En hij is heel moedeloos over lot van de arbeider

Geert Mak roept een veel te rooskleurig beeld op van de SDAP en haar kiezers. En met zijn pessimisme speelt hij de Rattenvanger in de kaart, meent Margreeth de Boer.

Het heeft iets verleidelijks: zeggen dat het vroeger beter was. Of schrijven dat de voorloper van de PvdA, de SDAP, groot respect had voor de arbeidersklasse en zich samen met de grote confessionele partijen sterk maakte voor haar verheffing, zoals Geert Mak deed (Opinie & Debat, 17 oktober).

Maar in de zuidoosthoek van Friesland, een van de armste gebieden van Nederland, de streek waar mijn familie vandaan komt, was de wederzijdse liefde tussen de burgerlijke SDAP en de veenarbeiders helemáál niet zo groot. De anarchist Domela Nieuwenhuis en later de communist Geert Roorda riepen meer emoties op dan de voorman van de SDAP, de advocaat Pieter Jelles Troelstra.

De SDAP slaagde er niet altijd in om een warme band met het arbeidersproletariaat te ontwikkelen. Ook na de oorlog was de relatie van PvdA met de arbeidersklasse kwetsbaar. Noch Drees noch Den Uyl werd door hen op handen gedragen. Hoewel men dicht bij elkaar stond, was het verwijt vrijwel altijd dat de problemen van de arbeiders niet begrepen werden. Dat gold zeker in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen onder aanvoering van de rooms-rode kabinetten tot eind jaren vijftig soberheid werd gepredikt.

De basisfilosofie van de sociaal- democratie is nog steeds: emancipatie, gelijke kansen op kennis en ontwikkeling, vrije toegankelijkheid tot zorg en cultuur, een duurzame wereld. De maatschappelijke problemen moeten steeds met deze uitgangspunten in het achterhoofd tegemoet worden getreden. Aldus worden in ieder geval de randvoorwaarden voor oplossingen geformuleerd.

Zonder achterban lukt dat echter niet. Helaas stokt het gesprek met die achterban vaak, omdat zowel politici als de media van mening zijn dat de PvdA het onversneden geluid van ‘het volk’ moet laten horen. Dat is een misvatting. Een PvdA-politicus moet goed luisteren naar de problemen, doordenken wat de problemen voor de naaste en verre toekomst kunnen zijn en daarop een beleid formuleren dat gestoeld is op sociaal-democratische waarden.

Hinderpaal in dit geheel vormen steeds vaker de media. Mak legt daar terecht de vinger op. De gesel van de oplage-, kijk- en luistercijfers is desastreus voor een objectieve beeldvorming. Het wordt de burgers niet gemakkelijk gemaakt de politiek objectief te volgen. Dat vereist veel persoonlijk inzicht en kennis die zonder goed onderwijs niet verkregen wordt.

Anders dan Mak lijkt te suggereren, zijn er gelukkig in de grote steden nog Theo Thijssens die met veel inzet leerlingen niet alleen leren rekenen, lezen en schrijven, maar hen ook opvoeden tot democratische burgers opdat ze niet achter Rattenvangers aanlopen.

Voor de kinderen van de boerenhulpen en grondwerkers is het volgens Mak echter voldoende als ze een beetje redelijk kunnen lezen en rekenen. „Maar verder leren is te veel voor hen”, schrijft hij. De staatssecretaris van Onderwijs moet zich daar niet mee bemoeien. Dat meent Mak toch niet?

Want deze redenering kan ertoe leiden dat kwetsbare groepen weer afhankelijk worden van het oordeel van anderen die meer geleerd hebben dan zij. Wel heeft Mak volkomen gelijk met zijn kritiek op door de doorgeschoten regelzucht, de afrekencultuur en de ondoorzichtige managementstructuren waar mensen op de werkvloer onder zuchten. Er is wel oog voor deze problemen, maar het inzicht komt langzaam en de weerstand om ze aan te pakken is groot. Het is een van de ‘oplossingen’ voor problemen waarvan we na enige jaren moeten zeggen: dat was niet de goede weg.

Ik zou er echter niet voor willen pleiten om alles weer onder de paraplu van de overheid te brengen. De grote overheidsdiensten uit het verleden veroorzaakten minstens zoveel frustratie als het doorgeslagen marktdenken nu. Er moet een middenweg moeten worden gevonden. Dat vergt tijd en moeizaam overleg. Maar alles is beter dan de sfeer die het artikel van Mak ademt: ‘Het is niks en het wordt niks.’ De Rattenvanger wordt door deze moedeloosheid alleen maar sterker.

Margreeth de Boer is oud-minister van VROM en opsteller van het rapport De kaasstolp aan diggelen (2002) over de politieke koers van de PvdA.

Lees het artikel van Geert Mak na op nrc.nl/expert