Niemand nam hem serieus

Op 7 november moeten de Afghanen opnieuw stemmen.

Bij de vorige presidents-verkiezingen, in augustus, is zoveel gefraudeerd dat een tweede ronde nodig is.

Een verkiezingsmedewerker in Kabul rust uit na de Afghaanse presidentsverkiezingen in augustus. (Foto AP) An election worker takes a break after carrying ballot boxes at the Independent Election Commission in Kabul, Afghanistan, Tuesday, Aug. 25, 2009. Accusations of ballot box stuffing and voter intimidation have streamed in to the independent Electoral Complaints Commission since Thursday's vote, most of them filed by President Hamid Karzai's main rival, ex-Foreign Minister Abdullah Abdullah. (AP Photo/Farzana Wahidy) AP

President Karzai van Afghanistan moest het uiteindelijk wel onder ogen zien. Er was zoveel gefraudeerd bij de presidentsverkiezingen van 20 augustus, dat de aanvankelijke uitslag door niemand meer serieus werd genomen. Karzai ging gisteren, onder zware internationale druk, akkoord met een tweede verkiezingsronde, op 7 november. Zijn voormalige minister van Buitenlandse Zaken Abdullah, die in augustus als tweede was geëindigd, neemt het dan tegen hem op.

Van een eerlijk, democratisch verkiezingsproces is allang geen sprake meer in Afghanistan. Maandag bleek dat bijna een miljoen van de op Karzai uitgebrachte stemmen ongeldig is verklaard. Nu is de vraag hoe het land alsnog een president krijgt die acceptabel is – voor de Afghanen, voor de landen die troepen in het land hebben en voor de Verenigde Naties.

Op een persconferentie gisteren zei Karzai, terwijl de Amerikaanse senator John Kerry naast hem stond, dat hij zijn landgenoten oproept „dit als een kans te zien om het land vooruit te helpen en deel te nemen aan de nieuwe verkiezingsronde.”

Hij zei wel dat kiezers uit het zuiden van het land, zijn thuisbasis, het gevoel hebben dat er niet naar hen geluisterd is. Maar hij onderschreef het besluit van de verkiezingscommissie om een tweede ronde te houden als legitiem en een manier om „de weg naar democratie te versterken”. Kerry zei dat „een moment van grote onzekerheid nu veranderd is in een grote kans”. Hij prees het „grote leiderschap” van Karzai.

VN-chef Ban Ki-moon noemde het organiseren van een tweede ronde gisteren „een enorme uitdaging” en zegde meer logistieke hulp toe.

Koortsachtig is de afgelopen weken naar een uitweg gezocht uit de crisis. Duidelijk was allang dat iedereen beschadigd uit het verkiezingsproces tevoorschijn komt. De vraag is nu of een haastig georganiseerde tweede ronde de schande van de eerste ronde kan uitwissen.

De verkiezingen op 20 augustus hadden juist moeten laten zien hoe ver Afghanistan met steun van de internationale gemeenschap gekomen is, acht jaar na de omverwerping van het Talibaan-regime. Ze vormden een mijlpaal en mochten niet mislukken.

Voor de tweede keer gingen de Afghanen hun president kiezen. De verkiezingen waren in augustus niet door de Verenigde Naties georganiseerd, zoals in 2004, maar door henzelf. Voor de beveiliging zorgden eigen leger en politie, de internationale troepenmacht hield de zaak van enige afstand in de gaten.

Al enkele uren nadat de stembussen gesloten waren, kwamen de felicitaties binnenstromen, vooral uit het Westen. President Obama zei dat het erop leek dat de verkiezingen „succesvol” waren verlopen, ondanks de pogingen van de Talibaan die te verstoren. De Europese Unie sprak van „een goede dag” voor het land. Volgens de VN-gezant in Kabul was alleen al het feit dat de verkiezingen waren doorgegaan een felicitatie aan het Afghaanse volk waard. Felicitaties waren er ook van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Inmiddels is duidelijk dat het een debacle was, ook al viel het aantal gewelddadigheden op verkiezingsdag mee. De internationale klachtencommissie keurde deze week wegens fraude 1,3 miljoen van de in totaal 5 miljoen stemmen af. Bijna eenderde van de stemmen van Karzai werd ongeldig verklaard. Daardoor kwam zijn eindresultaat uit op minder dan 50 procent. En volgens de grondwet betekent dat dat een tweede verkiezingsronde noodzakelijk is, waar de president zich nu met grote tegenzin bij heeft neergelegd.

Er is geen bewijs dat Karzai opdracht heeft gegeven tot de stemfraude – die in zijn voordeel werd gepleegd. Maar zijn geloofwaardigheid is door dit alles ernstig ondergraven. En ook zijn internationale bondgenoten en de Verenigde Naties staan te kijk. Voor president Obama wordt de vraag of hij meer troepen naar Afghanistan zal sturen, zoals generaal McChrystal hem heeft gevraagd, alleen maar moeilijker. Want hoe valt het in eigen land te verdedigen dat Amerikaanse militairen sneuvelen om een corrupte president te steunen, of een regering waarvan nog niet duidelijk is wie haar gaat leiden?

Hoezeer de regering-Obama hiermee worstelt, werd begin deze week nog eens duidelijk. Stafchef Emanuel zei dat het onverantwoord zou zijn over extra troepen te beslissen zolang niet duidelijk is of de VS in Kabul wel een echte partner hebben. Ofwel: zolang niet duidelijk is wie de nieuwe president wordt. Minister Gates van Defensie benadrukte maandag juist dat de VS met het troepenbesluit niet kunnen wachten tot de politieke crisis in Afghanistan is opgelost.