Alle remmen los

Niets was te bar bij het filmen van ‘Antichrist’. Na de première in Cannes werd Von Trier beticht van vrouwenhaat. „Zoals elke vrouw is Zij een heks.”

De zo ontspannen Lars von Trier is plots op zijn hoede, fronst. Nee, hij wil die genitale horror in zijn speelfilm Antichrist echt niet uitleggen, laat staan rechtvaardigen. De hardcore porno. Die penis die bloed ejaculeert. Die vrouwenbesnijdenis met een schaar. Grenzen accepteert hij niet als filmmaker. „Alles wat een mens zich kan inbeelden, mag hij ook in een film tonen”, vindt Von Trier. „Maar sommige dingen kun je achteraf niet analyseren. Elke verklaring klinkt hoe dan ook stupide.” Het zijn beelden die al heel lang door zijn hoofd spoken, die hij als jongen al in zijn 8mm-filmpjes probeerde te vangen. Intuïtief, onberedeneerd. „Omdat ik geestelijk zo totaal was ingestort, kreeg ik gemakkelijker toegang tot die beelden.”

Antibes, eind mei, Hotel du Cap. Filmmaker Lars von Trier (53) is enkele dagen geleden met zijn camper bij het filmfestival van Cannes aangekomen voor de wereldpremière van Antichrist: uit vliegangst arriveert hij doorgaans over de weg uit Denemarken. Het is de belangrijkste film die hij ooit maakte, herhaalt Von Trier keer op keer. Een bevrijding, een martelgang ook. Een half jaar lang leed hij in 2007 aan een zware depressie, hij moest zichzelf uit bed sleuren om dagelijks tien pagina’s scenario voor Antichrist te schrijven. Tijdens de opnames in Duitsland voelde hij zich bijna invalide, kon hij geen camera bedienen, sloeg hij soms op de vlucht voor een paniekaanval.

Antichrist is een getormenteerde film vol schuld en seksuele paniek. Een echtpaar (Willem Dafoe en Charlotte Gainsbourg) verliest een zoontje dat uit het raam kruipt en te pletter valt terwijl zij de liefde bedrijven. Verdriet en wroeging drijven de vrouw in een catatonische toestand. De zelfgenoegzame man wil haar genezen door haar naar de plek te brengen die zij het meest vreest: hun huisje in het bos. Hij is cognitief therapeut: trauma’s genees je door ongunstige denk- en gedragspatronen los te masseren. In alle redelijkheid. Maar Freud blijkt nog niet dood.

Dat de man en vrouw geen namen hebben – ze heten Hij en Zij – suggereert dat het een soort archetypes zijn. Eden, zoals hun huisje in het bos heet, wordt het toneel van een freudiaanse, of eigenlijk jungiaanse nachtmerrie, een oorlog tussen de seksen zonder krijgsgevangenen. Animus versus anima, waarbij Hij de futiele redelijkheid en controle belichaamt die Zij meedogenloos verwoest. De vrouw als oerkracht, nihilistisch en destructief als de natuur, de ‘kerk van Satan’.

Antichrist oogt met al zijn lugubere slapstick inderdaad als een soort bevrijding voor Von Trier. De remmen gaan nu echt los. Ook stilistisch. Acteur Peter Stormare merkte ooit op dat werken met Von Trier zoiets was als gekozen worden in een droomelftal dat vervolgens blootsvoets op een kiezelstrand moet voetballen. Niet in Antichrist: de formele beperkingen die hyperstilist Von Trier zichzelf vanaf zijn manifest Dogme ’95 oplegde (geen kunstlicht, muziek, decors, etc.) zijn van de baan, voor het eerst sinds Europa (1991) geeft hij zichzelf de vrije hand. Dat levert sprookjesachtig mooie beelden op, zoals de monochrome opening waar het zoontje met teddybeer in slowmotion in de sneeuw stort.

Cannes is al een kwart eeuw Lars von Triers favoriete theater. Hier provoceert hij al sinds hij in 1984 verkleed als skinhead met The Element of Crime debuteerde – en in woede uitbarstte toen hij ‘slechts’ een technische prijs kreeg. In 1987 liep de geharde filmpers van Cannes massaal weg uit Epidemic, in 1991 schold hij juryvoorzitter Roman Polanski uit voor dwerg omdat Europa de Gouden Palm misliep, met Breaking the Waves (1996) ontbrak hij door een fobische aanval (zijn bekende fobieën: treinen, vliegtuigen, boten, bloed, ziekenhuizen en massa’s). Na The Idiots, zijn Dogme-film, protesteerde vooral de Angelsaksische pers in 1998 over de ‘nodeloze’ toevoeging van harde porno. Toen Von Trier in 2000 dan eindelijk zijn Gouden Palm kreeg voor Dancer in the Dark had iedereen het over hoofdrolspeler Björk, die hij zo tot wanhoop had gedreven dat ze een bos in was gerend en had geprobeerd haar kostuum op te eten. Drie jaar later was er rond Dogville opnieuw gedoe over vermeende misogynie en anti-amerikanisme.

