De koninklijke behandeling

Morrissey, de vroegere zanger van The Smiths, is niet meer zo excentriek als vroeger. ‘Ik ben een kind van Gucci’, zegt hij in een encyclopedie die aan hem en zijn werk is gewijd.

Simon Goddard: Mozipedia. The Encyclopedia of Morrissey and The Smiths. Ebury Press, 532 blz. €33,99

Popzanger Morrissey deed voor het eerst van zich spreken met de dramatische uitroep dat hij ‘geen draad aan zijn lijf had’. Dat zong hij in This Charming Man, de tweede, briljante single van The Smiths in 1983, met de regels, zowel camp als getuigend van proletarische armoede: ‘I would go out tonight, but I haven’t got a stitch to wear.‘

Een opmerkelijk lemma in de onlangs verschenen, vuistdikke Mozipedia van Simon Goddard, is dan ook ‘Clothes’. Daarin staan de favoriete modeontwerpers van zanger Morrissey, inmiddels de vijftig gepasseerd en al meer dan twintig jaar soloartiest, opgesomd. ‘Ik ben een kind van Gucci’, zegt hij daar. En: ‘Meestal ben ik zestig procent Dries Van Noten en veertig procent Helmut Lang.’ De ziekenfondsbril, tweedehands overhemden en slecht zittende spijkerbroeken behoren al lang tot de verleden tijd. Morrissey is nu een heer van stand, niet gespeend van enige glamour, terwijl The Smiths stonden voor anti-glamour en het tegendeel van alles wat in de jaren tachtig naar cool zweemde. De angstige provinciaal, die in de hoogtijdagen van The Smiths om de haverklap tournees afzegde omdat hij liever thuis bij de verwarming bleef zitten, is een wereldreiziger geworden, die meer concerten geeft dan ooit. Tot zijn wagenpark behoort een Porsche 911, een Jaguar en een Aston Martin uit 1977; hij bezit een villa in Los Angeles, die ooit toebehoorde aan filmster Clark Gable. Morrissey heeft bij tijd en wijle een privékok in dienst, die hem voorziet van vegetarische gerechten; geen hoogstandjes, want Morrissey eet het liefst alle gerechten gepureerd en zonder kruiden.

Van zijn roemruchte keuze om celibatair door het leven te gaan, lijkt al lang geen sprake meer te zijn. Het mooiste nummer op Years of Refusal, zijn dit jaar verschenen nieuwe plaat, ‘It’s Not Your Birthday Anymore’, beschrijft weinig zachtzinnig de vleselijke liefde (‘Right here, right now, on the floor’).

Deze triviale, voor de liefhebber onweerstaanbare feiten zijn ontleend aan Mozipedia, een naslagwerk dat Simon Goddard samenstelde. De fans van Morrissey zijn notoir fanatiek in hun ongebreidelde verering van de man. The Guardian omschreef de fans ooit simpelweg als ‘crazy’. Voor hen is de Mozipedia in de eerste plaats bedoeld, met lemma’s als ‘Cats’ (‘Morrissey’s favorite animal’) en levensbeschrijvingen van elke muzikant die ooit een drumstok heeft opgetild of aan een bas heeft geplukt op een plaat van Morrissey.

Maar tussen de trivia door is deze Mozipedia ook een naslagwerk van pophistorisch belang. Niet eerder is stelselmatig, song voor song, het gehele oeuvre van Morrissey op deze manier in kaart gebracht; een eer die doorgaans te beurt valt aan artiesten van het kaliber The Beatles en Bob Dylan. Dat ook Morrissey nu de koninklijke behandeling krijgt, is een aanwijzing dat hij is opgenomen in de canon van de groten der pophistorie.

Niet eerder zijn ook alle inspiratiebronnen, invloeden en verwijzingen in Morrisseys werk zo uitgebreid in kaart gebracht. Goddard ontsluit een universum van boeken, films en popsongs die Morrissey hebben geïnspireerd en waar hij vrijmoedig uit heeft geput, van tamelijk obscure inspiratiebronnen, zoals acteur John Garfield en cartoonist Ronald Searle, tot het Eurovisie songfestival. Dat loont, want Morrissey is een voorbeeld van de working class intellectual; zonder enige formele opleiding, maar erudiet en leergierig. Zijn songs zitten vol verwijzingen en dubbele bodems.

Bij elkaar zijn alle triviale feiten dan ook leerzaam. Ze maken eens te meer duidelijk dat Morrissey tijdens zijn carrière niet alleen heeft leren zingen – aanvankelijk had hij een lichtelijk monotone zeurstem, inmiddels is hij een crooner van formaat – maar ook heeft leren leven. Daarmee heeft hij misschien iets van zijn fascinerende excentriciteit verloren – maar Morrisseys imago als depressieve treurwilg was altijd al weinig meer dan een karikatuur, een onderschatting van zowel zijn scherpzinnigheid als de zelfspot van zijn werk.

The Smiths vormden een band die zichzelf definieerde als het tegendeel van de tijdgeest (geen videoclips!), maar die nu juist wordt vereenzelvigd met het decennium waaruit ze voortkwamen. Ze worden beschouwd als de belangrijkste popgroep van de jaren tachtig: opstandig, provocerend en bovenal non-conformistisch. Voor de groep geldt enigszins wat Morrissey ooit over zijn grote voorganger David Bowie zei: hij heeft in de popmuziek in zijn eentje een minstens zo grote revolutie veroorzaakt als de punkers later met zijn allen. The Smiths grepen terug op de oervormen van de popmuziek (rockabilly, melodieus gitaarwerk, glamrock), maar waren toch eigentijds en eigenzinnig.

Later eindigde het allemaal in ruzie en rechtszaken over royalty’s, waardoor gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien dat The Smiths meer waren dan een band rondom een charismatische zanger en zelfs meer nog dan een superieur songschrijversduo (Morrissey en Johnny Marr, de gitarist en muzikaal leider van de groep). The Smiths was een echte band, die in staat was een gedreven en opzwepend rockgeluid voort te brengen. Bij alle waardering voor Morrisseys latere, vaak wat onderschatte solocarrière – platen als Vauxhall and I, zijn meesterwerk, Bona Drag en Ringleader of the Tormentors doen niet onder voor het beste van The Smiths – het ‘bandgevoel’ van The Smiths heeft hij nooit meer kunnen benaderen.

Het voorwoord, waarin de auteur Morrisseys belang vergelijkt met dat van Einstein en Picasso, doet het ergste vrezen. Maar de Mozipedia is toch meer dan fanproza. Goddard heeft aan de literatuur over Morrissey een boek toegevoegd dat waarschijnlijk pas overtroffen zal worden als de zanger zijn reeds lang geleden aangekondigde memoires echt gaat schrijven.

En wie wil er nu niet weten wat Morrisseys favoriete soapserie is?