Er zijn zo veel coördinaten, hoe worden die berekend?

Op de papieren waterkaarten van Jan van Schagen uit Goes zijn afstanden onderverdeeld in graden noorderbreedte en oosterlengte. Maar de coördinaten op zijn GPS-apparaat (voorbeeld: E 0367 715, N 5049 008) sluiten daar niet op aan. Hoe kan dat?

Er worden twee verschillende manieren gebruikt om de wereld op te delen, vertelt Leendert Dorst, hoofd geodesie (de wetenschap van de vorm en afmetingen van de aarde) bij de Dienst Hydrografie van de Koninklijke Marine. „Er is de eeuwenoude manier die in de scheepvaart gebruikt werd, een onderverdeling van de wereld in graden. Maximaal 90 noord- of zuidwaarts vanaf de evenaar, maximaal 180 oost- of westwaarts vanaf de lijn door Greenwich.”

Tijdens WO II bedacht het Amerikaanse leger een ander systeem, dat rekent in meters in plaats van graden. In dit systeem, Universal Transverse Mercator (UTM), wordt de wereld horizontaal, langs de evenaar dus, opgedeeld in zestig rechthoekige zones. Nederland ligt in de zones 31 en 32.

Binnen een zone wordt een positie aangeduid met de afstand noordwaarts vanaf de evenaar (‘N’) en de afstand oostwaarts vanaf een vast vertrekpunt (‘E’). Het voorbeeld van Jan van Schagen betekent dus: 367,715 km oostelijk in de zone, 5049, 008 km ten noorden van de evenaar. Hij is vergeten de zone te vermelden, dus met alleen deze cijfers kun je geen locatie bepalen.

Om het nog ingewikkelder te maken, vertelt Dorst, zijn er verschillende modellen van de wereldbol: „In het verleden, toen er nog geen satellieten waren, was het niet mogelijk om wereldwijd het stelsel van meridianen en parallellen nauwkeurig te bepalen. Daardoor zijn er verschillende stelsels in gebruik, die geodetische datums worden genoemd.” Zo werd tot tien jaar geleden het Europees Datum uit 1950 (ED50) gebruikt voor zeekaarten. GPS werkt met het World Geodetic Datum uit 1984 (WGS84), dat net een paar honderd meter afwijkt. Gelukkig kan een beetje GPS-apparaat met verschillende datums én met zowel graden als meters wel overweg.