar een goudmijn. Suriname heeft een grote concessie uitgegeven aan een Canadees bedrijf. Maar daar is kritiek op. De Surinaamse overheid zou te weinig profiteren en het milieu zou ernstig te lijden hebben. Een Canadese manager rekent voor dat Suriname en zijn bedrijf allebei voor de helft profiteren van de mijn. Marianne Thieme roert zich dan. Waarom wordt er geen gevolg gegeven aan de afspraken om land aan de lokale bevolking terug te geven?

Dan weer hop de vliegtuigen in. Terug naar Paramaribo. Hamer vond het bezoek nuttig. Ze was verrast door de grote politieke tegenstellingen in Suriname, en het feit dat de relatie met Nederland nog zo gevoelig ligt. „Al geldt dat wel veel minder voor jonge politici.” Halsema noemt het „een verwarrende reis”. Er gebeuren goede dingen in het land, stelde ze vast. Maar de politiek is nog meer verdeeld dan in Nederland. Op deze reis lijkt er wel een liberaal bondgenootschap mogelijk tussen de oppositie (Pechtold, Rutte, Halsema) en wordt bevestigd dat Hamer, Van Geel en Slob beter met elkaar overweg kunnen dan andere politici uit hun partijen. De fractieleiders die mee waren, liggen elkaar wel. In een tijd dat Nederland een bijna net zo onoverzichtelijk politiek landschap krijgt als Suriname is dat een belangrijke vaststelling. Halsema: „Er is bij ons bereidheid om samen te werken en ons land bestuurbaar te houden.”