Een vrouw die niet vergeten wilde worden

Rosita Steenbeek: Ander licht. De Arbeiderspers. 272 blz. € 18,95

‘Al ziet men de lui, men kent ze niet’, luidt een citaat van Brederode. Rosita Steenbeek haalt de uitspraak in haar nieuwe roman Ander licht aan, wanneer ze de 17de-eeuwse hoofdpersoon, de schilderes Alida Withoos (1662-1730), een brief aan haar vader laat schrijven. Alida is een dochter die in de voetsporen van haar vader is getreden, ze werd tot schilderes opgeleid in zijn atelier en assisteerde hem bij het maken van zijn Gezicht op Amersfoort uit 1671.

Alida had haar heil graag elders gezocht: in Rome, in die dagen de trekpleister van de schilderkunst. Maar ze moest zich tevreden stellen met Amersfoort, Hoorn en Loenen aan de Vecht. Haar ouders stonden niet toe dat zij, als ongetrouwde vrouw, naar het buitenland zou reizen. Zij moest dus toezien hoe andere leerlingen van haar vader, onder wie haar geliefde Jasper van Wittel (wiens echte naam overigens Casper luidt), wél naar Rome trokken.

Ook in haar onderwerpkeuze werd zij beknot. Geen havengezichten, geen paleizen, geen VOC-schepen, geen portretten, maar kleinere zaken: ‘een onderdeel, een mand bijvoorbeeld, een opgerold touw, een ander stuk van de tuigage’. Vooral legde zij zich toe op kleine dieren en planten, zogeheten ‘Withoosjes’, waar zij veel erkenning en succes mee zou oogsten.

Ander licht speelt zich deels af in het zogenoemde rampjaar 1672, het jaar waarin de Republiek van verschillende kanten werd aangevallen, het jaar ook waarin de gebroeders De Witt door een opgewonden volksmassa werden vermoord. Veel wapengekletter of andere commotie valt in de roman niet te beluisteren. Het gaat er eigenlijk nogal gezapig aan toe. De familie Withoos, onder leiding van vader Matthias, schildert kalmpjes voort, zoals Steenbeek in bijbehorende, kalme alledaagse zinnen beschrijft. Dat draagt bij aan de leesbaarheid en toegankelijkheid van het verhaal, maar het maakt deze 17de-eeuwse schildergeschiedenis wel erg vlak en gewoontjes.

Alida mag dan bijzondere mensen ontmoeten, zoals de uit Duitsland afkomstige schilderes Maria Sibylla Merian en de vermaarde verzamelaarster Agnes Block, een nicht van Vondel, zelf komt ze niet bijzonder uit de verf. Een brave en vrome vrouw, zo blijkt uit alles, die in haar tekeningen en schilderijen naar de natuur steeds weer het wonder van de schepping wilde laten zien. Een gehoorzame dochter vooral ook, die het tot haar laatste snik klein hield en zich beperkte tot bloemetjes en bijtjes. Steenbeek durfde een apocrief Romeins avontuur voor haar heldin kennelijk niet aan.