Speuren naar de spanning in 'Art of Fashion'

Tentoonstelling Art of Fashion: Installing Allusions. In Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18, Rotterdam. T/m 10 jan. di-zo 11-17 u. Inl: 010-441 9400, boijmans.nl * *

Een jurk in een aquarium, een vestje van scherven, een kostuum dat geluid maakt. Het klinkt opwindender dan de zomermode voor 2010 die de afgelopen weken voorbij kwam op de internationale catwalks. Maar is het dat ook?

Museum Boijmans Van Beuningen wil in de tentoonstelling The Art of Fashion: Installing Allusions „het spanningsveld tussen mode en kunst” in beeld brengen. Drie modelabels, Viktor & Rolf, Walter Van Beirendonck, Hussein Chalayan, en de kunstenaressen Anna-Nicole Ziesche en Naomi Filmer kregen de opdracht om met dat thema nieuw werk te maken. Hun installaties zijn aangevuld met bestaand en nieuw werk van vijfentwintig modeontwerpers en kunstenaars.

Samenstellers van The Art of Fashion zijn José Teunissen, modelector bij Artez Arnhem en voormalig modeconservator van het Centraal Museum, en kunstverzamelaar en museummecenas Han Nefkens. De Britse Judith Clark gaf de tentoonstelling vorm, en koos voor een minimalistische opstelling met veel ruimte tussen de geëxposeerde kleding en kunstvoorwerpen. Dynamiek en onderlinge verbanden worden gesuggereerd door een wit lijnenpatroon op de grijze museumvloer.

Het aftasten van de grens tussen kunst en mode is interessant en dat er een relatie bestaat tussen de twee is zeker. Bekend voorbeeld uit de jaren dertig is de vruchtbare samenwerking van modeontwerpster Elsa Schiaparelli (1890-1973) met de kunstenaars Picasso, Dalí en Cocteau. Enkele geslaagde ontwerpen werden vorig jaar in Boijmans geëxposeerd op Surreal Things: Surrealism and Design . Yves Saint Laurent gebruikt vanaf 1965 kunst als een van zijn inspiratiebronnen. Beroemd zijn de in borduursteken uitgevoerde hommages aan Van Gogh, Mondriaan, Matisse en Pop-Art, zoals perfect werd aangetoond op de expositie Dialoog met de kunst in het YSL-museum in Parijs.

Een ander opwindend raakvlak van kunst en mode zijn de tassen die bijvoorbeeld Tracey Emin, Richard Prince en Murakami de laatste jaren voor veel geld versieren voor dure modelabels. In Rotterdam gaat het niet over dergelijke samenwerkingen of over bestaande kunst als inspiratie voor kleding.

Hussein Chalayan plaatst een ronddraaiende pop in een zwierig jurkje in een glazen bak die tot schouderhoogte van de pop gevuld is met water. Zes camera’s registreren de bewegingen die verderop worden geprojecteerd op zes schermen.

Viktor & Rolf exposeren Alternative No 1. De installatie bestaat uit een parfumfles geconstrueerd uit delen van diverse parfumflessen, een reclamefoto met een vrouwenhoofd met een open mond met daarin een roos die doet denken aan een vagina. In de verduisterde ruimte waar dit te zien is, hangt een misselijkmakende geur. Een parfumconcept als kunstwerk, waarom niet? Maar Viktor & Rolf deden dit eerder, en beter. Al is de fles een juweeltje.

De kleurrijke tempelgevel en de sarcofaag met fiere fallus van Walter van Beirendonk is een vrolijke eye catcher die zeker de fantasie van elke bezoeker op hol zal brengen, maar is het grensverleggende kunst? Wordt hier een spanningsveld gesignaleerd? Meeslepend wil geen van de in opdracht gemaakte installaties worden.

Sommige van de ruim veertig aanvullende werken uit vooral de eigen collectie van Boijmans overtuigen veel meer. Brute elegantie spreekt uit de serie lederen karkassen, Carapace 2,3,4, van Dai Rees die met vleeshaken aan het plafond hangen. Rees naaide de schonkige sculpturen uit geknipte kledingpatronen uit de jaren vijftig en legde ze in met versieringen van ivoor en hout.

Maar eenzaam geëxposeerde jurken, of een sober gepresenteerd plastic pruikje leveren alleen maar een hulpeloos gevoel op doordat de werken uit hun context – de magische modeshow of presentatie – zijn gehaald. Zo ontglipt veel de Art of Fashion. De wil om als bezoeker dingen te ervaren of te onderzoeken wordt bovendien niet gestimuleerd door de steriele en onaantrekkelijke opstelling.

De weinig avontuurlijke keus van de publiekstrekkers – Chalayan, Viktor & Rolf en Van Beirendonck duiken al jaren op als de woorden kunst en mode vallen – verhindert dat het spannende uitgangspunt van de expositie tot leven wordt gebracht. De ontwerpers hebben de opdracht van het museum uitgevoerd en voldoen aan de verwachting, maar helaas niets meer dan dat.

Het ontbreekt deze groots opgezette expositie aan overtuigend bewijsmateriaal. Het lijkt of Nefkens, Teunissen en Clark te lang over het uitgangspunt hebben door gefilosofeerd en vergeten zijn het verband inzichtelijk te maken voor de toeschouwer. De suggestieve witte lijnen op de vloer kunnen niet verhullen dat er enkel geïsoleerde voorbeelden van kunst en mode worden getoond. Op een betere expositie had iedereen kunnen zien dat mode en kunst wel degelijk aan elkaar gewaagd zijn en elkaar kunnen opjagen tot spannende hoogtepunten.