Mogelijk schrijf ik nooit meer een verhaal

De uitgebeende taal van Raymond Carver was soms het resultaat van het schrappen door diens redacteur.

Wie was de schepper van dit oeuvre?

Raymond Carver: Collected Stories The Library of America,1.020 blz. € 33,50 Raymond Carver: Beginners Jonathan Cape Ltd., 224 blz. € 21,99

In welke mate kan en mag een redacteur ingrijpen in het werk van een auteur? Deze vraag is onlosmakelijk verbonden met het werk van dichter en schrijver Raymond Carver.

Carver (1938-1988) bracht in rauwe, compacte verhalen het leven in kaart van de Amerikaanse onderklasse, in een stijl die omschreven werd als dirty realism. Hij was ‘verslaafd aan de korte vorm’ en ‘geneigd tot het beknopte, het intense’. Dankzij zijn tweede bundel, What We Talk About When We Talk About Love (1981), werd hij onthaald als de meester van de uitgebeende taal. Waar anderen vijftien woorden nodig hadden, gebruikte Carver er vijf. Zijn verhalen zijn nu door de Library of America samengebracht in Collected Stories, een monument voor een belangwekkend oeuvre, dat tegelijk een discussie heropent die Carvers literaire nalatenschap ernstig heeft besmeurd. Want wie was de ware schepper van dit oeuvre? Carver of zijn redacteur Gordon Lish, de literaire Edward Scissorhands die teksten kortwiekte, titels veranderde, slotscènes herschreef en de toonzetting aanscherpte?

Aan talent en taalgevoel ontbrak het Carver niet. Zoveel kun je opmaken uit het in Collected Stories opgenomen oermanuscript van What We Talk About When We Talk About Love, het binnenkort ook los verkrijgbare Beginners. Bovendien verzette Carver zich fel tegen de ingrepen, wat de kwestie moreel een extra lading geeft.

Van Beginners had Lish gerust af kunnen blijven. Hij meende in de relatieve omhaal van woorden echter een feller kloppend hart te herkennen. Dankzij Collected Stories zijn we in de positie vergelijkend warenonderzoek te kunnen doen. Wie had er gelijk? De verbolgen auteur of de daadkrachtige bewerker?

‘Tell The Women We’re Going’ is één van Carvers sterkste verhalen. Twee boezemvrienden, Jerry en Bill, zijn na hun tienertijd uit elkaar gegroeid. Vooral Jerry – jong getrouwd, vier kinderen – lijkt zich gekneveld te voelen door het gezinsleven. Tijdens een barbecuemiddag knijpen de twee er als vanouds tussenuit. Rondrijdend zien ze twee meiden fietsen. Jerry besluit met ze aan te pappen.

Lish verwijderde 55 procent van de tekst, waaronder veel beschrijvingen, duidingen van emoties en dialogen. Bovendien schrapte hij in zijn geheel de laatste vijf pagina’s. Het effect is verbluffend. De dreiging die uit Jerry spreekt, is veel krachtiger nu zijn onvrede niet gevocaliseerd wordt, maar doorschemert in handelingen – het pletten van een blikje, de stuurse blik wanneer hem iets gevraagd wordt. De duisternis heeft zich in de kieren van de tekst teruggetrokken, om ons van daaruit te bespringen.

De ontknoping – verkrachting en moord – zie je in het origineel van verre aankomen, waarna het ook nog uitgesponnen wordt. Lish bracht het terug tot een slot dat aankomt als een voorhamer: ‘Bill had just wanted to fuck. Or even to see them naked. On the other hand, it was okay with him if it didn’t work out. He never knew what Jerry wanted. But it started and ended with a rock. Jerry used the same rock on both girls, first on the girl called Sharon and then on the one that was supposed to be Bill’s.’

Veel minder goed pakten Lish’ ingrepen uit in ‘Where Is Everyone?’, een semiautobiografische schets van het gedesintegreerde gezin van een alcoholist. Lish verwijderde liefst 78 procent van de tekst, veranderde de titel in ‘Mr Coffee en Mr Fixit’ en herschreef het slot zo dat de betekenis niet Carvers bedoeling weergaf. Het was deze bewerking die Carver het meest overstuur maakte. De rijkdom van de karakters sneuvelde, zo ook de troost die de verteller vindt in het huis van zijn moeder.

Carver, zo mag worden geconcludeerd, was stilistisch meer een Cheever dan een Carver. Een elegantere auteur, die niet vies was van een gedetailleerde beschrijving. John Cheever had weliswaar de middenklasse als onderwerp, maar was net als Carver gevormd door het lezen van Tsjechov. Die verwantschap onderstreepte Carver met het latere, niet door Lish geredigeerde verhaal ‘The Train’, dat aan Cheever is opgedragen’.

Met de gevulde Carver van Beginners is weinig mis, al oogt hij soms wat log naast de afgetrainde Carver die Lish tevoorschijn beitelde. Zelf kwam Carver zijn laatste jaren tot de conclusie dat sommige verhalen baat hadden gehad bij Lish’ ingrepen, terwijl andere er onder hadden geleden. Voor het overzicht Where I’m Calling From (1988) selecteerde hij zowel ingekorte als oorspronkelijke versies van zijn beste verhalen. Toch is de kwaliteitsvraag niet de doorslaggevende. Sterker, na het lezen van de wanhopige smeekbede die Carver aan Lish zond, lijkt ze zelfs irrelevant.

De verhouding tussen Carver en Lish was een merkwaardige. Lish leerde Carver kennen in de jaren zeventig, toen de schrijver zichzelf praktisch dooddronk en Lish zich als fictieredacteur van het blad Esquire voor hem bleef inzetten. Toen Lish vervolgens redacteur werd bij uitgeverij Knopf, nam hij Carver mee.

De schrijver, inmiddels van de drank af, had dus nogal wat aan Lish te danken. Dat compliceerde de situatie. Zijn paniek over de ingekorte versie van ‘What We Talk About’ was groot – hoe legde hij het uit aan literaire vrienden die het oorspronkelijke manuscript hadden gezien? Bovendien, liet hij Lish weten, ‘schrijf ik, als het boek in deze vorm gepubliceerd wordt, mogelijk nooit meer een verhaal. Dat is hoe nauw, God verhoede, sommige van deze verhalen verbonden zijn met mijn hervonden gezondheid, zowel fysiek als mentaal’. Hij vroeg Lish alles in het werk te stellen publicatie tegen te houden. Lish deed niets. Het boek ging naar de drukker en Carver werd gekroond tot de koning van de kale taal.

Moreel is Lish een grens overgegaan. De auteur mag nooit in de positie komen iets te moeten verdedigen waar hij niet achter staat. Of erger nog, dat hij wordt opgezadeld met het label van prefabfiguur. Juist daarom heeft de dichteres Tess Gallagher, Carvers tweede vrouw en weduwe, gestreden om Beginners gepubliceerd te krijgen. Zoals ze The New York Times vertelde: ‘Ik kijk vooruit naar de dag dat niet langer lezers naar me toe komen om te vragen of Gordon Lish alle verhalen van Raymond Carver heeft geschreven.’ Lish, een man met hart voor de literatuur én een uit de hand gelopen ego, heeft zich door de kracht van zijn eigen visie laten verblinden. De grote kunst die hij hielp maken, heeft zo een wrange bijsmaak gekregen.

Raymond Carver: Collected Stories The Library of America,1.020 blz. € 33,50

Raymond Carver: Beginners Jonathan Cape Ltd., 224 blz. € 21,99

Bekijk de site van Carver op www.carversite.com