Een veilig verblijf

Deze herfstvakantie zijn er weer veel grootouders met hun kleinkinderen op stap. De kleinkinderen zien er over het algemeen onbezorgder uit dan de grootouders. Die kinderen wanen zich in een paradijs, althans, als de grootouders hun vak verstaan.

Dit vak bestaat vooral uit het aanbieden van nóg meer geborgenheid dan de kinderen, hopelijk, thuis al gewend zijn. Geborgen zijn betekent dat je veilig bent voor alles wat je kan bedreigen. Thuis kan dat niet altijd optimaal gewaarborgd worden, omdat pa en ma ook nog wel iets anders aan hun hoofd hebben.

Bij opa en oma ligt dat anders. Die mogen alleen maar hun kleinkind aan hun hoofd hebben, en verder helemaal niets. Ik spreek nu uit kersverse ervaring, omdat mijn kleinzoon Glenn, inmiddels vierenhalf jaar, deze week enkele dagen kwam logeren. Zelf heb ik nooit bij mijn eigen grootouders kunnen logeren, en daarom kijk ik met uitgestelde jaloezie naar zo’n prinsheerlijk logeerpartijtje.

Zijn oma stond helemaal tot zijn beschikking, op een manier die ik nooit heb kunnen afdwingen. Poffertjes als avondmaaltijd, baden zo lang en zo warm als hij maar wil, voorlezen op elk moment van de dag, Artis, een filmvoorstelling en als afsluiting een bezoek aan Burger King. Als Obama ooit naar Nederland komt, wat hij wel uit zijn hoofd zal laten, kan hij niet beter in de watten worden gelegd.

Gelukkig was Glenn hoffelijk genoeg om zijn waardering te tonen voor deze vorstelijke ontvangst. Toen hem gevraagd werd wat hij nou het fijnst had gevonden – echt zo’n hinderlijke grootoudersvraag – zei hij zonder aarzelen: „De poffertjes.” Poffertjes! Dé metafoor van alles wat zoet en verderfelijk voor het lichaam(pje) is.

Thuis is Glenn moeilijk naar bed te krijgen. En als hij er eindelijk na veel vijven en zessen om zeven uur in ligt, klimt hij er altijd een paar keer uit om beneden te kijken of er niemand de benen heeft genomen. Bij ons valt hij meteen in een diepe slaap die het halve etmaal beslaat.

Ik vermoed dat dit komt doordat hij dan het summum van geborgenheid heeft bereikt. De hele dag zijn zijn verlangens bevredigd en zijn angsten ontzien – en dan is daar dat kleine bedje in dat kleine appartement waar hij iedereen in zijn onmiddellijke bereik weet. Hij hoort onze voetstappen, de geluiden in de keuken en de huiskamer, hij weet dat wij meteen naast hem staan zodra hij twee tellen te lang zucht, kortom, hij is volkomen veilig.

Inmiddels zijn de grootouders bekaf van al dat aanbieden van veiligheid. Lukte het deze week altijd? Jawel, maar je hebt er enig geluk bij nodig.

Bij de Burger King moest ik naar de wc. Glenn hoefde niet mee, want hij was net in de bioscoop geweest. Ik stond te plassen toen ik achter mij de toiletjuffrouw hoorde zeggen: „Heb je gesnoven?” Ze had het tegen een lange jongen die bij een wastafel zijn neus omklemde. Bloed stroomde uit zijn neusgaten en vulde de bak. Hij schudde het hoofd. „Ik denk het toch wel,” zei ze, en ze bonjourde hem met zachte hand de deur uit. „Ik maak dat zo vaak mee,” zei ze tegen mij.

Ik dacht aan Glenn die vijf meter hier vandaan van zijn king nuggets zat te genieten. Hoe had ik hem al dat bloed moeten uitleggen als hij naast me had gestaan? Je kunt toch moeilijk zeggen: denk erom, veiligheid is eigenlijk een illusie?