Het Yoko Ono-syndroom

Wanda Bommer (Foto Mark Kohn) Nederland,Amsterdam, Wanda Bommer, Foto: Mark Kohn Kohn, Mark

Wanda Bommer: Engel. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 268 blz. € 17,50

Het laatste hoofdstuk van Wanda Bommers tweede roman Engel speelt in New York, op 11 september 2001. Om half negen ’s ochtends heeft de uiteengevallen Nederlandse rockband Ace afgesproken in de rechtertoren van het World Trade Centre, 106e verdieping, om te praten over een herstart van hun muzikale samenwerking. De drummer van de band, David, wordt ineens overvallen door bittere herinneringen en stapt op, laat zijn bandvrienden achter, en neemt de lift naar beneden. Op straat kijkt hij nog even omhoog, naar de wolkenkrabber waar zijn oude bandvrienden zitten. Het is tien over half negen.

Iedereen weet wat er zes minuten later gebeurde en Bommer maakt daar verder ook geen woorden aan vuil. Maar toch laat deze ogenschijnlijke sobere verwerking van de aanslag op de Twin Towers een vervelende nasmaak achter.

Want hoe suggestief je het ook doet, als je 11 september in een roman wilt gebruiken, moet je een goede reden hebben. De symbolische en historische lading is zo enorm en de gebeurtenis ligt nog zo vers in het geheugen, dat het risico van effectbejag op de loer ligt. En goedkoop effectbejag is dan ook precies waar Wanda Bommer zich hier schuldig aan maakt.

Dat is jammer, want afgezien van dit laatste hoofdstuk, of eigenlijk de laatste drie alinea’s daarvan, is Engel een ijzersterke roman, die geen symbolische gebaren nodig heeft. Bommers talent ligt juist in realistische beschrijvingen van alledaagse situaties: ‘Ze ruikt alsof ze de hele dag op een zonnig strand gelegen heeft. Warm lichaam, frisse wind, opgedroogd zout.’

Het eigenlijke verhaal van Engel draait om twee lijnen. In de eerste volgen we de pubertijd van Angélica, alias Engel, een angry young girl, opgroeiend in de de West-Friese polder, waar niet veel meer te doen is dan bollenpellen, witlof knakken en zuipen en blowen in het jongerencentrum.

De tweede rode draad betreft de bandgeschiedenis van Ace: hoe drummer David, bassist Duncan en de ongrijpbare zanger-gitarist Sid zich langzaam opwerken van de kleine muziekcafés naar de jongerencentra, en daarna in de major league van de Nederpop belanden. Drummer David is de verteller van deze kant van het verhaal, en het valt op hoe raak Wanda Bommer de typische jongenssfeer van een rockband weet te treffen. Dat is niet toevallig: Bommer draait al zo’n twintig jaar mee in de Nederlandse rockscene, onder andere als boeker van De Dijk. Dat is ongetwijfeld de reden waarom haar zonder enige zichtbare moeite wél lukt wat zoveel (mannelijke) Nederlandse en vooral Vlaamse jonge schrijvers van de laatste jaren vruchteloos probeerden: de rauwe romantiek van het rockleven tot leven brengen.

Het leuke van Engel is dat Wanda Bommer tegenover het jongensboek van de band het minstens zo stoere en opstandige meisjesverhaal van haar titelheldin plaatst. De twee verhaallijnen blijven ondertussen opmerkelijk lang los van elkaar lopen in de roman. Knap is, dat dat niet stoort, maar juist zorgt voor een aanstekelijke spanning die onmiskenbaar iets seksueels heeft, zonder dat het nou draait om de vraag wie het met wie gaat doen.

De seksuele spanning in Engel gaat over iets anders: de verstoring van de muzikale jongensliefde binnen een band door de komst van een meisje, onder Beatles-fans ook wel bekend als het Yoko Ono-syndroom. Nu is het op zichzelf al mooi dat hier eindelijk eens een pakkende roman over is geschreven. Maar sterker nog is dat in Engel het vrouwelijk perspectief voor het broodnodige evenwicht zorgt. Bommer ontwijkt hiermee het rockcliché, maar ze doet meer dan dat: de verhaallijn van Angélica’s rebelse leven in West Friesland stelt de rockers van Ace feitelijk in de schaduw. Daarmee bewijst Bommer dat haar schrijftalent niet afhankelijk is van de keuze van haar thema. Engel is een boek dat je in één ruk uit wilt lezen. ‘Een absolute pageturner!’ liet de uitgever schreeuwerig op de achterflap zetten, maar eerlijk is eerlijk, dat is het inderdaad.

De kracht van Bommers schrijverschap ligt in haar naturel verteltrant, het construeren van een uitgekiend plot, en de geloofwaardigheid van haar karakters. Literaire kunstgrepen liggen haar duidelijk minder, maar ze heeft die ook helemaal niet nodig. De misser die ze met 9/11 heeft gemaakt aan het eind van Engel blijft daarom een raadsel. Maar drie alinea’s zijn te weinig om een roman mee te bederven.