'Kwestie-Pechstein is een zaak op zichzelf'

Voor Arne Ljungqvist staat de dopingzaak-Pechstein los van het biologische paspoort. Invoering is een kwestie van tijd. Maar hoe controleer je al die Afrikaanse toplopers?

Claudia Pechstein? De Zweedse professor Arne Ljungqvist (78) volgt de zaak rond de Duitse schaatsster met interesse. Maar of het een testcase voor het zogenoemde biologische paspoort is, waarbij de bloed- en urinewaarden van sporters worden geregistreerd, betwijfelt hij. Bij Pechstein gaat het volgens de voorzitter van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) om een jarenlange overdosis aan jonge bloedcellen (reticulocyten) en niet om de combinatie met het hemoglobinegehalte en de hematocrietwaarde. „Het is een zaak op zich.”

Het biologische paspoort – dat vooral van belang is in duursporten – kan volgens de professor, die zich na de oncologie toelegde op sportgeneeskunde, pas als bewijs voor een dopingovertreding dienen als alle parameters 100 procent duidelijkheid verschaffen. Zolang niet is uitgesloten dat verdachte bloedprofielen ook via de natuurlijke weg kunnen ontstaan, ontbreekt volgens hem de wetenschappelijke grondslag. „Vooralsnog zien wij het biologische paspoort als een indicatie om gerichte dopingtesten uit te voeren.”

De zaak-Pechstein is volgens het IOC-lid wel een testcase voor de internationale schaatsunie ISU. Die moet bewijzen dat de grote hoeveelheden reticulocyten veroorzaakt zijn door bloeddoping of gebruik van bijvoorbeeld het eiwithormoon epo. Het is aan de Duitse schaatsster om aan te tonen dat de onevenredige hoeveelheid jonge, onrijpe, rode bloedcellen een lichaamseigen oorzaak heeft.

„Wat niet wegneemt, dat het biologische paspoort er zal komen”, zegt Ljungqvist, tevens voorzitter van de medische commissie van het antidopinginstituut WADA. Een kwestie van wetenschap en praktijk, stelt hij. En van uitvoerbaarheid. Maar dat is een knelpunt: „De wielrenners, schaatsers en langlaufers vormen een overzichtelijke groep duursporters van wie gemakkelijk een basisprofiel is bij te houden. Maar dat geldt niet voor de langeafstandslopers. In Afrika komen er dagelijks nieuwe toplopers bij. Het is bijna ondoenlijk die groep intensief te testen.”

En dan is er de zaak Caster Semenya, de Zuid-Afrikaanse atlete van wie de IAAF het geslacht laat onderzoeken. Ljungqvist, tot 2007 voorzitter van de medische commissie van de atletiekunie, hield zich bij de WK in Berlijn verre van de zaak, hoewel hem wel om inmenging was gevraagd. „Maar dat kon ik vanwege mijn IOC-pet niet doen. Trouwens, als voorzitter van de medische commissie krijg ik er hoe dan ook mee te maken.”

De kwestie-Semenya leerde Ljungqvist dat er haast gemaakt moet worden met een nette, menswaardige en wetenschappelijk verantwoorde screening van transseksuele sporters. Daarom heeft hij als voorzitter van de medische commissie van het IOC het initiatief genomen tot een expertmeeting op het hoofdkantoor in Lausanne en een grote internationale conferentie in Miami, die in samenwerking met Amerikaanse wetenschappers wordt gehouden.

Wat laat, erkent Ljungqvist. Maar beter dan nooit. „Sinds het IOC tien jaar geleden de onethische chromosomentest voor vrouwen afschafte, heeft de wetenschap niet stilgestaan. Wij willen weten wat we met de kennis kunnen doen om de sekse van een sporter betrouwbaar te kunnen vaststellen. Hoe delicaat ook, we moet indicatoren hebben om te voorkomen dat mannen in vrouwenwedstrijden uitkomen.”

Volgens Ljungqvist doet het probleem zich vooral voor in minder ontwikkelde gebieden. „Bij ons in Zweden volgt bij twijfel over het geslacht een medische behandeling na de geboorte. Daar niet. De vijf gevallen die ik heb meegemaakt, kwamen uit de derde wereld.”

Een andere kwestie waar Ljungqvist zich over buigt, is het dopingreglement in de paardensport. Vorig jaar bij de Olympische Spelen werden de wedstrijden in Hongkong overschaduwd door vier positieve gevallen. Voor IOC-voorzitter Jacques Rogge aanleiding Ljungqvist persoonlijk te vragen die zaak te onderzoeken. Rogge wil voorkomen dat die discipline bij volgende Spelen opnieuw in diskrediet wordt gebracht.

Ruiters worstelen met de ‘nuloptie’, die ervoor zorgt dat iedere vorm van medicijngebruik bij paarden tot een positieve dopingtest kan leiden. Een eerste rapportage van Ljungqvist in maart is goed ontvangen, waarna nieuwe procedures zijn opgesteld. Die worden momenteel beoordeeld door de nationale paardensportfederaties, waarna op 18 november op de jaarvergadering van de overkoepelende FEI in Kopenhagen over een ander dopingreglement wordt gestemd. Ljungqvist wil niets over de inhoud kwijt, maar liet doorschemeren dat afschaffing van de nuloptie niet is uitgesloten.

Ten aanzien van de Olympische Winterspelen, die van 12 tot en met 28 februari in Vancouver worden gehouden, meldde Ljungqvist dat 2.500 dopingcontroles worden uitgevoerd. Maar hij verwacht na aranesp en cera geen ontdekking van een nieuwe generatie epo. Ljungqvist meldt verder dat het IOC in Vancouver een valide test heeft voor de opsporing van cera, zodat niet achteraf hoeft te worden gecontroleerd, zoals na de Spelen in Peking is gebeurd.

Dit is het twaalfde deel in een serie over doping. Lees eerdere delen via nrc.nl/sport