Zoeken naar het nationale belang

In het Europees Parlement werd gisteravond het eerste ‘Oranjeberaad’ gehouden.

Op de vraag wat het ‘Nederlandse belang’ is, kwam geen eenduidig antwoord.

Een naam was snel gevonden: het Oranjeberaad. Waarom komen Nederlandse Europarlementariërs niet af en toe bij elkaar, zei Wim van de Camp (CDA) tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen in juni. Dan zouden ze afspraken kunnen maken over zaken die in het belang zijn van álle Nederlanders. Over wat voor zaken precies? Daarover zou de eerste, besloten vergadering gisteravond onder meer moeten gaan.

Wim van de Camp had zelf ook al een thema bedacht. Wat is er Hollandser dan fietsen? Daarom nodigde hij Hugo van der Steenhoven, directeur van de Fietsersbond, uit voor het eerste Oranjeberaad in Straatsburg. Toeval of niet: Van der Steenhoven was Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Daardoor kon die partij, die liever praat over het Europese belang, moeilijk weigeren deel te nemen aan het beraad.

Sophie in ’t Veld (D66) deed dat wel. Ze wordt bijna boos als ze het woord ‘Oranjeberaad’ hoort. Een boycot wil ze het niet noemen. „Dan maak je het zo belangrijk”, zegt ze. Maar wat volgens haar wel belangrijk is: het parlement praat deze week over internationaal klimaatbeleid. Over de economische crisis. Over de toetreding van Turkije. „En dan krijg ik een uitnodiging om het te hebben over fietspaden. Sorry, maar ik heb wel wat belangrijkers te doen.”

Bart Staes, Europarlementariër namens de Vlaamse groenen, moet een beetje lachen als hij van het initiatief hoort. „Zoals veel Vlamingen kan ik ook het Wilhelmus zingen hoor”, zegt hij. De Belgen hebben niet zo’n beraad. „Ik zou niet weten wat het Belgische belang zou zijn.”

Toch zijn er meer landen die het doen, leert een rondgang in het Europees Parlement. De de Polen, de Finnen, de Slowaken en de Maltezen zien elkaar regelmatig. De Finnen ontbijten zelfs maandelijks met ‘hun’ lid van de Europese Commissie. Wim van de Camp lijkt met zijn initiatief een trend te volgen van parlementariërs uit vooral nieuwe lidstaten.

Van de 25 Nederlanders kwamen er gisteren 13. Daar maak je moeilijk een vuist mee: in totaal zijn er 736 parlementariërs. Behalve D66 was ook de PvdA geheel afwezig.

Maar zelfs zonder die partijen bleek het niet gemakkelijk een Nederlands belang te vinden. Barry Madlener van de PVV was natuurlijk blij met het initiatief, zei hij. Maar fietsen? „Doe ik hartstikke graag, maar dat is niet iets waar Brussel zich mee moet bemoeien.” Hij zei dat Nederland minder moet betalen aan de EU – vorig jaar 4,4 miljard euro. Maar volgens Ria Oomen (CDA) gaat het om veel minder geld. En GroenLinks vond het juist terecht dat Nederland als rijk land verhoudingsgewijs meer betaalt dan andere landen.

De maandelijkse verhuizing naar Straatsburg dan? Daar is een meerderheid van het Europees Parlement tegen, dus óók de Nederlanders. Maar helaas gaan de parlementariërs daar zelf niet over.

„Het Nederlandse belang bestaat helemaal niet”, zegt Thijs Berman (PvdA). „Alsof de Limburgers in de Tweede Kamer bij elkaar komen om het Limburgse belang te verdedigen. We leven niet meer in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Toen ging het in Europa inderdaad om nationale scheidslijnen.”

Nu gaat het in het Europees Parlement om scheidslijnen tussen Europese fracties. Wie als parlementariër wat wil bereiken moet de fractie achter zich zien te krijgen. Deze week staan sociaal-democraten, liberalen en groenen bijvoorbeeld tegenover de christen-democraten. De drie fracties willen een resolutie aannemen om het gebrek aan persvrijheid in Italië te hekelen. De christen-democraten proberen dat tegen te houden. De Italiaanse premier Berlusconi is lid van de Europese club van christen-democraten. „Ik snap wel dat Wim van de Camp liever een Oranjeberaad bij elkaar roept dan dat hij moet uitleggen waarom hij Berlusconi steunt”, zegt Sophie in ’t Veld.

„We waren het alleen eens over iets heel praktisch”, zegt Marije Cornelisse die namens GroenLinks ging. Na de verkiezingen moesten Europarlementariërs naar de Tweede Kamer voor een aantal formaliteiten. Later konden ze daar ook een pasje voor de Kamer halen. „Maar dat mocht alleen op dinsdag tussen 11 en 12. Onmogelijk, want dan moet je juist in Brussel zijn voor vergaderingen.”

Toch sprak initiatiefnemer Wim van de Camp na afloop van „een zeer geslaagde bijeenkomst”. Zelf is hij ook geen voorstander van Europees fietsbeleid, zei hij. „Maar iedereen vond het prima om Europees geld te gebruiken om onderzoek te doen naar de mogelijkheid airbags aan de buitenkant van auto’s te plaatsen, om fietsers te beschermen.”

Hugo van der Steenhoven van de Fietsersbond was dan ook blij met het geboden podium. „Wij willen lobbyen voor de fiets. Maar als de Belgen ons volgende week uitnodigen dan komen we natuurlijk ook.”