Adel verplicht, de première van Antichrist in het Palais des Festivals verloopt dan ook volgens verwachting: na afloop klinkt hartstochtelijk applaus, maar veel meer afkeurend gejoel. In de persconferentie kapittelt een filmcriticus van de Britse tabloid Daily Mail op hoge toon de Deense regisseur: wat heeft hij te zeggen om dit te rechtvaardigen? Von Trier windt zich zichtbaar op. Zijn handen trillen. Moet hij zich rechtvaardigen? Hij is de beste regisseur ter wereld! Hoofdrolspelers Dafoe en Gainsbourg kijken bezorgd en verbaasd toe terwijl de adrenaline de regisseur tot grote hoogte stuwt: de ene oneliner volgt op de andere. Over cognitieve therapie, die hij zelf een jaar onderging: „Ze genezen hoogtevrees door mensen ergens in te laten springen. Dat werkt zolang de afgrond niet al te diep is.” Over de beruchte ‘zelfbesnijdenis’ van Gainsbourg: „Een moeilijk scène voor Charlotte, het moest wel in één keer goed.” Gainsbourg glimlacht met geloken ogen.

Twee dagen later oogt Von Trier in Hotel du Cap onverwachts vrolijk en sereen als hij interviews geeft aan kleine groepjes journalisten. Een staalblauwe lucht boven Antibes, jachten in de baai, het rumoer van Cannes twee landtongen verder. Was het schandaal naar wens, vragen we. Niet echt, zo blijkt. „Natuurlijk wil je aandacht voor je film. En controverse, dat ook. Maar toch blijf je hier in Cannes dat opgewonden jongetje dat zijn kleine tekening aan zijn moeder laat zien. En die wil dat zij zegt dat het mooi is, zodat hij weet dat ze van hem houdt. Ik kan wel stoer doen, maar zo is het.”

Von Triers moeder, daar is ze weer. Een Amerikaanse grijpt haar kans en legt hem op de sofa. Het kleine jongetje dat in Antichrist sterft terwijl zijn moeder hem negeert, dat is hijzelf toch zeker? Von Trier hapt gretig toe. „Uiteraard ben ik dat! Mijn moeder heeft mij nooit een echte kindertijd gegeven. Voor mij was zij magisch, maar zij behandelde me nooit als kind. Als ik vroeg: ‘ga ik vannacht dood’, dan antwoordde zij: ‘misschien wel ja.’ Haar vastbeslotenheid om de waarheid te zeggen was belangrijker dan mij te beschermen. Als mijn kinderen zoiets vragen, zeg ik: ‘natuurlijk ga je niet dood, liefje’.”

Daar is de moeder weer. Exegeten wijten zijn moeizame omgang met vrouwen graag aan zijn moeder, een gedachte die Von Trier aanmoedigt. Zij was een radicaal communiste, feministe en nudiste die ondanks al haar hoekige, meedogenloze eerlijkheid in 1995 op haar sterfbed een kolossale leugen opbiechtte: in het kader van ‘creatieve genen’ had zij Lars door een andere man laten verwekken dan zijn vermeende vader. Von Trier bevestigde eens dat hij zijn moeder, jarenlang hoofd van de Deense feministenbond, postuum nog steeds tracht te schofferen.

Het meest gehoorde verwijt bij Antichrist luidt in Cannes vrouwenhaat. Opnieuw. Antichrist wemelt van bosdieren die hun nageslacht oppeuzelen; ‘Zij’ is een heks die man en kind subtiel foltert. Is Zij echt een heks? „Zoals elke vrouw”, grijnst Von Trier. „Schrijf dat maar op.”

Het verwijt van misogynie achtervolgt Von Trier sinds Breaking the Waves, het eerste melodrama uit zijn ‘Gouden Hart-trilogie’ waarin hij als een moderne De Sade opofferingsgezinde, goedwillende vrouwen liet uitbuiten, misbruiken en sterven. Maar anders dan bij De Sade zegevieren zijn Justines uiteindelijk over botte, stupide mannen, al is het als martelaar. God laat voor Bess de klokken luiden (Breaking the Waves), Selma vermoordt de dief zodat haar kind een oogoperatie krijgt (Dancer in the Dark), Grace laat het complete dorp uitroeien dat haar kwelde (Dogville). Antichrist spiegelt dat scenario: nu krijgt een harpij haar trekken thuis. Maar Von Triers man blijft een pathologische sukkel die gelooft in de abstracties en drogredenen waaronder hij zijn werkelijke motieven verbergt.

Von Trier-haters gooien de vrouwen in zijn films doorgaans op één hoop met anekdotes over extreme tensie op zijn filmsets en gillende ruzies met actrices. Björk die achteraf verklaarde nooit meer te acteren en Von Trier een seksist noemde. (Tegenspeelster Catherine Deneuve schilderde haar juist af als narcistische dramaqueen). Nicole Kidman die bij Dogville bij een boswandeling drie uur onafgebroken tegen Von Trier krijste. Andere acteurs die klagen dat Von Trier geen aanwijzing geeft, om ze bij de knieën af te zagen als ze zelf iets proberen. Anekdotes over verknipte machtsspelletjes. Maar al die spanning leidden wel tot een doorbraak voor Emily Watson en Gouden Palmen voor Björk en Charlotte Gainsbourg.

