'Enfant terrible' van de gedragsbiologie

Een kat die een gevecht verliest gaat zich soms verwoed wassen. Dat is overspronggedrag, weten we dankzij etholoog Adriaan Kortlandt.

Adriaan Kortlandt bij het 'oversprongbankje' in Artis. (Foto Artis) Artis

Het was vooral zijn strijdvaardige houding en tegendraadsheid die Adriaan Kortlandt een normale wetenschappelijke loopbaan in de weg heeft gestaan. Hij was het ‘enfant terrible’ van de Nederlandse gedragsbiologie. Hij joeg Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen tegen zich in het harnas en vond daarna geen aansluiting meer bij Nederlandse wetenschappers.

Toch is Kortlandt een van de belangrijkste Nederlandse gedragsbiologen van de afgelopen eeuw, schreef primatoloog Frans de Waal in een brief aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. „Ons land heeft er nogal wat voortgebracht, maar Dr. Kortlandt heeft een eigen, duidelijk herkenbare, soms kleurrijke, en nog steeds relevante bijdrage op het gebied van diergedrag geleverd”, aldus De Waal.

Kortlandt begon in de jaren dertig nauwgezet het gedrag van wilde aalscholvers te bestuderen. Hij ontwikkelde een theorie over de hiërarchie van instincten, over hoe de ene gedraging kan overgaan in de andere. Zo ontdekte hij ook het fenomeen overspronggedrag, dat Kortlandt beschreef als „het afreageren van een geblokkeerde impuls uit een instinct naar een ander instinct”. Een bekend voorbeeld is dat van een kat die een gevecht verliest en zich dan plots verwoed gaat wassen. Een bankje in Artis, waar vandaan Kortlandt vaak aalscholvers bestudeerde kreeg later de naam ‘oversprongbankje’. Het is een van de weinige eerbetonen aan zijn werk.

Kortlandt was een van de eersten die naast Niko Tinbergen en Konrad Lorenz het diergedrag probeerde te begrijpen door het te ontleden. Maar anders dan andere gedragsbiologen in die tijd wilde Kortlandt niets weten van een scheiding tussen diergedrag en menselijk gedrag. Hij noemde die houding „anti-darwinistisch” en „anti-maatschappelijk”.

Door zijn militante opstelling kreeg Kortlandt het met zowat iedereen aan de stok, waarna hij zich teleurgesteld terugtrok in Oxford. Van daaruit ondernam hij expedities naar Afrika, waar hij opnieuw een voortrekkersrol vervulde. Als een van de eersten deed hij experimenteel gedragonderzoek aan wilde chimpansees. Hij confronteerde de dieren met een opgezette, bewegende panter en filmde hun reacties. Schreeuwend en met stokken slaand probeerden zij hun vijand te verjagen. Kortlandt zag hierin het evolutionaire verleden van de mens, die zich voordat er speren waren uitgevonden had moeten verdedigen tegen grote roofdieren.

Het inspireerde Kortlandt tot een vervolgexperiment met een zelfgemaakt ‘namaak-oermensje’ (een pop met een autoruitenwissermotor in de borst met vier armen waaraan doorntakken waren bevestigd). Door de pop nu en dan maar even te laten bewegen, hield het oermensje een familie van drie hongerige leeuwen op afstand terwijl er kamelenvlees tussen zijn benen lag.

Adriaan Kortlandt is 91 jaar geworden. Zondagnacht overleed hij in zijn bovenwoning in Amsterdam in zijn slaap. Hij laat twee zonen en een vrouw achter.

De laatste jaren werkte hij aan zijn memoires. Het handgeschreven manuscript liet hij door assistenten uitwerken. Het werd een wraakboek, waarin hij discussies met zijn talrijke vijanden wilde beslechten. Hij vocht voor eerherstel, maar kreeg het niet. Mogelijk wordt dit boek postuum nog uitgegeven. „Ja, hij voelde zich miskend en daar viel weinig aan te doen”, schrijft De Waal. „Hij was echter een groot wetenschapper.”