Sorry voor de slash

De uitvinder van het wereldwijde web vindt dat het nog niet voldoende is ontwikkeld.

Want maar 20 procent van de wereldbevolking heeft toegang tot het web.

Een webadres zou net zo goed alleen met ‘http’ kunnen beginnen, dat had de mensheid een hoop slash-slash-gedoe bespaard. Die terloopse opmerking van Tim Berners-Lee, de Britse uitvinder van het web werd vorige week even wereldnieuws. Hij verbaast zich over de ophef: „We zijn met belangrijker dingen bezig.”

Berners-Lee was gisteren in Amsterdam, waar hij een eredoctoraat kreeg van de Vrije Universiteit. Of beter gezegd: accepteerde. Sir Timothy krijgt zoveel eredoctoraten voor zijn uitvinding dat hij ze meestal weigert. Hij richt zijn aandacht liever op zijn huidige passies: het slimme, semantische web, gebaseerd op makkelijk toegankelijke databases. En zijn nieuwe project Web 4 Social Development, dat werkt aan internetvoorzieningen voor ontwikkelingslanden: „Slechts 20 procent van de wereldbevolking gebruikt het web, het gaat erom de andere 80 procent aan te sluiten.”

Hoe kan het web mensen in ontwikkelingslanden helpen?

„Als je internet hebt, kun je makkelijker geld verdienen, dat je weer kunt gebruiken voor voorzieningen als schoon drinkwater en onderwijs. Aan de andere kant zeggen sommigen dat het ongepast is om mensen in arme landen eerst toegang te geven tot internet, nog voordat ze een goede gezondheidszorg hebben.”

Hoe snel zullen ontwikkelingslanden zijn aangesloten op het web?

„Niet zo snel als de eerste 20 procent, want er is daar nog geen infrastructuur. Toen ik het web bedacht, lag het netwerk er al; de meeste universiteiten waren al aangesloten op internet. Daar is niet alleen sprake van technische vragen, zoals welke netwerktechniek moet worden gebruikt, maar vooral sociale vragen. Moet je internettoegang thuis bieden of op één centrale plek in een dorp? Je moet mensen in ontwikkelingslanden in ieder geval het gereedschap bieden waarmee zij hun eigen websites kunnen maken. Want het is maar de vraag of jongeren op het Afrikaanse platteland iets hebben aan een sociaal netwerk hebben dat bedacht is voor Amerikaanse tieners.”

Zou u het web anders ontwerpen nu u weet dat het dient voor het aansturen van, zeg, kerncentrales?

„Het web is een open platform, een wit vel papier. Je kunt het gebruiken waarvoor je maar wilt. De creativiteit van de mensen die het web gebruiken is veel groter dan wij hier ooit zouden kunnen bedenken. De veiligheid hebben we wel verbeterd. Als je vroeger op een beveiligde website kwam, zag je een slotje bij het adres. Maar je wist niet van wie de beveiligde site was. Na diverse oproepen aan browserfabrikanten wordt nu de naam van de website-eigenaar in de balk getoond. Er moet nog wel een systeem komen waarmee gebruikers makkelijk de authenticiteit van gegevens op het web kunnen controleren. Om informatie van hoge kwaliteit te filteren van de rotzooi. Bijvoorbeeld bij foto’s op het web: je wilt weten dat er niet gerotzooid is met de pixels. En het gaat er niet alleen om wat de bronnen van de informatie zijn, ook moet duidelijk zijn wat je met de gegevens mag doen.”

Waarom pleit u voor het vrijgeven en verbinden van databases ?

„Er bestaat een natuurlijke terughoudendheid bij overheden om data op het web te zetten. Maar als je gegevens met elkaar verbindt worden ze krachtiger. De ervaring is: mensen vinden de gegevens en gebruiken die voor heel andere dingen dan je van te voren dacht. Dat is de waarde van het web.”

Wat kan er fout gaan op internet?

„Dat een bedrijf of een overheid te veel controle krijgt over het web. Nee, niet specifiek één bedrijf. Het is grappig hoe angstig mensen kunnen zijn voor het ene bedrijf, bijvoorbeeld Microsoft, en zodra een nieuwe partij zoals Google zich aandient, dat eerste bedrijf compleet vergeten. Vóór Microsoft was Netscape volledig dominant op het web. Zij bezaten het web.”

Wilt u worden gezien als de man die het web heeft uitgevonden, of die het heeft verbeterd?

„De toekomst heeft veel meer te bieden dan het verleden.”