Een loflied op de dienstregeling

Het Zuidelijk Toneel maakte een nieuwe theaterversie van Jules Vernes ‘De reis om de wereld in 80 dagen’. Regisseur Matthijs Rümke: „Het is of de spelers steeds meer buiten adem raken. Dat gevoel wil ik op de toeschouwers overdragen.”

Peter Heerschop als Fogg (links) en Bert Visscher als Passepartout (rechts) met acrobaten
Bert Visscher maakt een luchtreis; links Viggo Waas en rechts Peter Heerschop
Het reisgezelschap op de olifant in India. Midden, in bruidsjurk, José Kuijpers als Foggs geliefde (Foto's NRC Handelsblad, Leo van Velzen) Zwolle, 07-10-09. Beeld van de repetitie van 'n nieuw toneelstuk van het Zuidelijk Toneel, "Reis om de wereld in 80 dagen" naar het boek van Jules Verne, bewerking Han Ršmer, regie Matthijs RŸmke. Met Bert Visscher en Nuhr. Decor en licht Niek Kortekaas. Foto Leo van Velzen NrcHb
Velzen, Leo van

De rieten mand van een luchtballon suist omlaag, raakt de vloer van de schouwburg en stuitert op. Cabaretier Bert Visscher overweegt eruit te springen, maar durft het niet aan. De afgrond gaapt. Hij vertolkt de rol van Passepartout, de drukdoende knecht van de onverschrokken Brit Phileas Fogg die in 1870 een weddenschap afsluit: Fogg is ervan overtuigd in de moderne tijd de reis om de wereld te kunnen maken in niet meer dan tachtig dagen. Fogg wordt ook gespeeld door een cabaretier, Peter Heerschop. Zij zijn de hoofdpersonages uit de sciencefiction roman De reis om de wereld in tachtig dagen uit 1873 van de Franse schrijver Jules Verne (1828-1905).

In de voorstelling door het Zuidelijk Toneel gaat de tocht per stoomboot en spoortrein, op de rug van een olifant en zelfs op een vliegend tapijt. Ook de ballonvaart wordt ingezet, hoewel die in het origineel niet voorkomt. Tekstbewerker Han Römer en regisseur Matthijs Rümke tonen een fantasierijke versie van het avonturenboek, waarin Visscher optreedt met cabaretgroep NUHR, met acteurs, een muzikant en acrobaten. Rümke wil in deze versie „veel kleuren en stijlen bijeenbrengen”.

Römer is zich ervan bewust dat de ballon een toevoeging is uit de verfilming Around the World in Eighty Days (1956) met David Niven in de rol van Fogg. Statig zweeft hij van Londen naar Parijs, wolken waaien om hem heen, met een verrekijker bespiedt hij de wereld beneden. Meer nog dan schip of trein symboliseert de luchtballon de technische expansie van de mens.

Het repetitielokaal van het Zuidelijk Toneel in Eindhoven, pal aan de spoorlijn, is volgestouwd met robuuste attributen uit de tijd van de Industriële Revolutie: een zwarte locomotief, treincoupés op ijzeren wielen, een reusachtig stoomschip dat El Mundo heet ofwel De Wereld en het mandje plus de staalkabels van de luchtballon.

Han Römer: „De tweede helft van de negentiende eeuw is een fascinerende tijd. De wereld zoals we die nu kennen, is tussen 1850 en 1870 ontstaan. Honderdvijftig jaar geleden bedroeg de wereldbevolking 1 miljard, nu 6 miljard. In anderhalve eeuw zijn we geëvolueerd van de stoommachine tot het digitale tijdperk. Voor de Industriële Revolutie waren er weinig veranderingen, die kwamen daarna, in hoog tempo. Spoorlijnen omspanden de aarde, stoomschepen doorkliefden de oceanen en trans-Atlantische telegraafkabels verbonden de continenten. Maar de vooruitgang, die destijds vol optimisme werd begroet, heeft, zoals we weten, zijn keerzijde: de aarde raakt langzaam uitgeput en wie weet stevenen we af op de vernietiging.”

De dienstregeling van Fogg en knecht Passepartout is moordend. Dat is de charme van het boek. Het is een wedren met de tijd. Bovendien worden ze achtervolgd door detective Fix, die Fogg ervan beschuldigt de kluis van een Londense bank te hebben gekraakt. Dankzij Fix’ inspanningen is De reis... ook nog eens een spannend achtervolgingsverhaal. De heren koersen van Londen naar Suez, vervolgens verder naar Bombay en Calcutta. Fix bevindt zich aldoor in hun kielzog. Dan zetten ze de tocht voort via de verre Oriënt naar San Francisco, vervolgens dwars door het Amerikaanse Wilde Westen. Tot slot gaan ze met de El Mundo scheep in de richting van Groot-Brittannië. Maar in een ziedende storm dreigt schipbreuk en de steenkool raakt op. Gaan ze de weddenschap winnen? Kunnen zij de lastige kwelgeest van een Fix van zich afschudden?

