Westerse identiteit

President Obama voelt zich in Afghanistan door de Europese bondgenoten in de steek gelaten. Onze strijdlustigste ministers Verhagen en Van Middelkoop hebben nog geprobeerd een paar honderd Nederlandse soldaten langer te laten blijven, maar afspraak is afspraak: in 2010 komt de laatste terug. Een meerderheid van de publieke opinie heeft zich tegen verlenging gekeerd en bij andere NAVO-partners die daar troepen hebben, zien we dezelfde ontwikkeling. Britten, Canadezen, Duitsers en Italianen hebben er ook geen zin meer in. Hoe komt dat? Gaat het met Obama in Afghanistan dezelfde weg als met Bush in Irak? Is dit, zoals Luuk van Middelaar afgelopen maandag op deze pagina schreef, een symptoom van ‘de identiteitscrisis van het Westen’?

Dat het bondgenootschap in een identiteitscrisis zit, staat als een paal boven water. Maar die is niet begonnen met de oorlog in Afghanistan, nu acht jaar geleden. De oorlog daar is een regelrecht gevolg van de aanval op de Twin Towers. Zelden zal de eenheid van het Westen hechter geweest zijn dan in de eerste maanden die volgden. Le Monde heeft toen het gevoel van eenheid het best verwoord, met het veel geciteerde ‘Wij zijn allemaal Amerikanen’. President Bush heeft daar niets van begrepen. „Wie niet voor ons is, is tegen ons”, zei hij, waarmee hij de vrijwillig betoonde solidariteit onder dictatoriale druk zette.

Vervolgens is onder zijn leiding de geest van het bondgenootschap gaandeweg verder gesmoord. Met een valse voorstelling van zaken hebben hij en zijn vriend Tony Blair een deel van het bondgenootschap tot de oorlog tegen Saddam Hussein verleid, terwijl andere leden, in het bijzonder de Fransen,voor verachtelijke lafaards werden uitgemaakt. Waarom Nederland toen heeft meegedaan, wordt nu, zes jaar later, eindelijk uitgezocht. Schiet de commissie-Davids goed op? Volgende maand moet het rapport komen.

Terwijl de oorlog in Irak van de ene catastrofe naar de volgende ging, namen trouwe Bushisten, ook in Nederland, het de critici kwalijk dat ze niet meer solidariteit toonden. Bush bashing was de term waarmee deze kritiek werd gekenschetst. Daar kom ik niet op terug. Irak is bevrijd van Saddam.

Volgens de laatste Iraakse telling heeft dat aan 84.000 burgers het leven gekost. Volgens een Britse bron zijn het er meer dan 100.000. Er zijn ongeveer 6.000 Amerikaanse soldaten gesneuveld. Meer dan een miljoen burgers hebben het land verlaten. Nog regelmatig ontploffen er bommen. Moeten we Irak als een failed state beschouwen? Dat is een vraag die niet wordt gesteld. Een democratische staat, voorbeeld voor het hele Midden-Oosten, zoals Bush, Wolfowitz en Rice hadden beloofd, is het in ieder geval niet. En om het zacht te zeggen, deze oorlog heeft de populariteit van de Amerikanen in de regio niet doen toenemen.

Maar nu gaat het over de identiteit van het westers bondgenootschap. Die is onder leiding van de vorige president in Irak gesloopt. Toen kwam Obama. Zijn overwinning werd in Europa als een grenzeloze opluchting, een bevrijding begroet. Zijn reis naar Europa werd een zegetocht. Was de identiteit terug? Nee, de Europese bereidheid tot solidariteit met Amerika was nooit weggeweest, maar Bush had de Europeanen geen kans gelaten hun solidariteit te betuigen. Niet alleen door wat hij zei, ook door zijn persoonlijke stijl, zijn hele optreden beloofde Obama een nieuwe opening en door hun reactie bewezen de Europeanen dat ze bereid waren het nieuwe Amerikaanse leiderschap te aanvaarden.

Onmiddellijk na zijn inauguratie werd Obama geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid. In de eerste negen maanden van zijn bewind is het Afghaanse vraagstuk ingewikkelder geworden. De oorlog heeft zich verder uitgebreid in het grensgebied met Pakistan, het verzet daar tegen de versterkte Amerikaanse aanwezigheid is toegenomen, de verkiezingen in Afghanistan zijn in een chaos van corruptie geëindigd en moeten worden overgedaan, president Karzai is een onbetrouwbare vriend en voorzover we dat kunnen beoordelen blaken de Talibaan van zelfvertrouwen.

Wat is daarop de reactie van Obama? Hij wikt en weegt, hij aarzelt. Zijn bevelhebber, generaal Stanley McChrystal, wil 40.000 soldaten extra. Is dat voldoende, te veel? Hij wordt van alle kanten bestookt met goede raad. Veteranen als Kissinger en Brzezinski formuleren diplomatieke oplossingen, er is geen columnist of hij heeft wel een advies gegeven. En terwijl Obama aarzelt wordt de binnenlandse oppositie vijandiger, venijniger. Arme president. Staat hij voor zijn eigen Vietnam? Moet hij kiezen voor een lange oorlog waarin de Talibaan zullen worden verslagen terwijl de Afghaanse natie wordt opgebouwd? Hoeveel tijd heeft hij? Hoe rekbaar is het geduld van de Amerikaanse publieke opinie?

Dat zijn de vraagstukken waarmee Obama nu te maken heeft. Kunnen de Europeanen iets tot de oplossing bijdragen? De dienst wordt uitgemaakt in Washington. Dat is de enige overeenkomst tussen het bewind van Bush en dat van Obama. Met Bush hebben we voorbarig solidariteit betuigd. Dit mag ons niet weer overkomen, hoezeer beide heren ook van elkaar verschillen. Dat heeft niets met de westerse identiteit te maken.

Wilt u reageren? Dat kan via nrc.nl/hofland(Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)