Een bejaarde leraar is simpelwegkanonnenvoer

De kloof tussen oudere leraren en hun leerlingen is simpelweg te groot.

Gevolg: de kinderen leren niks. Leraren van zestig moeten met pensioen.

Er lijkt weinig aan te doen, ik zal wel moeten doorwerken tot mijn 67ste. Immers, alleen zware beroepen mogen eerder ophouden en ik ben leraar, lid van een beroepsgroep die waarschijnlijk niet in die categorie valt. Terecht, vind ik. Lesgeven is afwisselende en zinvolle arbeid. De werktijden zijn ook redelijk, de fysieke belasting is niet bijzonder. Daar komt bij, de jeugd houdt je jong. Maar precies in dat laatste schuilt ook het gevaar. Het is namelijk een universeel verschijnsel: de zeurende oudere die de aanstormende jeugd niet meer kan bijhouden. Daarom, zestigers voor de klas, doe het die kinderen niet aan!

Hoe ik hier zo bij kom? Het politiek gekrakeel over de AOW brengt een twistgesprek van dertien jaar geleden bij me boven. Enkele dagen na de geboorte van mijn derde kind zei mijn moeder tegen me: „Als je wilt blijven lesgeven, is deze dochter een zegen. Dankzij haar sta je nog twintig jaar leuk voor de klas.”

Verbaasd vroeg ik wat ze bedoelde. Zij legde uit dat zolang ik jonge mensen over de vloer zou krijgen, het wel zou lukken om een goede relatie op te bouwen met een klas. Daarna zou het lastig worden. Ik reageerde verontwaardigd. Oudere leraren zijn ambachtelijk op hun top, nemen de leerlingen als vanzelf mee door de leerstof; het wordt alleen maar makkelijker. Mijn moeder antwoordde: „Het gaat niet om kunnen. De oudere leraar krijgt het, op een enkeling na, niet opgebracht.”

Met gemengde gevoelens constateer ik dat de hedendaagse politiek mij met terugwerkende kracht gelijk geeft. Vanaf vorige week geldt: Geen zin in lesgeven? Dan maak je maar zin! Een brede en langdurige arbeidsparticipatie is een noodzakelijke voorwaarde voor onze toekomstige welvaart. En dat is natuurlijk zo, maar inmiddels weet ik ook: mijn moeder heeft een punt. Ik ken namelijk geen enkele collega die heeft doorgewerkt tot vijfenzestig. En van alle voortijdige vertrekkers is er precies één die schadevrij en zonder rancune het pand verliet. Rond de rest hing een sfeer van ‘goed dat het voorbij is’. En nee, dat is niet raar. Volwassenen die met jeugd werken hebben namelijk een moment van bederf. Jonge mensen zitten op een leercurve die recht omhoog gaat, die van de volwassene daalt na het veertigste levensjaar en als die twee curven elkaar passeren, komt er rot in de relatie.

Een leraar van 66 is als een militair van 58 aan het front: kanonnenvoer. De bejaarde krijgt die groep jongeren niet aan de gang, de kloof tussen zijn opvattingen, beleving en perspectief en die van de jeugd is simpelweg te groot. Gevolg: de kinderen leren niks.

Hoe die kloof er dan uitziet? Een voorbeeld uit de sport. Parool-journalist Igor Wijnker beschrijft in het boek Bezeten (2009) de opkomst en neergang van basketbalcoach Ton Boot. Wijnker koppelt de gedreven persoonlijkheid van Boot aan een decennialange reeks van overwinningen; de man is een mirakel. Vervolgens zoomt hij in op het laatste jaar. Boot is dan de zestig gepasseerd en heeft zijn passie voor drills en fundamentals omgezet in een snoeiharde trainingsaanpak. Maar de spelers begrijpen hun coach niet. Zijn in beton gegoten optreden valt verkeerd, is van een andere tijd. En echt, die jonge basketballers zijn oké, ze proberen het, maar al snel kunnen ze moeilijk anders en gaat ontwijken over in saboteren. Boot eindigt als een zure zeur, die het succes als zand door de vingers ziet wegglippen.

Kijk, deze topcoach komt op televisie, heeft geld en kan kiezen uit alternatieven. Leraren zijn echter afhankelijk van collectieve regelingen. En dan is de situatie glashelder. Ja, langer werken moet, ook in het onderwijs. Hotshots die vanuit een kantoor roepen hoe het allemaal moet,copycats die met mappen over de gang lopen – dat kan best doorgaan tot 67. Maar de mannen en vrouwen voor de klas hebben hun moment van bederf; met zestig is het klaar, dan moeten ze met pensioen.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet zielig, ik zal er ook alles aan doen om het moment van bederf voor me uit te schuiven. Hoe ik mijn pensioen haal is bovendien mijn zaak. Maar het totaalbeeld krijgt toch iets onhandigs. Intelligente mensen mijden momenteel het onderwijs. Daardoor is het gemiddeld opleidingsniveau van docenten al twee decennia aan het dalen. Dat betekent dat over twintig jaar kinderen les krijgen van oude en domme leraren.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.