Jules Verne volgde de technologische ontdekkingen in de kranten. Volgens Römer is Verne niet uitsluitend de visionair voor wie de lezers en de literatuurwetenschap hem houden: „Hij had grote belangstelling voor de innovaties uit zijn tijd. Daarvan deed hij verslag in zijn boeken, niet alleen in De reis... maar ook in de reeks Wonderbaarlijke reizen. Daarin komt de ballonvaart wel voor, in het deel Vijf weken in een luchtballon. De optimistische geest van Phileas Fogg waait door deze theaterversie. ‘Hinderpalen zijn er om overwonnen te worden’, zou zijn motto kunnen luiden. Fogg maakt zich zelden zorgen, zo overtuigd is hij van de zegeningen van de vooruitgang.

Voor regisseur Matthijs Rümke symboliseert het avonturenboek van Verne „de eerste globalisering van de wereld”. Tijdens de repetities moet Rümke op een andere manier alert zijn dan bij een normale voorstelling. De scène met de treincoupés op zwenkwieltjes stelt in technisch opzicht hoge eisen. „De koortsachtige wereldreis is voor Fogg zowel weddenschap als wetenschappelijke bewijsvoering. Voor hem is de aardbol speelgoed”, zegt Rümke na afloop.

Er zijn nog drie weken te gaan tot aan de première. In die tijd moet de regisseur niet alleen de technische machinerie geolied krijgen, ook moet hij de onstuitbare energie van Bert Visscher in harmonie brengen met zijn Zuidelijk Toneel-acteurs. Rümke: „Cabaretiers vertolken niet, zoals acteurs, met ingeleefd spel een situatie. Ze willen eigenlijk niet repeteren, ze gaan het liefst meteen het podium op. Ik bied de cabaretiers van NUHR – behalve Heerschop ook Viggo Waas en Joep van Deudekom – een raamwerk van scènes aan waarbinnen zij hun rollen moeten spelen. De gehoorzaamheid tonen van een reguliere speler valt voor hen niet altijd mee.”

Bij een try-out die ik later in de schouwburg van Zwolle zie, blijkt dat maar al te waar. Vooral Visscher heeft het publiek meteen aan zijn voeten. Als hem een schilderij wordt getoond met daarop een reusachtig berglandschap met besneeuwde toppen, roept hij uit: „Hattem!” De zaal vindt het geweldig. Telkens doorbreekt Visscher de illusie van het spel. „Ik loop even over het water”, zegt Visscher terwijl hij over de planken van het podium loopt. Hij springt op het nippertje aan boord van de El Mundo.

Net als Römer is Rümke geboeid door de late negentiende eeuw. „Men had een rotsvast vertrouwen in het menselijk verstand”, zegt hij. „Technische en wetenschappelijke uitvindingen, het Darwinisme met zijn survival of the fittest en de overtuiging van de mens als superieur wezen. Het idee van een wereld geschapen door God wankelde. Verne creëerde een jongensdroom, waarin avontuurlijke overmoed overheerst. Ik wil deze Reis... regisseren als een vaudeville vol beweging en snelheid. Het is of de spelers steeds meer buiten adem raken. En dat gevoel wil ik op de toeschouwers overdragen. De Reis... is een uitputtingsslag.”

In ruitjespak en met knalrode schoenen beweegt Bert Visscher zich vliegensvlug over het toneel. Met zijn naar achteren golvend haar lijkt hij op de Passepartout uit de geïllustreerde, blauwe editie van De reis om de wereld... Een treffende gelijkenis. Rümke: „Voor Bert is de wereld als een kermisattractie. Alles wekt zijn nieuwsgierigheid. Hij wil elke nieuwe stad verkennen, spreekt wildvreemden aan. Phileas Fogg keurt zijn omgeving geen blik waardig. Teruggetrokken in treincoupé of scheepshut bestudeert hij het reisschema en telt de dagen, de uren, zelfs de minuten. Hij is eraan verslaafd. Dat is begrijpelijk: met de opkomst van stoomboten en -locomotieven kwam ook de dienstregeling. Zeilschepen kun je nooit plannen, stoomschepen wel. Dat is een enorm verschil. Je zou kunnen zeggen dat De reis... ook een loflied is op de dienstregeling. Kranten drukten die destijds af. Ze werden gretig gelezen door het publiek. Phileas Fogg is zo’n lezer. Het is een intrigerende gedachte dat je in Londen kon lezen dat de trein naar Calcutta aansluit op de stoomboot naar Hongkong.”

