De Zitting / Bewoners observeren drugsdealers

rotterdam_charlois2Wat doen die ongure types toch de hele dag op straat? Om daar achter te komen hielden bewoners in Rotterdam-Charlois een logboek bij. Op basis daarvan startte justitie een onderzoek. De Rotterdamse rechtbank veroordeelde afgelopen donderdag twee drugsdealers tot celstraf.

“De mensen zijn het zat”, zegt mr. H. van Galen. De officier van justitie doelt op de “mistige dingen” die zich afspelen rondom café De Kleine Seinpost, op de hoek van de Brielselaan en Gaesbeekstraat in het Rotterdamse stadsdeel Charlois. Rondslenterend gespuis, mannen die zich ophouden in portieken. De bewoners hebben het straatleven maandenlang geobserveerd, gefotografeerd en vastgelegd in een dossier. “Wat de burgers hebben overlegd, is redelijk snel bevestigd door de politie”, aldus Van Galen. De conclusie: daar bij de Maashaven tiert de handel in drugs welig.

Achttien pakketjes cocaïne

Op 14 juli werd de 22-jarige Mohammed H. gearresteerd. In een zwarte etui droeg hij achttien pakketjes van twee bij drie centimeter bij zich. Cocaïne, zo bleek uit een analyse van het Nederlands Forensisch Instituut. De bewoners beweren dat hij ‘s ochtends werd gedropt, af en toe in een auto stapte, werd rondgereden en vervolgens weer werd afgezet. Dag in, dag uit. Ook is hij regelmatig gesignaleerd in het gezelschap van een “kale man”, die in het café beter bekend is als de Marokkaan ‘Ab’. De 27-jarige Ab zat donderdag naast hem in de rechtszaal. Hij werd op 27 juli in de kraag gevat met een behoorlijke som geld in zijn portemonnee: 2.209 euro en twintig cent. Ab en Mohammed zitten al zo’n drie maanden vast in gevangenis De Schie.

‘Ik kreeg eigenlijk geen geld’

Tussen Ab en Mohammed zit een tolk. Die is er voor Mohammed, een schuchtere jongeman die met zijn gedachten heel ergens anders lijkt te zijn. De Algerijn kan alleen Arabisch en een beetje Frans. “Salem heeft mij hier heen gehaald met de belofte dat ik in de bloementeelt zou gaan werken”, laat hij via zijn tolk aan rechter Bezuyen weten. Salem, of Samir zoals hij later wordt genoemd, is de drugsbaas die uit handen van de politie is gebleven. “Ik wist echt niet wat voor soort drugs het waren”, zegt Mohammed desgevraagd. Of er iets op de pakketjes stond, wil de rechter weten, maar Mohammed beweert niet te kunnen lezen en schrijven. Op de vraag wat hij ermee verdiende krijgt de rechter evenmin een helder antwoord. “Ik kreeg eigenlijk geen geld. Ben een keer bij Salems huis geweest om te douchen.”

Het leven in de gevangenis bevalt Mohammed wel. “Nu heb ik goed te eten en kan ik goed geslapen.” Voor Mohammed naar Rotterdam kwam, woonde hij in Frankrijk. “Daar was ik visser op een boot.” Meer wordt er niet duidelijk over zijn situatie. Justitie heeft ook geen gegevens. Alleen zijn illegaliteit kon vastgesteld worden.

Vijfendertig telefoontjes per dag

Ab is een ander verhaal. Bij binnenkomst in de rechtszaal kijkt hij boos om zich heen, maar gedurende de zitting gaan zijn schouders steeds meer hangen. De rechter weet namelijk alles van hem. Uit een reclasseringsrapport van een vorige zaak citeert ze één van zijn broers. “Hij zegt dat u een beetje verwend bent. Dat u een schop onder de kont zou moeten hebben.” Het strafblad van Ab bestaat uit zes pagina’s. Voor mishandeling heeft hij ooit een maand voorwaardelijk gehad. Ab is in Nederland opgegroeid en kan dus vloeiend Nederlands. Maar hij zegt nog minder dan Ab, want hij beroept zich op zijn zwijgrecht. Alleen over dat in beslag genomen geld wil hij iets kwijt. Dat was van zijn ouders, bedoeld om een rijbewijs te halen. De officier wil daar niets van weten. “Als het gaat om strafbare feiten houdt meneer zijn mond, maar als het gaat om geld, dan heeft meneer hele plausibele verklaringen.”

In het dagelijks leven is Ab minder zwijgzaam, zo blijkt uit een onderzoek naar zijn telefoongebruik. In een bepaalde maand pleegde hij gemiddeld vijfendertig telefoontjes per dag. De recherche heeft een aantal van zijn regelmatige contacten uitgenodigd op het bureau. Mensen die toegaven bij Ab cocaïne afgenomen te hebben.

‘Slachtoffer van slavernij’

Het verweer van zijn advocaat, mevrouw Peters, richt zich op het onderzoek naar de drugshandel. De verdachte en zijn straatgenoten zijn in drie weken tijd twintig uur geobserveerd. “Eén van de in burger verklede verbalisanten zegt: ik houd maar enige afstand, anders word ik ontdekt.” Peters wil dat het bewijs vernietigd wordt, omdat er voor stelselmatige observering een schriftelijk bevel nodig is. Ook vindt ze het ongeloofwaardig dat Ab niet op heterdaad is betrapt. Maar de officier legt dat verwijt naast zich neer. “Waarom we niet ingegrepen hebben? Heel simpel: om de handel te bewijzen.”

Ook advocaat El Assrouti wil dat zijn cliënt Mohammed wordt ontslagen van rechtsvervolging. Zijn pleidooi is verrassend. “Voor de buitenwereld is hij een ordinaire crimineel. Maar het ligt anders. Mijn cliënt is slachtoffer. Niet van drugshandel, maar van slavernij, mensenhandel, of hoe het ook mag heten. Hij werd bedreigd. Hij zit al 93 dagen vast en heeft helemaal geen bezoek gehad.”

Na een schorsing van een kwartier doet de rechter uitspraak. Ab wordt veroordeeld tot acht maanden cel, met aftrek van voorarrest. De 2.029,20 euro wordt verbeurd verklaard. Als hij vrij is moet hij onder verplichte behandeling van de reclassering. Mohammed moet van de opgelegde zes maanden celstraf nog drie maanden zitten en zal daarna overgedragen worden aan de Vreemdelingenpolitie. Dat past ook in zijn toekomstplan. “Ik wil terug naar Frankrijk om daar in de landbouw te gaan werken.”

Het verkopen of afleveren van cocaïne is strafbaar op basis van de Opiumwet.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.