Ida, ineens alleen nog een mooi fossiel

Het halfaapje Ida haalde in mei het nieuws als ‘missing link’ tussen primaat en mens.

Een nieuw fossiel zet haar op een doodlopende tak in de apenstamboom.

„Eindelijk wetenschappelijke discussie.” Zo reageert de Noorse paleontoloog Jørn Hurum op de publicatie over het uitgestorven halfaapje Afradapis, gisteren in Nature. Behalve een beschrijving van een 37 miljoen jaar oud fossiel uit Egypte is die publicatie een frontale aanval op zijn eigen ontdekking: het 47 miljoen jaar oude halfaapje Ida uit de Duitse Messelgroeve. Daarmee haalHurum in mei van dit jaar wereldwijd de voorpagina’s.

Ida is een buitengewoon fossiel, bewaard met huid, haar, nageltjes en een laatste vruchtenmaaltijd in haar buik. Maar de belangrijkste reden voor alle aandacht was dat zij een cruciale schakel in de evolutie kon vertegenwoordigen tussen primitieve primaten aan de ene kant en echte apen, mensapen en de mens aan de andere.

Een team rond de bekende paleontoloog Elwyn Simons (Duke University) zet Ida en haar ontdekkers nu op hun plaats. Ida is niet zo’n mooi fossiel als het lijkt, vinden zij. Ze was een jonkie en haar botten zijn geplet en verwrongen. Dat alles bemoeilijkt de wetenschappelijke analyse.

De Nature-auteurs maken aannemelijk dat Afradapis en Ida (Darwinius) nauwe verwanten zijn, hoewel ze duizenden kilometers en tien miljoen jaar uit elkaar leefden. Darwinius en Afradapis behoren allebei tot de Adapoidea, een uitgestorven groep halfapen waarvan wereldwijd minstens 24 fossielen bekend zijn. Ida en Afradapis lijken wel wat op modernere apen, erkennen de auteurs, gezien hun onderkaak uit één stuk, korte snuit, en vertikale snijtanden. Maar ze ontkennen dat deze eigenschappen wijzen op een gemeenschappelijke afstamming. Ze denken dat de gelijkenis is ontstaan doordat de vroegere en tegenwoordige primaten zich aan dezelfde omstandigheden hebben aangepast.

De Nature-auteurs stopten 360 eigenschappen van 117 levende en fossiele primaten in een computerprogramma. Zo’n programma gaat op zoek naar een stamboom waarin al die uiterlijke kenmerken het elegantst passen. „In zo’n stamboom proberen we de hoeveelheid parallelle evolutie tot een minimum te beperken”, zo verklaart eerste auteur Erik Seiffert in een e-mail. Daarmee bedoelt hij dat soorten die anatomisch het meest op elkaar lijken op nabijgelegen takken terechtkomen.

De onderzoekers zien in Ida en Afradapis uitgestorven halfaapjes zonder levende verwanten, die in de stamboom dichterbij de lemuren van Madagaskar staan dan bij echte apen.

Paleontoloog Lars van den Hoek Ostende van het natuurhistorisch museum Naturalis noemt de stamboom van Seiffert en Simons „vrij overtuigend”, maar houdt enige reserve: „In deze studie worden tanden gebruikt om verwantschappen te achterhalen. Maar de vorm van tanden en kiezen is nu juist sterk afhankelijk van het voedsel dat je eet. Zo kun je dieren waarvan het gebit aan hetzelfde dieet is aangepast ten onrechte voor verwanten aanzien.”

In een e-mail wijst de Noor Hurum erop dat hij in zijn wetenschappelijke studie in PLoS ONE eerder dit jaar slechts voorzichtig geopperd heeft dat Ida een ontbrekende schakel tussen vroege en moderne primaten zou kunnen zijn.

De Nature-auteurs verwijzen dan ook niet naar zijn publicatie, maar naar het populair wetenschappelijke boek The Link van Colin Tudge dat tegelijk met die publicatie verscheen. „Over dat boek hebben wij als wetenschappers nooit de controle gehad”, zo benadrukt Hurum. Toch zegt hij in The Link letterlijk dat Ida „de eerste schakel is in een keten tussen vroege primaten en onszelf”.

Hoe dat kan? „Sommige van onze vroege ideeën die uit de wetenschappelijke publicatie [in PLoS ONE] verwijderd werden, zijn niet weggehaald uit het boek”, legt Hurum uit. „Dat komt doordat het boek is geschreven terwijl wij aan ons onderzoek bezig waren. In de loop van het project zijn onze conclusies veranderd.”

Ondanks alle reserve blijkt Hurum niet bereid Ida’s claim to fame zo maar af te schrijven. „Het kan wel zijn dat sommige Adapoidea geen moderne afstammelingen hebben, maar daarmee is nog niet uitgesloten dat andere behoren tot een stamgroep waaruit de hogere primaten zijn ontstaan.”

En Hurum houdt vol dat Ida tot die stamgroep zou kunnen behoren.