Uitstel dreigt van verkiezingen Irak

Het Iraakse parlement is er gisteren niet in geslaagd het eens te worden over een nieuwe verkiezingswet, waardoor uitstel dreigt van de voor 16 januari afgesproken parlementsverkiezingen. Een Amerikaanse onderminister van Defensie, Michèle Flournoy, zei dat president Obama’s tijdschema voor troepenterugtrekking uit Irak hierdoor in gevaar kan komen.

De parlementsleden zijn al weken in een bitter dispuut verwikkeld over de wet, die het raamwerk voor de parlementsverkiezingen moet leveren. Er zijn twee problemen: de kwestie-Kirkuk en de vraag of er gesloten of open kandidatenlijsten moeten komen.

De toekomst van Kirkuk – moet de noordelijke oliestad bij het autonome Koerdistan komen of niet – is op dit moment het belangrijkste conflict in Irak. Veel parlementsleden willen een speciaal arrangement voor de verkiezingen in dit gebied, uit angst voor grootscheepse manipulatie van de demografische verhoudingen.

Maar politieke analisten in Irak denken dat deze kwestie wel kan worden opgelost, bijvoorbeeld door uit te gaan van de kiezersregisters van 2004, maar dat ‘Kirkuk’ als handig rookgordijn wordt gebruikt door degenen die zich verzetten tegen open kandidatenlijsten. Dit systeem, dat eerder dit jaar werd geïntroduceerd bij de provinciale verkiezingen, houdt in dat de kiezers met voorkeursstemmen een kandidaat die onderaan een partijlijst staat, toch in een raad of parlement kunnen kiezen.

De belangrijkste geestelijk leider van de shi’itische meerderheid, groot-ayatollah Ali Sistani, heeft zich uitgesproken voor het open systeem. Maar hoewel de grote shi’itische partijen eveneens publiekelijk hun voorkeur hiervoor uitspreken, zouden zij in werkelijkheid willen vasthouden aan het oude systeem waaronder het partijleiderschap bepaalt wie waar op de lijst komt.

De Amerikaanse onderminister Flournoy zei dat Washington al zijn invloed aanwendt om de verkiezingen op tijd te laten plaatshebben. Volgens plan moeten alle Amerikaanse gevechtstroepen volgend jaar augustus Irak hebben verlaten, maar, zo zei Fourmoy, „als de nood aan de man komt zullen we de zaken heroverwegen”. (Reuters, AP, AFP)