Liberalisme

In de bespreking van Gray`s laatste boek Gray`s Autonomy door Ger Groot (Boeken, 25-09-09) roept het onderscheid tussen tussen twee soorten liberalisme vragen op. Groot plaatst het `fundamentalistische liberalisme` tegenover het `sceptische liberalisme`.

Meer voor de hand liggend lijkt het mij om te verwijzen naar het onderscheid tussen een negatief en een positief vrijheidsbegrip. Het negatieve vrijheidsbegrip behelst de vrijheid om gevrijwaard te worden van interventies door derden. Dit negatieve vrijheidsbegrip is gekoppeld aan het primaat van de vrije markt. Het positieve vrijheidsbegrip verwijst naar de vrijheid om controle uit te oefenen op de politieke autoriteit. Vrijheid berust hierbij op de bescherming door de wet tegen pogingen tot overheersing door anderen. Het liberalisme dat (mede) op het positieve vrijheidsbegrip is gestoeld, wordt door sommige filosofen ook wel het republicanisme genoemd. Onder het sceptisch liberalisme sluiten het negatieve en het positieve vrijheidsbegrip elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Onder het fundamentalistisch liberalisme wordt alleen het negatieve vrijheidsbegrip omhelsd. Dit onderscheid verklaart waarom onder het sceptisch liberalisme in tegenstelling tot het fundamentalistisch liberalisme de vrije markt niet zaligmakend is.