HERFSTHENRIETTE

De moeder van Rintje is in de keuken als Rintje en Henriette thuiskomen van school.

„Jullie zien eruit als verzopen katten!” zegt ze.

„De hele weg van school naar huis regende het keihard”, zegt Rintje.

„Al mijn krullen zijn verdwenen”, zegt Henriette sip.

Mama pakt een warme handdoek en wrijft ze allebei helemaal droog. Dat vindt Rintje altijd heerlijk. Bij Henriette duurt het wel heel lang voordat ze droog is. Haar vacht is veel dikker en ze heeft veel langere haren dan Rintje.

„Zo, en nu wat warme worstjes”, zegt mama. „En een beetje kippensoep, dan worden jullie snel weer warm.”

Als Rintje en Henriette helemaal zijn opgedroogd en de soep op is, willen ze gaan spelen op Rintjes kamer. Henriette springt van de keukenstoel op de grond.

„Wat is dat?” zegt Rintje. Hij wijst naar de zitting van de stoel waar een heleboel losse haren op liggen.

„Ik ben mijn zomervacht aan het verruilen voor mijn wintervacht”, zegt Henriette. „Dan valt mijn haar uit!”

En inderdaad, op elk plekje waar Henriette gezeten heeft ligt een plukje haar. Op het kussen van Rintjes mand. Op de deken voor de open haard. Op de grote bank in de zitkamer.

„Ik zal jouw vacht eens even goed uitborstelen”, zegt Rintje.

„Doe dat maar buiten”, zegt mama. „Het is nu toch weer droog. Anders liggen er straks nog meer haren in het huis.”

Rintje pakt mama’s grote borstel. „Ga hier maar staan”, zegt hij. „Onder de boom is een goed plek om je vacht uit te kammen.”

„Wel voorzichtig kammen hoor”, zegt Henriette. „Soms zit er een klit in mijn haar, en dan doet het zeer!”

Heel voorzichtig kamt Rintje van voor naar achter, net zolang tot hij alle krullen van Henriette heeft gehad. „Moet je kijken hoeveel haren er nu in de borstel zitten!” zegt hij.

„Daar kan ik wel een jasje van laten breien!” zegt Henriette.

„In ieder geval vallen er nu geen haren meer uit je vacht”, zegt Rintje.

„Kijk”, zegt Henriette. „Er dwarrelt een blad naar beneden!”

„Wat een mooie kleur”, zegt Rintje. „Alle bladeren worden rood en oranje in de herfst!”

„En de kastanjes en eikels vallen ook uit de boom!” zegt Henriette.

„We kunnen ze gaan zoeken”, zegt Rintje. „Dan maken we er beestjes van.”

„Eigenlijk ben ik ook een soort boom”, zegt Henriette. „Mijn bladeren vallen ook uit in de herfst!”

„Maar dan zijn het je haren!” zegt Rintje lachend. „En jij bent geen eik, of kastanje, maar een Herfsthenrietteboom!”