Voor Han Römer stond van begin af aan vast dat Heerschop en Visscher het illustere reisduo zouden vormen. Zowel in het boek als in de voorstelling zijn Phileas Fogg en Passepartout elkaars tegenpolen. Verne schiep met gevoel voor drama twee extreem contrasterende karakters. Dat is niet vreemd voor een auteur als Verne. Hij was jarenlang directeur van de schouwburg in Amiens en trok veel op met toneelkunstenaars. Over Verne doet een mooie anekdote de ronde: bij toneelvoorstellingen verliet hij altijd vlak voor aanvang van het laatste bedrijf de zaal. Volgens Römer wilde Verne in alle vrijheid „zijn eigen slotbeeld bedenken, net zoals hij dat deed met zijn avonturenromans. Uitgaande van de laatste verwikkelingen fantaseren hoe het verder zou gaan.”

Aanvankelijk heeft Bert Visscher moeite met het samenspel met andere acteurs. „Als ik thuis repeteer”, zegt hij, „dan sta ik drie weken lang tegen een kale muur te spelen. Zo studeer ik mijn solo’s in. Eenmaal in de schouwburg regel ik alles. Licht en decor, zelfs na een rolwisselingen ben ik toch nog Bert Visscher. Het maximaal aantal seconden dat ik eens af was, bedraagt twaalf. Ik deed een kostuumwisseling. Blijf ik langer weg, dan stapt mijn publiek op. Zo simpel is dat. Ik ben niet gewend aan het spelen in een collectief met een ingestudeerde tekst. Maar het gaat steeds beter.”

Peter Heerschop als de stoïcijnse Brit oefent zich in een gelaatsuitdrukking die zo treffend pokerface heet. Heerschop: „Het geliefde spel van Phileas Fogg is whist, een Engels kaartspel dat wij niet in de voorstelling niet spelen. Poker past beter bij Fogg. Bovendien is het geheim van poker dat je niets verraadt van de kaarten in je hand. Je mimiek moet staalhard zijn. Dat vind ik een mooie rolopvatting, die ik graag vertolk. Een goeie pokerspeler heeft altijd de laatste slag in handen. Dat past mij wel.”

De theatervoorstelling van De reis om de wereld in tachtig dagen is niet de eerste. Op Nieuwjaarsavond van 1967 bracht Toneelgroep Centrum in de Haarlemse Stadsschouwburg een versie van De reis... geschreven door de Tsjechische toneelauteur Pavel Kohout. Saillant detail is dat de vader van Han Römer, Piet Römer, een „malle Passepartout” speelde, aldus het Algemeen Handelsblad op 2 januari. Ton van Duinhoven vertolkte een „parmantige Phileas Fogg” in een „schouwspel vol rare typetjes”.

Han Römer zag de voorstelling en herinnert zich dat voor aanvang Van Duinhoven en Römer een lied zongen over de wereldreis die ze gingen maken. „Ze stonden voor het fluwelen gordijn, dat zie ik nog voor me”, aldus Römer. „Ze brachten het verhaal getrouw aan Vernes roman. De schrijver kreeg de rol van commentator. In ons verhaal beschouwen we de Passepartout van Bert Visscher als een tijdreiziger. In de eerste scène komt hij als cabaretier thuis na een voorstelling ergens in het land. Hij is vervuld van zichzelf. Zijn vrouw wil eindelijk een goed gesprek: ze heeft een kinderwens. Visscher luistert niet. Dan katapulteert een tijdmachine hem naar 1870.”

Bert Visscher maakt de reis om de wereld, doorbreekt tijdzones en keert weer terug naar het nu. Bij thuiskomst blijkt zijn vrouw in verwachting. Visscher zegt tegen haar dat ‘hij in een gekkenhuis verbleef’. Zijn Passepartout is een personage dat uit het heden naar het verleden springt. En weer terug.

Han Römer: „Op die manier kijkt het publiek door de ogen van een hedendaagse Passepartout naar de innovaties en profetieën van anderhalve eeuw geleden. Zo zag onze wereld er toen uit. Daar ligt het begin van onze eenentwintigste eeuw.”

‘De reis om de wereld in 80 dagen’ door Zuidelijk Toneel. Tournee t/m 16/1. Inl. www.htz.nl ‘De reis om de wereld in tachtig dagen’, vertaling Kiki Coumans. Uitg. Athenaeum, € 22,50