Misschien dat hoofdrolspeler Charlotte Gainsbourg (37) iets brisants meldt. De dochter van chansonnier Serge Gainsbourg en hijgmeisje Jane Birkin houdt elegant hof in een naburige cabine in de tuin van Hotel du Cap. Jongensachtig en frêle, met spijkerbroek en grijs shirt, roert ze schijnbaar verlegen in een kopje kruidenthee. Ze zal die week een Gouden Palm winnen, maar dat is later.

Is ‘Zij’ in Antichrist nu een heks? Gainsbourg: „Welnee. Of … nou ja, ik weet niet. Ik denk liever dat het schuldgevoel over haar dode kind haar zo overweldigt dat ze zichzelf als heks ziet.”

Antichrist was een uitputtingsslag, maar geen kwaad woord over Von Trier. Met een masturbatie- en seksscène tussen boomwortels en het gebruik van pornoactrices als body double had zij geen moeite, een wurgscène was lastiger. Daarvoor moest ze van de regisseur eerst „afschuwelijke wurgbeelden op internet” bekijken. „Geen idee waar Lars die allemaal vandaan had. Willem (Dafoe) kneep mijn keel echt dicht, Lars liet die scène heel lang doorgaan. Ik was overigens bereid om bewusteloos te raken tijdens die opname.”

Want, vervolgt Gainsbourg, „ik voelde me veilig, ik wilde Lars beschermen. Hij is niet agressief tegen acteurs, zoals je vaak hoort, al is zijn stilte soms intimiderend. We maakten ons zorgen, wisten dat hij paniekaanvallen kon krijgen en van de set kon rennen.”

Von Trier haat vrouwen niet, denkt ze. „Hij is misschien wel bang voor ze.”

Antichrist is Von Triers meest persoonlijke film. Hij verwerkte zijn ervaringen met cognitieve therapie.

Von Trier: „Truc is jezelf wijs te maken dat het werkt. Tot je merkt dat het niet zo is.” Want uiteindelijk werken alleen medicijnen: leve de Xanax. „Ik heb een hekel aan mensen die pillen tegen depressie afwijzen omdat het ‘diepere oorzaken’ niet blootlegt. Het is overmoed te denken dat je die ooit vindt. Xanax gaf me goede jaren, een depressie maakt een mens zo miserabel.”

Een andere inspiratie voor Antichrist komt terloops ter sprake als Von Trier vertelt hoe gegriefd hij was toen filmjournalisten schamper grinnikten bij zijn pratende dieren die hun eigen ingewanden en jongen verscheuren. Dat is geen grapje, zegt hij stellig. Maar dat vosje dan, dat „chaos reigns!” galmt als een voorman van een Scandinavische deathmetalband? Dat is toch zeker een grap, vraag ik hem. Integendeel: Von Trier begint een betoog over sjamanisme. De geleidegeest, of totemdier, van zijn lievelingstante was een vos, zegt hij. Toen zij in het ziekenhuis lag en hij haar wilde bezoeken, vertelde een rode vos dat zij dood was. Daarna kwam Von Trier twee witte vossen tegen die zeiden: ‘vertrouw nooit de eerste vos die je ontmoet’. En inderdaad, de tante bleek in leven.

Een diepe stilte valt rond tafel. Waar heeft hij het over? Wat is uw totemdier, vraag ik. „Een otter”, zegt de filmmaker zonder zweem van spot. „Speels, levenslustig. Dat heb ik nodig.”

Sjamanisme, waarmee Von Trier flirt, verklaart veel beelden in Antichrist . Getraumatiseerde zielen vinden genezing door in trance te raken en dan met een geleidegeest, een dier, een zielenreis te maken. Antichrist wemelt van de sjamanistische motieven zoals de terugkeer in de aarde en schuilen onder de wortels van een levensboom: als ‘Hij’ zich in een konijnenhol onder boomwortels wrikt bijvoorbeeld. Je kan dus de werken van antropoloog Levi-Strauss openslaan om Antichrist te verklaren, zoals een collega zich na afloop voorneemt. Of het niet te ingewikkeld maken. Charlotte Gainsbourg zegt dat ze met een schrift vol notities bij Von Trier kwam: zij begreep het script niet. „Maar Lars ook niet, dus was het goed.”

Bij sardonicus Von Trier weet je toch nooit waar spel begint en ernst eindigt. In de voetsporen van zijn moeder noemt hij zichzelf een militant atheïst, tegelijk is hij gebiologeerd door religie. Von Trier: „De Bijbel, Scientology: ik zie daar weinig goddelijks in. Toch besef je dat er iets essentieel menselijks achter schuilgaat.” Voor hem blijft film de enige religieuze ervaring. „Als beeld en geluid samenkomen en je weet dat je iets geschapen hebt.”