In het kielzog van Stephen King en Tolkien

Michael Grant: Gone – honger. Vert. Maria Postema. 13+; Unieboek; 510 blz. 19,95

Plotseling verdwijnen alle mensen van vijftien jaar en ouder uit een slaperig strandplaatsje in Californië. De kinderen moeten zich nu zelf redden. Want hun leefwereld van enkele straten, een strook strand met zee, een bergketen en een stuk woestijn is in één klap afgesneden van de buitenwereld (als die nog bestaat).

Gone van de Amerikaanse auteur Michael Grant is een van de vele fantasyreeksen in het kielzog van Harry Potter. Maar te midden van de duizenden oeverloze pagina’s vol dwergen, oerkrachten, supermannen en monsters is de cyclus van Grant een wonder van compactheid en vernuft. Gone, waarvan deel twee onlangs in het Nederlands verscheen, is een toonbeeld van geslaagde fantasy.

Dat zit hem in het hechte bouwwerk dat Grant maakte van zijn gefantaseerde kinderbiotoop, de zogeheten Fall Out Kinder Zone (Fakz). In deze Fakz ontwikkelen enkele kinderen een bijzondere gave, zoals het meisje dat met handoplegging kan genezen en de jongen die in de grond kan boren. Enkele dieren muteren razendsnel, zodat sommige doodenge coyotes kunnen spreken. Grant weet dit geloofwaardig te maken door een verband te suggereren met een ongeluk in een kerncentrale en weet bovenal elke freak en mutatie een natuurlijke plek te geven in zijn universum vol duistere krachten. In dit universum zijn de ruim vijftien personages bovendien stuk voor stuk interessant.

De spil van de kinderschaar in het stadje wordt gevormd door de hoogbegaafde Astrid en haar geliefde Sam, held en leider tegen wil en dank. Hun duistere spiegelbeeld is de machtsbeluste Caine en de even slimme als boosaardige Diana. De strijd tussen de kinderfacties– feitelijk die tussen goed en kwaad – is de motor van Gone. Grant schildert de strijd met huiveringwekkende geweldsscènes. Handen worden in beton gegoten, weerspannigen worden verpletterd onder stenen en op het hoogtepunt van de haat is er een lynchpartij. Het geweld is een verheviging van de chaos, waarin baby’s worden verwaarloosd, winkels worden geplunderd en de communicatiemiddelen en elektriciteit wegvallen.

In deze wereld à la Lord of the Flies vinden sommige kinderen zichzelf, anderen raken zichzelf kwijt. ‘Er waren kinderen die slechter waren geworden en kinderen die beter waren geworden’, denkt Quinn, die zich ontpopt tot een onbetrouwbare lafaard, op een gegeven moment. Albert daarentegen verandert van een onzichtbare huissloof in een briljante regelneef, die de plaatselijke McDonald’s nieuw leven inblaast.

Deze gedaanteverwisseling vormt het thematische hart van het eerste deel ‘Gone – verlaten’. Het tweede deel (‘Gone – honger’) biedt veel doorkijkjes naar de samenleving, zoals dat hoort in goede fantasy. Albert breidt zijn nering uit van de hamburgertent naar de ontwikkeling van een primitieve economie en een nieuw geldsysteem. Door de rechtstreekse verwijzingen naar Karl Marx en Adam Smith kan dit alleen maar worden gelezen als een commentaar op de huidige kredietcrisis. Net zoals de honger verwijst naar de voedselcrisis, en schommelingen van het weer naar de klimaatcrisis.

Grant mengt dit soort verwijzingen met flarden van gedichten, songteksten, bijbelse motieven, woordgrappen en toespelingen op onder anderen Stephen King en Tolkien, schrijvers wier invloed duidelijk zichtbaar is. Al deze elementen zijn ondergeschikt aan het verhaal, dat vertraagt bij overpeinzing en versnelt bij actie, maar dat elke bladzijde superspannend is. Het verhaal wordt in beide delen bekwaam afgerond, zodat het einde bevredigend is en net genoeg open laat voor een vervolg. Wat de vervolgen betreft, laat die gauw komen.