Drugs in Mexico: 2 minuten, 17 doden

Sinds Mexico drugskartels de oorlog verklaarde, is het geweld in Ciudad Juárez geëscaleerd. Ondanks, of juist dankzij, de inzet van duizenden militairen.

Guadalupe Muñoz, directeur van een afkickcentrum, is bang. Elke dag. De dood is al langs geweest bij haar collega’s in een drugskliniek een paar straten verderop. Onbekenden drongen begin september het centrum binnen. Twee minuten later lagen er 17 dode lichamen. Patiënten en werknemers. Afgemaakt met kogels en een handgranaat.

En nu vreest zij ook voor een kogel in haar hoofd. Alleen al vorige maand zijn er in haar Mexicaanse stad, Ciudad Juárez, 28 mensen om het leven gekomen na aanslagen van gemaskerde mannen op centra voor verslaafden. In anderhalf jaar zijn er zeven klinieken overvallen. Dus waarom zou die van Muñoz niet de volgende zijn?

Niemand weet precies wie de daders zijn. Zijn het rivaliserende drugsbendes die junks, die vaak als verkopers en runners werken, uit de weg willen ruimen? Of zijn het de militairen die in de stad een grote ‘schoonmaak’ in het drugscircuit houden? Vast staat dat Juárez, gelegen aan de noordgrens met Texas, op dit moment een van de meest gevaarlijke steden ter wereld is.

Muñoz werkt in Colonia del Carmen, aan de rand van de stad. Het is een verpauperde wijk met heroïnespuiters, cocaïnesnuivers, crackrokers en andere drugsgebruikers. Complete families van verslaafden leven hier. Het is ook een buurt waar de wrede drugsoorlog die Mexico in zijn greep houdt wordt uitgevochten. De 43-jarige Muñoz, een vrouw met kort haar met coup soleil, zelf ex-junk, bestiert deze kliniek. Een naam op de gevel van de rode bungalow ontbreekt. Er worden onder andere verslaafde hiv-patiënten worden behandeld.

Muñoz zegt: „Ik word met de dood bedreigd. Maar ik moet doorgaan met dit werk. Als je als verslaafde geen hulp krijgt, eindig je dood in de goot.”

Sinds de Mexicaanse president Calderón eind 2006 de drugskartels in zijn land de oorlog verklaarde, is Mexico in geweldsspiraal beland. Ruim 14.000 mensen zijn er omgekomen. Terwijl de Mexicaanse staat de bendes met harde hand probeert te bestrijden, vecht de ene criminele organisatie tegen de andere, profiterend van een tijdelijk verzwakte positie als gevolg van het overheidsoffensief. Op lokaal niveau knokken de gangs met elkaar op straat, om verkooppunten.

In Juárez woedt een machtsstrijd tussen het Juárez-kartel en het Sinaloa-kartel. De laatste wil de concurrent de stad uitwerken. De drugsmarkt in de grensstad is, zo vlakbij de VS, volgens de lokale politie goed voor een jaarlijkse omzet van 4 miljard dollar. Het Juárez-kartel is actief in zeker 21 deelstaten en controleert belangrijke routes voor cocaïne en wiet in de VS.

Dit jaar vielen in Juárez al ruim 1.900 doden, tegen 1.653 vorig jaar. Het is een indrukwekkend aantal voor een stad met 1,5 miljoen inwoners. Rekruten zijn er echter genoeg voor de bendes, in deze regio met enorme werkloosheid. Jongemannen, sommige nog tieners, beginnen als koerier of als huurmoordenaar en eindigen als het tegenzit zelf als lijk.

Sinds begin dit jaar patrouilleren er bovendien 10.000 soldaten en leden van militaire politie. In pick-uptrucks rijden de zwaarbewapende militairen door de straten, alsof het een stad in Afghanistan is. Na de komst van het leger was het een paar maanden rustig.

De korte pauze werd vervolgens verbroken door een ongekende misdaad- en geweldsgolf. Schietpartijen in nachtclubs, op straat, ontvoeringen om geld, afpersingen van bedrijven. Slachtoffers worden geregeld onthoofd teruggevonden – hun afgehakte hoofd in een plastic zak naast het lijk.

