'Ik verkoop Naipaul aan China'

Literair agent Andrew Wylie trekt graag aan de touwtjes van de boekenwereld. ‘Een schrijver heeft de meeste kans als wij hem vertegenwoordigen.’

Vanavond eet hij met Henry Kissinger. Philip Roth is een goede vriend, zoals Susan Sontag een goede vriendin was. Hij stond aan het ziekbed van Dmitri Nabokov, hield de hand vast van Roberto Bolaño’s weduwe en gaf V.S. Naipaul les in economie. De New Yorker Andrew Wylie zit sinds een paar decennia muurvast op de top van de apenrots der literair agenten. De lijst van cliënten op de website van The Wylie Agency, met kantoren in Londen en New York, leest als een anthologie van twintigste en eenentwintigste-eeuwse literatuur en kunst: van Chinua Achebe tot Richard Avedon, van Philip Roth tot Salman Rushdie. Wylie beheert de literaire nalatenschappen van onder meer Saul Bellow, Norman Mailer, Jorge Luis Borges en Giuseppe Tomasi di Lampedusa. Sterhistorici als Ian Kershaw en Niall Ferguson staan op zijn lijst. Met het postume succes van schrijvers, zoals Richard Yates en W.G. Sebald en recenter Roberto Bolaño, is de naam van Wylie verbonden. Hij wordt door uitgevers bewonderd en verguisd, vaak tegelijk. Wie een baal geld meeneemt en de ambitie heeft een oeuvre uit te geven, is bij hem aan het goede adres. Maar wie een zelf ontdekte debutant aan hem kwijtraakt en diens tweede boek opeens voor veel meer geld moet kopen, heeft het bijvoorbeeld niet op hem begrepen. Andrew Wylie speelt het spel hard.

Maar wie deze Machiavelli der letteren vraagt naar recente veroveringen, krijgt verhalen met als strekking troost. Er was iets onrechtvaardig en Wylie moest het rechtbreien. Dat deed hij natuurlijk graag, en dat hij er ook nog goed mee verdiende, is bijzaak. Zo kon hij bijvoorbeeld de weduwe van Roberto Bolaño geruststellen; nee, de belangen van haar overleden man waren inderdaad niet goed behartigd, maar hij, Andrew Wylie, zou dat voortaan beter doen. Dmitri Nabokov, de zoon van, belde hem, er waren wat kwesties met de Russische rechten en of hij er even naar wilde kijken. „Ik zocht het uit, sprak met wat Ruslandkenners, met de ambassade en met wat advocaten van jonge Russische miljonairs – ik dacht dat dat mij nog eens van pas kon komen.” Nabokov was hem dankbaar, maar bleef toch bij zijn agent van jaren her. „In Parijs ging mijn telefoon, het was Dmitri, weer met een vraag. Ik zei: ‘luister, je moet een beslissing nemen over wie je vertegenwoordigt, anders kan ik mijn werk niet goed doen.’ Toen was het snel bekeken.” Er klinkt een bijna dronken lachje van triomf.

Wylie zit in een hoek van de stand van zijn agentschap op de Frankfurter Buchmesse, midden tussen de grote Britse en Amerikaanse uitgeversconglomeraten in hal acht. Hij is een tengere man van gemiddelde lengte in een maatpak à la Wall Street, van wie vooral de ogen opvallen. Er schuilt een duister lachje in, en als hij over een verovering vertelt, beginnen ze te fonkelen alsof er een ledlampje aangaat. „Mensen vragen mij vaak naar geld. Maar het gaat niet om geld, het gaat om cultuur. Bolaño is real literary stuff, er is diepte, inhoud. Het gaat erom die inhoud zo goed mogelijk te vertegenwoordigen.”

Jakhals

Zijn bijnaam van ‘jakhals’ , zo oud als de interviews die met hem gehouden worden, is opvallend slecht gekozen, en ook woorden als verslinden – zoals in de kop ‘Wylie verslindt drie literaire grootheden van wie één levend’ op een website voor het boekenvak – doen hem geen recht. De jacht lijkt hem namelijk geen enkele inspanning te kosten. Het bleke, strakke gezicht, de ogen die zich half sluiten als hij zich iets herinnert – als we dan bij het dierenrijk te rade moeten, dan komen we toch eerder uit bij de solitaire hagedis die doodstil zit, en dan toeslaat. Raak.

De sterke verhalen die over hem de ronde doen (bijvoorbeeld hoe hij Martin Amis bij een andere agent weghaalde, die de vrouw was van Amis’ vriend, de schrijver Julian Barnes, die Wylie vervolgens uitschold voor ‘card carrying shit’) zijn afgelopen zomer overschaduwd. Na dertig jaar bij Wylies voormalige compagnon te hebben doorgebracht, verhuisde V.S. Naipaul naar The Wylie Agency. En nee, Andrew Wylie kon dat bijna niet helpen. „Het was heel moeilijk, heel pijnlijk voor alle betrokkenen, voor mijn voormalige compagnon Gillon Aitken, voor Vidya zelf, voor mij. Maar het was nou eenmaal zo dat er voor Vidya niet overal datgene gedaan was wat wel had moeten gebeuren. Ik legde hem een lijst voor van alle landen waar zijn werk niet meer in de handel lag. Hij zei: ‘Andrew, Andrew, misschien is er gewoon niet meer zoveel belangstelling voor een oude man.’ Ik zei: ‘Vidya, ken je de wet van vraag en aanbod? Het gaat erom dat er voldoende aanbod is, je moet de pijplijn gevuld houden. Zonder aanbod is er geen vraag, maar als jouw boeken overal te zien zijn, zullen de mensen ze gaan kopen. En om te zorgen dat er veel boeken komen, moeten we je duurder maken, want hoe meer uitgevers in je geïnvesteerd hebben, hoe meer ze hun best gaan doen om die investering terug te verdienen.’ ”

