Begin van het einde van de interne markt

Opel zou een grondig onderzoek naar mogelijke staatssteun niet overleven. En eurocommissaris Kroes wil niet het ontslag van 50.000 werknemers op haar geweten hebben.

De brief begint met ‘Beste Professor’. De afzender staat er met sierlijke krulletters boven: José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. In de brief, die dinsdag werd gepubliceerd, vraagt Barroso de voormalige Italiaanse eurocommissaris van mededinging Mario Monti een rapport te schrijven over hoe de Europese interne markt nieuw leven kan worden ingeblazen. De interne markt heeft volgens Barroso „nieuwe politieke wil nodig, om de dreiging van economisch nationalisme te weerstaan”.

Monti (66), sinds zijn vertrek uit Brussel in 2004 rector aan de Bocconi-universiteit in Milaan, krijgt een zware dobber aan dit rapport. De dreiging van economisch nationalisme heeft uitgerekend deze week extra dimensie gekregen: Monti’s opvolgster Neelie Kroes liet via haar woordvoerder weten dat zij „geenszins de intentie heeft” de verkoop van Opel aan het Canadese Magna te blokkeren. Hoe kan dit? Vorige week schreef zij nog aan de Duitse regering dat zij „sterke aanwijzingen” heeft dat Berlijn de Europese interne-marktregels heeft geschonden. Dit betekent dat de Commissie geen zaak tegen Opel begint.

Berlijn zou General Motors, eigenaar van Opel, hebben gedwongen het noodlijdende bedrijf aan Magna en het Russische Sberbank te verkopen omdat Magna meer garanties gaf voor het behoud van werkgelegenheid in Duitsland dan potentiële kopers als Fiat. Als dank geeft bondskanselier Merkel Opel 4,5 miljard euro aan staatssteun als de deal rondkomt. Met dat bedrag heeft zij ontslagen bij Opel in Duitsland afgekocht en afgewenteld op Opel-fabrieken in andere Europese landen. Deze landen, Groot-Brittannië voorop, zijn vervolgens een wedloop begonnen om eveneens de ontslagen in hún Opel-fabrieken af te kopen.

Als de Commissie aanwijzingen heeft dat een land staatssteun op verkeerde gronden gebruikt, heeft zij volgens het Verdrag van Rome (1957) de plicht daar onderzoek naar te doen. Dit onderzoek, bevestigen betrouwbare bronnen, zal niet plaatshebben. Reden: de Opel-zaak is zo complex en over zoveel landen en spelers uitgewaaierd, dat het maanden gaat duren om de onderste steen boven te krijgen. Maar Opel zit zo aan de grond dat het januari niet haalt.

Kroes heeft, kortom, de tijd niet om onderzoek te doen. Zij moet, zoals de voormalige Italiaanse minister van Financiën en euro-architect Tommaso Padoa-Schioppa gisteren in deze krant zei, „kiezen tussen de duivel en het heilige water”: wat ze ook doet, het is altijd verkeerd. Als zij onderzoek start naar ongeoorloofde staatssteun bij Opel, gaat Opel op de fles. Als ze géén onderzoek doet, geeft ze de interne markt en de spelregels van die interne markt een dreun – want als Duitsland aan protectionisme mag doen, mag iedereen het. Haar keus voor deze laatste optie toont aan dat de Europese regels vrijwel niet te verzoenen zijn met de rauwe vereisten van de recessie.

Bij Opel in Europa werken 50.000 mensen. Kroes wil hun ontslag niet op haar geweten hebben. José Manuel Barroso, haar baas, al helemaal niet. Hoogstwaarschijnlijk krijgt Kroes, als VVD’er, geen nieuwe termijn. Afhankelijk van de kansen van premier Balkenende als nieuwe president van de Europese Raad zal het Nederlandse kabinet als nieuwe eurocommissaris een CDA’er of PvdA’er sturen. Maar Barroso is net weer voor vijf jaar benoemd. Mede dankzij de Duitse bondskanselier Merkel.

Naar verluidt heeft Barroso Kroes niet gedwongen het Opel-onderzoek te laten vallen. Het zou uiteindelijk haar eigen beslissing zijn geweest. Maar het was een moeilijke beslissing. Kroes heeft een goede reputatie in Brussel. Ze probeert de interne-marktregels even orthodox toe te passen als haar voorgangers Monti en de onlangs overleden Belg Karel van Miert. „Zijn alle Nederlandse vrouwen zo koppig?” vroeg een Commissie-functionaris onlangs.

Maar de zaak-Opel is zelfs voor haar te politiek. Als de Commissie Opel failliet laat gaan, raakt Barroso de steun van Duitsland kwijt. Als Duitsland – de politiek-economische motor van Europa – het EU-belang niet meer verdedigt, is de Commissie nergens meer.

Kroes wilde de Duitsers wél duidelijk maken dat zij weet wat er is gebeurd met Opel. Dat ze geen doetje is. Vandaar dat ze vorige week vrijdag een brief naar Berlijn publiceerde, waarin staat dat zij aanwijzingen heeft dat de Duitse regering General Motors de Opel-verkoop aan Magna heeft opgelegd, en concurrenten uit de markt heeft geduwd door met staatsgaranties te zwaaien. Kroes eiste ook dat GM aantoont dat er geen politieke inmenging is geweest. GM kan rustig een brief terugschrijven dat er geen inmenging was – de kunst van het weglaten volstaat. Deze brief wordt niettemin in de Duitse pers „de haatbrief” genoemd. Duitse journalisten, die vergaten dat Kroes het met vrijwel álle EU-regeringen aan de stok heeft, vroegen gisteren: „Heeft Kroes de pest aan Duitsland?”

Barroso polste Mario Monti begin september, toen de contouren van deze politieke krachtmeting opdoemde. De brief aan Monti werd niet toevallig deze week openbaar. De affaire-Opel legt een bom onder de interne markt. Barroso moet aantonen dat hij begrijpt wat er op het spel staat. Monti is behalve ‘interne-markt-ayatollah’ vurig pleitbezorger van meer Europese integratie. Hij is voor Europese belastingen en meer Europees sociaal beleid. Als dat er was geweest, had ‘Europa’ Opel kunnen redden en waren EU-landen niet in een protectionistische wedloop beland die de Europese concurrentieregels met voeten treedt. Monti wilde geen schaamlap voor Barroso zijn, en bedong onafhankelijkheid en publicatie van zijn rapport.

Frankrijk, dat de volgende eurocommissaris Interne Markt wil leveren, is niet blij met deze politieke opdracht voor Monti. Parijs denkt dat Barroso hun vermoedelijke kandidaat Michel Barnier (die al sollicitatiegesprekken voor medewerkers voert in Brussel) bij voorbaat intellectuele manoeuvreerruimte wil ontnemen. Dat gebeurt er als recessie de interne markt bedreigt: een kettingreactie van politieke gevechten.