Ondanks de aanwezige militairen is de situatie verslechterd. Jaime Torres Valadez, woordvoerder van de gemeentepolitie, zegt: „De bendes hebben hun strategie veranderd.” Omdat de drugshandel onder druk staat, zijn de criminelen op zoek gegaan naar andere inkomstenbronnen.

Ook groeien er twijfels over de rol van het leger. Mensenrechtenactivisten beschuldigen militairen van betrokkenheid bij moordpartijen. Door de escalatie van het geweld de afgelopen maanden, en de weinig opgeloste moordzaken, is het onduidelijk wat er exact gaande is. De politie, die maar 500 rechercheurs ter beschikking heeft, kan het werk niet aan.

Gustavo de la Rosa Hickerson, onderzoeker voor de Mensenrechtencommissie van de deelstaat Chihuahua, waarin Juárez ligt, onderzocht verschillende dossiers. Zijn onderzoek leidde tot verontrustende conclusies: het leger was betrokken zijn bij een aantal moorden. Enkele weken geleden kreeg ambtenaar Hickerson, terwijl hij met auto bij een stoplicht stond, van militairen te horen dat hij Juárez beter kon verlaten.

Hickerson stak de Rio de Grande over, die Mexico van Texas scheidt, en dook onder in El Paso, de overbuurstad van Juárez. Een afspraak met deze krant ging op het laatste moment niet door. Een dag voor de ontmoeting werd Hickerson aangehouden door de Amerikaanse immigratiedienst in El Paso. Daar blijft hij totdat de VS hebben besloten of hij vanwege de bedreigingen asiel krijgt.

In El Paso heeft ook de DEA, de drugsbestrijdingorganisatie van de Amerikaanse overheid, een kantoor. Voor de Mexicaanse kartels zijn de VS veruit de belangrijkste afzetmarkt. De harde campagne van president Calderón, tegen de criminele organisaties, wordt dan ook verwelkomd door de DEA. In het kantoor in El Paso is een eremuur met afbeeldingen van in actie omgekomen agenten.

,,Mexico heeft een nationaal veiligheidsprobleem. De regering probeert er een politiek probleem van te maken en doet ontzettend haar best”, zegt Joseph Arabit, de speciaal agent van dienst. Voor hem zijn resultaten van de Calderóns aanpak, ondanks alle doden, al zichtbaar. „We hebben dit jaar minder cocaïne in beslag genomen, de straatprijs is omhoog en de kwaliteit omlaag. Dat komt mede door de aanwezigheid van de militairen.” Maar met een grens van ruim 3.000 kilometer blijft het lastig smokkel tegen te houden.

Aangezien de cocaïne uit Zuid-Amerika komen, is marihuana voor de kartels eveneens belangrijk. Waar een halve kilo wiet circa 50 dollar kost in Chihuahua, levert dat in Chicago of New York 600 à 800 dollar op. „Als het fout gaat met de aflevering is de schade kleiner, omdat de wiet uit eigen, Mexicaanse kweek komt”, zegt Arabit.

Het enthousiasme van Arabit voor de aanpak van de Mexicaanse overheid wordt niet gedeeld door Diana Washington Valdez. Zij is de auteur van een binnenkort te verschijnen boek over de drugsoorlog: ‘Mexican Roulette: Last Cartel Standing’. In het kantoor van haar wekgever, het dagblad El Paso Times, zegt ze dat de Mexicaanse regering „geen plan of strategie heeft”. Wat doen die militairen in Ciudad Juárez, vraagt zij zich af. Ze komen van buiten, kennen de stad niet en rijden rondjes in wagens. Het fundamentele probleem van de drugsoorlog in Mexico heeft volgens haar te maken met corruptie binnen de overheid.

„De drugkartels zijn zo machtig, overal hebben ze mensen omgekocht.” Grote criminelen worden amper gepakt. „Het is niet voor niets dat zo weinig moordzaken worden opgelost, dat er amper dossiers voor de rechter komen. Ondanks alle ogenschijnlijke inspanningen werkt er iets niet.”