Wylie staat nu voor de taak om de belangstelling voor Naipaul weer op te wekken, daarbij geholpen door een nieuw boek, The masque of Africa, over Afrika en het geloof. Ervaring heeft hij, hij staat bekend als iemand die het oeuvre van een schrijver minstens zo belangrijk, of misschien zelfs belangrijker acht, dan het it-boek van dit jaar. Keerzijde is dat uitgevers die niet de héle backlist van een overleden grootheid willen kopen, bij Wylie voor een dichte deur staan.

„Een verstandige uitgever werkt zowel vooruit als achteruit”, doceert hij. „Dat is de enig juiste manier. Kijk naar hoe de Europese huizen ervoor staan na de crisis. Er zijn ruwweg twee methodes voor uitgevershuizen om tijden als deze te overleven. De Hachette groep geeft weinig boeken uit, maar ze mikken uitsluitend op bestsellers. Ze geven dus verschrikkelijke rotzooi uit, maar wel heel goed verkopende verschrikkelijke rotzooi. En dan is er het Penguin-model, het backlistmodel. Dat is zo sterk en ze geven uit met zoveel discipline en toewijding aan kwaliteit, dat het bijna onverslaanbaar is.”

In de jaren negentig was Wylie een van de eersten die voorschotten bedongen van boven het miljoen (in zijn geval voor Salman Rushdie’s The Ground beneath her Feet). Is met de kredietcrisis de lucht nu ook uit de voorschotten gelopen? Een beetje, zegt hij. „In Europa en de VS zijn voorschotten lager dan eerst, maar in China gaan ze hard omhoog. Ik ga Naipaul aan China verkopen voor een bedrag van zes cijfers, let maar op. Mijn bedrijf gaat er dit jaar 12 procent op achteruit, maar ik dacht aanvankelijk dat ik dit jaar een kwart zou inleveren.”

Wylie reist veel en zorgt dat hij zelf markten kent. „Wij werken nooit met onderagenten”, zegt hij „We doen alles zelf. En omdat ik dit meebreng” – hij zwaait met de catalogus waarin alle titels die hij vertegenwoordigt – „leg ik geloof ik wel wat gewicht in de schaal. De namen in dit boek zijn mijn hulp.”

Drama

Wat vindt hij van Nederlandse uitgevers? „Ik heb goede contacten met De Bezige Bij en Contact, en na een langdurig koele periode heb ik Bolaño toch weer ondergebracht bij Meulenhoff. Nederland heeft een levendige boekencultuur, maar de continue omwenteling bij Nederlandse uitgevers gaat mijn verstand te boven. Er is altijd zoveel drama! Soms lijkt het bijna alsof ze vergeten dat ze boeken moeten maken, omdat ze altijd bezig zijn zich op te splitsen of van huis te wisselen.”

Wylie is de zoon van een boekenechtpaar, zijn vader was redacteur bij Houghton Mifflin. Wylie studeerde Frans in Harvard en vertrok vervolgens naar New York, waar hij in de entourage van Andy Warhol terecht kwam en een tijd erg bohémien was, alvorens hij zich bekeerde tot het kantoorleven van een literair agent. Zijn eerste cliënt was de journalist I.F. Stone, wiens The Trial of Socrates hij eerst vergeefs trachtte te slijten en dat vervolgens een bestseller werd. Hij is meer politieke non-fictie gaan inlijven, boeken van Al Gore, Carla del Ponte, Kofi Annan. Hij werkt aan een herlancering van het werk van de 86-jarige Henry Kissinger. Een boek van diens hand over China zou rond Kerst moeten verschijnen.

„Het vermogen van deze boeken om internationaal succes te hebben is gegroeid, omdat het aantal politici met wereldfaam toeneemt. We zijn nu bezig met een heel groot Italiaans project dat door Carlo Feltrinelli (topman van de gelijknamige uitgeverij, MS) bij mij is gebracht, omdat hij weet dat het internationaal het meeste kans heeft als wij het vertegenwoordigen.” Hier zwijgt hij betekenisvol, we moeten duidelijk raden. Vooruit, de geheime erotische dagboeken van Silvio Berlusconi? Het licht in de ogen gaat aan, maar verder is niet te zien wat zich in de achterkamertjes van Andrew Wylies hoofd afspeelt. „Het is gek, maar ik ben net even vergeten wat het is.”

Op nrcboeken.nl een Lijstjeslawine met boeken in Wylie's pijplijn