De band maakte van zichzelf al fictie

Leon Verdonschot: Denvis. Een rockroman. Thomas Rap, 171 blz. € 14,90

‘Een rockroman’, staat er bij wijze van ondertitel in grote letters op de voorkant van Denvis, het nieuwe boek van popjournalist Leon Verdonschot. Nu is het allang niet meer uitzonderlijk dat romanschrijvers hun verhalen op het rock-’n-roll-leven baseren, en het is zelfs vrij gewoon geworden dat rockzangers zich aan het schrijven van romans wagen, zoals Gorki-voorman Luc de Vos en ex-Tröckener Kecks-zanger Rick de Leeuw, om nog maar te zwijgen van Nick Cave en Leonard Cohen. De vraag is dus waarin het door Verdonschot geïntroduceerde genre van de ‘rockroman’ zich onderscheidt van ‘gewone’ romans.

Aan de stijl van Denvis valt in ieder geval niets uitzonderlijk rockachtigs te ontdekken. Sterker nog, Verdonschot schrijft behoorlijk belegen. Meer Barry Manilow dan AC/DC, zeg maar. Zinnen als ‘Och, hij wist het ook niet, hij dacht maar wat’ doen de adrenaline nu eenmaal niet van de pagina’s afspatten.

Het onderwerp van Denvis is op zichzelf rock-’n-roll genoeg: het verhaal gaat over de zanger van een van Nederlands vuigste punkrockbands: Sir Denvis Wankalot van The Spades. Die band baarde een paar jaar geleden opzien met in scène gezette vechtpartijen op het podium, elkaar en het publiek bespugende bandleden en zanger Denvis die tijdens het zingen zijn geslacht uit zijn broek placht te steken.

Voor de duidelijkheid: dit is dus geen fictie. Denvis bestaat echt en zijn levensverhaal zoals Verdonschot dat in zijn roman heeft opgetekend, komt, voorzover we dat kunnen nagaan, overeen met de bandbiografie. Nu kun je je natuurlijk afvragen of bands als The Spades hun eigen geschiedenis niet aandikken. Waarschijnlijk is de grens tussen fictie en werkelijkheid al lang geleden door Denvis zelf overschreden.

Het aardige van Verdonschots roman is dat hij dit gegeven thematiseert, en zo iets van de tragiek én de heldhaftige onverstoorbaarheid van zijn hoofdpersoon laat zien. Maar dit komt pas in de laatste pagina’s goed uit de verf, en dan heb je al veel te veel slappe hoofdstukken achter de rug om nog echt geïnteresseerd te zijn.

Als Verdonschot van Denvis gewoon een biografie had gemaakt, was het boek een stuk boeiender geweest. Óf hij had zelf over het literaire talent moeten beschikken om een roman te laten rocken. Nu maakt Denvis echter vooral duidelijk dat de rock-’n-roll van de band moet komen, niet van de popjournalist.