Er werd ook veel gelachen in het oerwoud

De meeste fractieleiders sluiten morgen hun bezoek aan Suriname af. Terugblik op een waardevolle, maar soms ook rommelige en bizarre reis.

Alexander Pechtold kreeg af en toe de neiging om Surinaamse politici te vertellen dat ook China en Rusland op het lijstje hadden gestaan. En dat het een heel positieve keuze was om voor Suriname te kiezen als bestemming voor de tweejaarlijkse fractievoorzittersreis. Want de D66-fractieleider was soms fiks geërgerd over Surinaamse politici, met hun verwijten aan Nederland.

Zeven fractievoorzitters en Kamervoorzitter Verbeet sluiten morgen hun bezoek aan Suriname af. Ondanks soms stevige botsingen met Surinaamse collega’s was het een waardevolle week, was de algemene mening. Niet alleen omdat in een prettige, vooral zonnige, omgeving onderling de banden werden aangehaald. Maar vooral omdat de fractieleiders, die niet eerder in de voormalige kolonie zijn geweest, er veel van zeggen te hebben opgestoken. Pechtold leerde bijvoorbeeld dat Surinaamse Nederlanders andere mensen zijn dan Surinaamse Surinamers. Er is frictie tussen die groepen. De Nederlandse politici merkten ook dat er een generatiekloof is bij hun Surinaamse collega’s: ouderen blijven steeds beklemtonen wat Nederland allemaal verkeerd heeft gedaan, jongeren zijn zakelijker ingesteld.

GroenLinks-leider Halsema noemt het „een verwarrende reis” . Er is economische groei, er gebeuren goede dingen in het land, stelde ze vast. Maar de politiek is verdeeld. Nog verdeelder dan in Nederland.

Het zwaartepunt van de reis was maandag. Een reeks ontmoetingen met de Surinaamse politiek begon „unheimisch”, aldus PvdA-fractieleider Hamer, met een ontvangst bij de Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement. Voorzitter Paul Somohardjo, ooit veroordeeld voor een zedenmisdrijf en in 1984 nog betrokken bij een vechtpartij in het praatprogramma van Karel van de Graaf, was weinig vleiend over Nederland. En in besloten gesprekken die daarna volgden met andere parlementariërs kwam veel ergernis en frustratie over de rol van Nederland naar voren. Hamer: „Het was eerst vijandig. Jullie moeten niet denken dat jullie nog de dienst uitmaken.” Daarna werd de sfeer beter.

Dat kwam met name door inbreng van de jonge politici, zoals Mangel Mansaram van de partij VHP: „Surinaamse politici zijn vaak veel te emotioneel over Nederland. Het gevoel dat Suriname door Nederland in de steek is gelaten is nog heel sterk.” Mansaram is een van de jongere politici die een zakelijke, gelijkwaardige relatie met Nederland willen: „Oké. Nederland wil Suriname gebruiken als springplank naar Latijns-Amerika. Prima. Laten we dan praten over investeringen in de haven of het vliegveld.” Probleem is, zeggen kenners van Suriname, dat jonge politici als Mansaram nog maar weinig te vertellen hebben.

Een bizar en rommelig bezoek, aan het begin van de maandagmiddag aan de Surinaamse president Ronald Venetiaan, was tekenend voor de verhoudingen. De officiële plichtplegingen verliepen knullig. Venetiaan wist niet precies wie wat moest doen. En hij zei een paar keer dat hij tot zes uur de tijd had. De Nederlandse delegatie vatte dat op als plagerij, omdat Venetiaan maandenlang geweigerd had de politici te ontmoeten.

Na afloop van het officiële gedeelte, waar de pers gewoon bij mocht blijven – wat er toe leidde dat er niet een werkelijk gesprek ontstond – was er een incident met Kamervoorzitter Verbeet. Venetiaan zei tegen journalisten dat zij nog maar eens moesten uitzoeken wat de Nederlandse rol is geweest bij de staatsgreep van Bouterse in 1980. Hij doelde specifiek op de rol van de toenmalig militair attaché van Nederland in Suriname, een rol die door een speciale commissie in de tachtiger jaren trouwens reeds uitvoerig is onderzocht. Het is een mantra van Venetiaan; critici zeggen dat hij met dergelijke opmerkingen de aandacht afleidt van het corrupte regime van vlak voor de staatsgreep, dat onder leiding stond van zijn partij. En dat hij op die manier een vijandbeeld in stand houdt, om zo de nationale eenheid te bevorderen. Verbeet opereerde onhandig toen Venetiaan zijn opmerkingen maakte. Toen de journalisten wilden doorvragen, maakte zij subiet een einde aan het gesprek. Dat leverde niet alleen boze gezichten op, Venetiaan leek het op te vatten als een bewuste actie. „U bent diplomaat”, zei hij. Verbeet zei dat ze een seintje kreeg van de protocolmensen dat de tijd drong.

Bezoeken in de rest van de week aan een ziekenhuis, een jeugdgevangenis, een waterproject en een politiepost, en een bezoek aan de Nederland toeristisch/zorgproject, leverden vooral een druk programma op. Gesprekken met het maatschappelijk middenveld en bankdirecteuren waren nuttiger voor de kennis over Suriname.

Belangrijk punt is of Nederland in de toekomst ontwikkelingsgeld blijft doneren. Tegen het einde van het jaar stopt de officiële ontwikkelingsrelatie. Dat Nederland een financiële band met het land houden is wel de algemene mening. Maar hoe dat precies wordt ingevuld, is nog onduidelijk. De fractieleiders zijn wel enthousiast over zogeheten twinningprojecten, waarbij Surinaamse en Nederlandse organisaties aan elkaar worden gekoppeld. Maar bij de Surinaamse politiek is hier juist weer wat wrevel over, omdat zij dan geen invloed op de gelden hebben.

Dat het met de onderlinge verhoudingen met deze fractieleiders wel goed zit, konden de volgers gemakkelijk vaststellen: er werd veel gelachen. Op deze reis lijkt er wel een liberaal bondgenootschap mogelijk tussen de oppositie (Pechtold, Rutte, Halsema) en werd ook bevestigd dat Hamer, Van Geel en Slob beter met elkaar overweg kunnen dat bijvoorbeeld PvdA-leider Bos en zijn CDA-collega Balkenende. Maar er ontbraken wel belangrijke mensen: Agnes Kant (SP) en vooral Geert Wilders. Hij kan er weleens medeverantwoordelijk voor worden dat Nederland een bijna net zo onoverzichtelijk politiek landschap krijgt als Suriname. In de brandende zon zegt Halsema: „Er is bij ons een grote bereidheid om samen te werken en ons land bestuurbaar te houden.”