Kijken naar Robin

Zo te staan als hij daar stond, wie zou dat niet willen? Na een paar seconden ging je Robin van Persie ervan verdenken dat hij het zelf wist. Zo staat ie goed, moet hij gedacht hebben, even vasthouden nu. Een vrije trap op een meter of twintig van het doel vereist een grondige voorbereiding, dat begrijp ik ook wel. Maar Van Persie overdreef. De vele seconden die hij gebruikte om de hindernissen op te meten, het muurtje, de plek van AZ-keeper Sergio Romero, had hij vast niet allemaal nodig. Mijn idee: Van Persie liet ons genieten van het plaatje, het schilderij dat hij ter plekke voor ons maakte. Hij was komen buurten in het kader van de Champions League en hij dacht, ik zal ze eens verwennen.

Vanaf mijn plek in het stadion keek ik naar zijn rug: schijnbaar nog ranker dan anders, rijziger. Het effen donkerblauwe uittenue geeft hem meer allure dan het rode shirt en witte broek waarin zijn club Arsenal doorgaans speelt. Waarschijnlijk vindt hij dat zelf ook. Van zijn bruine haar tot zijn witte schoenen, ik kon niet anders zeggen dan: ja, zo ziet een mooie voetballer eruit. Nooit gedacht dat ik zoiets zou schrijven over witte kicksen, want kicksen moeten zwart zijn, vond ik altijd. Maar nu niet meer. Niet met Van Persie daar in het helwitte kunstlicht van Alkmaar. Het was of de lichtmasten vanaf de glooiende dakrand wat dieper naar hem bogen: jongens, daar staat ie.

Als om tijd te rekken drukte Van Persie zijn witte slofjes in het gras, de ene na de andere, een tapdanser in slow motion. Ontelbare keren had ik hem al zien spelen en nu pas trof mij de O-stand van zijn benen. Een volmaakte O, als je het mij vraagt. Niet te rond, zoals Jan Wouters vroeger, nee, oneindig veel eleganter, een fijne ovale ronding. Boven de zachtjes wiegende voeten en die volmaakte O-stand het rugnummer dat de verticale lijn haar schitterende nadruk gaf. Elf. Sinds de dagen van Piet Keizer was er geen Nederlandse voetballer die dat nummer zo goed stond als Robin van Persie. Zonde dat hij in het Nederlands elftal nummer zeven draagt. Dat moet veranderen.

Nou goed, er was ook nog een aanloop en een schot. Tijdens het drafje een zwenking naar rechts, een versnelling en dan een venijnige trap, gevolgd door een half hoge draaibal naar de rechter benedenhoek. Prima save van Romero, net geen doelpunt. De zoveelste supertrap van Van Persie, met dat linkerbeen waaruit kunst voortvloeit.

Een kwartier voor tijd werd hij gewisseld. Mensen veerden op en klapten. Trots – weet ik zeker – op hun landgenoot in vreemde dienst. En blij – stel ik mij voor – met de bluf die aan die vrije trap vooraf ging.