'De vrije vlaktes hoor je terug'

In de jazz van Jan Garbarek, die morgen in Rotterdam speelt, klinkt de rust en ruimte van het Noorden: „Maar ik heb niet per se sneeuw in mijn hoofd.”

Noorse saxofonist Jan Garbarek

In de compositie The Tall Tear Trees razen haast voelbaar ijzige windvlagen voort. Daartegen klinkt Jan Garbareks eenzame saxofoonsolo. Fier trotseert hij de storm: lange noten tegen de wind; hoog en ijl, zilverig zuiver, wat dromerig maar uiteindelijk toch heel aards.

„Onze jazz heeft iets spiritueels en dieps”, zegt de 62-jarige Noorse saxofonist Jan Garbarek, die morgen optreedt in Rotterdam. ,,Maar niet bewust. Ik speel en denk universeel, en heb niet per se sneeuw en het Noorderlicht in mijn hoofd. Maar de vrijheid in een land met vier miljoen mensen in lege vlaktes klinkt zeker door.”

Het pas verschenen live-album Dresden is een prachtige registratie van Garbarek en zijn internationale groep: pianist Rainer Brüninghaus, bassist Yuri Daniel en drummer Manu Katché. In een wat esoterische jazzomgeving leiden de sierlijke en soms wat slepend opgebouwde composities tot aanzwellende, filmische aandoende climaxen. Er zit rust in deze jazz – een kenmerkend aspect voor de jazz uit het hoge noorden. Vestigden grote Amerikaanse musici zich decennia terug graag voor een tijd in Kopenhagen en Stockholm en beïnvloedden zij zo mede de jazz, in Oslo was het ‘altijd te koud voor invloeden van buitenaf’. De Noorse scene is er eigenzinniger, verlichter en vrijer door.

Vanaf de jaren zestig en zeventig geldt Garbarek als aanjager van de Scandinavische jazz. De saxofonist en componist sloeg op hoog zangerige sopraansax of diepe tenor nieuwe wegen in met zijn ruimtelijke, lineaire jazz. De wroetende vrije improvisatievormen van toen heeft hij los gelaten. „Juist binnen de freejazz kreeg ik het benauwd. Ik kon niet meer genieten van geforceerd anders te spelen.” Nu kennen zijn composities een duidelijke melodische en harmonische structuur. Dat maakt zijn jazz misschien wat minder avontuurlijk, maar zijn spel is onverminderd helder.

Het was vijf jaar wachten op een nieuwe plaat van Garbarek. Dresden gold aanvankelijk als een prive-opname. De saxofonist koesterde simpelweg nooit eerder een wens zijn concerten uit te brengen. „Ik herinner me vooral de stress die ik vroeger voelde bij een live-album. Los van de lading apparatuur en technici voelde ik de druk: het komt er deze avond op aan. Nee, ik prefereerde de zekerheid en rust in een studio.”

Maar nu het zo makkelijk is om op hoog niveau muziek te registreren liet hij toch banden meelopen bij vijf concerten in zijn Europese tournee in 2007. De show in Dresden sprong eruit. De sprankelend rijke ritmes van de Franse drummer Manu Katché zijn bijvoorbeeld goed getimede decoraties in Garbareks jazz. Hij heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot drummers, naar zijn voorbeeld John Coltrane. „Coltrane vormde speciale duo’s met drummers als Elvin Jones of Rashied Ali. Ook ik trek naar de beat. Nu vind ik in Katché mijn gelijke. Ik scherp mijn melodieën aan zijn ritmes.”

In Garbareks spel klinken slierten noten als kleine conversaties. „Ik ben geen man van woorden. Alleen via mijn noten vertel ik wat ik op mijn hart heb. Van nature ben ik een luie escapist. Maar bij een rood opnamelicht gaat het bloed kolken. Dan is er geen vluchten aan. Mooi hoe je dan telkens weer extra bronnen vindt.”

Garbarek speelt morgen in Theater Lantaren-Venster Rotterdam.