Haat tegen moderne platheid

Robbert Welagen kwam in zijn eerdere werk ouwelijk over. Het grappige van zijn nieuwe roman is dat hij deze ouwelijkheid tot een thema heeft gemaakt.

Robbert Welagen: Verre vrienden. Nijgh & Van Ditmar, 220 blz. € 17,50

Toen Robbert Welagen eind 2006 op 25-jarige leeftijd debuteerde met de novelle Lipari, werd hij als veelbelovend talent onthaald. Hij kreeg juichende recensies en de Selexyz Debuutprijs. Voor een jonge schrijver is Welagen opvallend bedachtzaam in zijn stijl en zijn thematiek. In Lipari en in Welagens tweede roman Philippes middagen tekende hij verstilde portretten van schuwe karakters, die het leven aan zich voorbij laten gaan.

Met deze klassieke thematiek van de tobbende eenling, zijn voorliefde voor oude villa’s en tuinen en zijn uiterst sobere verteltrant komt Welagen nogal ouwelijk over. Het grappige van Welagens derde roman, Verre vrienden, is dat hij deze ouwelijkheid tot een thema heeft gemaakt, en dat met de nodige zelfspot hanteert.

Wederom draait alles om herinneringen en het verlangen naar vroeger, naar een idyllische kindertijd in een oude villa met tuin. Hoofdpersoon Olivier Stuart herleeft zijn eigen verleden, de periode dat hij eindeloos in de tuin speelde en verliefd werd op de ongrijpbare Eline, die een tijdje bij zijn ouders in de villa logeerde en constant een schilderachtige witte jurk droeg.

Welagens vaste thema van het verzinken in dromerige herinneringen keert zo volop terug in Verre vrienden, maar ditmaal heeft hij wat scherpe randjes aangebracht. Zo loopt de vijftienjarige Olivier de godganse dag rond in een groene pyjama en pantoffels. Hij heeft een Peter Pan-complex, zo merkt Oliviers moeder droog op, en dat gegeven laat Welagen subtiel en soms ook geestig terugkeren in de roman. De villatuin is een waar Neverland voor Olivier, waar de tijd stilstaat en hij onbekommerd kind kan blijven. Tegelijkertijd is daar zijn fascinatie voor de vroeg volwassen Eline, die de Winkler Prins-encyclopedie van A tot Z uit haar hoofd leert en op nuffige toon lessen kunstgeschiedenis geeft aan rijkeluiskinderen uit de buurt.

Welagen speelt zo met de thema’s van kinderlijkheid en volwassenheid. Zijn personages gedragen zich óf te jong, of veel te oud voor hun leeftijd. Bij één personage zet hij dit zelfs aan tot een vette parodie: een van de jongens uit Elines kunstgeschiedenisklasje heeft daadwerkelijk een ouderdomscomplex en beeldt zich in dat zijn gewrichten het hebben begeven. Onder een schotsgeruite deken laat hij zich voortrijden in een rolstoel.

Maar over het algemeen gaat Welagen juist uiterst subtiel en bijna achteloos te werk, net als in zijn eerste boeken. Hij gebruikt minimale middelen om een sfeer neer te zetten: ‘We reden in de stad door verlaten straten, omdat de meeste mensen op vakantie waren.’ Zinnen als deze vallen je nauwelijks op. Pas gaandeweg merk je hoe effectief ze zijn.

In Verre vrienden durft Welagen die sfeer en verstilling af en toe ook te doorbreken. Zo ontspoort Olivier als hij de villa van een vroegere speelkameraad passeert en ziet dat er nu een assurantiekantoor is gevestigd. Dromerig heimwee slaat om in haat tegen de platheid van de moderne tijd. Oliviers onaangepastheid wordt even pijnlijk voelbaar.

Af en toe verslapt Verre vrienden in al te pathetische melancholie of te uitgesproken mijmeringen over vergankelijkheid en het verleden. En toch weet Welagen iets achter te laten, op dezelfde schijnbaar achteloze manier waarmee hij zijn zinnen maakt. Welagens karakters hebben een afstandelijkheid over zich, waardoor het soms moeilijk is om met ze mee te voelen. Maar het gaat om de momenten dat die afstand overbrugd wordt, dan vallen tijd en leeftijd weg. En dat is de indruk die Verre vrienden zelf ook achterlaat: de terloopsheid klinkt na.