Nieuwe beroepen in de communicatie

Eerst las ik dat Altan Erdogan, hoofdredacteur van Revu, vijf (van zijn vijftien) redacteuren wil ontslaan, en tegelijkertijd voor de resterende tien een nieuwe werkwijze heeft ontworpen. ‘Redacteuren worden meer bladenmakers dan schrijver of verslaggever’, schijnt hij te hebben toegelicht: ‘de functie van verslaggever verdwijnt’. De tien resterende journalisten zitten op kantoor, ‘sturen freelancemedewerkers aan, bedenken verhalen, kopen reportages van buitenlandse media’, en worden door Erdogan content managers genoemd.

Weer iets waar ik te oud voor ben.

Later las ik dat er drie communicatie-experts zijn aangetrokken vanwege de vakantievilla van Willem-Alexander en Máxima in Mozambique. Als nieuwe woordvoerder van het bestuur van de stichting Machangulo SA is bovendien de communicatiestrateeg Frans van der Grint aangetrokken. De Stichting liet in een reactie weten dat zij zich, ‘gelet op de interesse van de media heeft verzekerd van additionele expertise op dit punt’.

Dat vond ik een veeg teken. Ik bedoel niet omdat je boven communicatie-experts ook nog een communicatiestrateeg blijkt te hebben –zulke organen planten zich altijd voort in parthenogenese –, ik bedoel omdat er verhoudingsgewijs wel een heel groot apparaat op onze toekomstige koning gaat rusten.

Wat is de taak van communicatie-experts, dus zeker van een communicatiestrateeg? Liegen. Ik bedoel daar niks persoonlijks mee. Frans ken ik verder niet, ik geloof graag dat hij privé tot de eerlijkste mensen op aarde behoort, maar voor z’n beroep moet hij met een stalen gezicht ontkennen dat je nat wordt als het regent, zoals de communicator van Saddam Hussein bleef volhouden dat Irak de oorlog had gewonnen, terwijl je de Amerikaanse tanks achter z’n rug Bagdad zag binnenrijden. Hoe dacht u dat Dirk Scheringa (‘liegen mag, bedriegen niet’) voor een loyale leugenaar bij Klaas Wilting terecht was gekomen?

Daarom vind ik het een veeg teken dat de kroonprins zonder een zware delegatie communicatiewetenschappers blijkbaar niet fatsoenlijk naar Mozambique kan. Dat kan maar één ding betekenen: dat Wim nu al ziet aankomen dat hij in de naaste toekomst ontzettend veel te verbergen zal hebben en dus een team van minimaal één strateeg en diverse experts nodig heeft om scheve zaken recht te smoezen.

Het verschijnsel voorlichterij – in Den Haag heb je meer ‘woordvoerders’, voorlichters en communicatie-experts dan journalisten; maar heeft één minister daar ook een strateeg? – moet zijn begonnen in de jaren negentig van de negentiende eeuw, toen in Amerika de muckrakers actief waren. Muckrakers (letterlijk; mestharkers) waren verslaggevers die als het moest dag en nacht op jacht gingen naar schandalen, corruptiegevallen en misdragingen in de politiek, in Wall Street en in het bedrijfsleven. Vervelend natuurlijk voor de politiek, voor Wallstreet en voor het bedrijfsleven, want het waren uitgekookte jongens en meisjes die hadden gezworen dat ze altijd in de zwijnenstal naar mest wilden blijven harken, en in geen geval ooit content managers zouden worden. In 1901 zou president Theodore Roosevelt zijn vriend John D. Rockefeller, grondlegger van de gelijknamige dynastie, om raad hebben gevraagd, en Rockefeller (oliemagnaat, eigenaar van diverse mijnen, rijkste man van de toenmalige wereld) ontwierp de publicrelations-industry. Zo moet het zijn begonnen: een overheidsapparaat waarvan ook de bankiers, de ondernemers, de vastgoedontwikkelaars en de bouwbedrijvers gebruik mochten maken, niet zozeer om de pers te verslaan, maar om haar te misleiden. Daar moet vervolgens ook het alcoholgebruik in de media uit verklaard worden. Elke muckraker die ’s ochtends vroeg in het Witte Huis, in Wall Street of bij de directie van Standard Oil langs kwam, werd onmiddellijk met een door Roosevelt en Rockefeller beschikbare fles sherry volgegoten, dus die kon voor de rest van de dag niks meer harken.

Strategie! Zo moet je als weekblad al je verslaggevers wel inruilen voor één content manager.