Melodisch én raggen op piano

Componist en klarinettist Jörg Widmann is in Nederland nog relatief onbekend. Een aantal Widmann-concerten zal dat binnenkort wellicht veranderen.

„Crescendo! Crescendo!” In de repetitieruimte van ASKO|Schönberg in Amsterdam West repeteert een studentenensemble de Fieberphantasie van Jörg Widmann. Een klarinettoon zwelt dramatisch aan vanuit het niets terwijl strijkstokken als regenspetters op de snaren stuiteren.

Het zijn studenten van de Ligeti Academy, het eigen opleidingsinstituut van ASKO|Schönberg. Eén van hen is weliswaar de dirigent, maar vanmiddag wordt hij overruled door Widmann zelf, de componist van het werk. Hij probeert de wat beduusd musicerende studenten aan te sporen tot meer overgave: “Meer beweging! Niet zo etude-achtig, verras jezelf!”

Widmann is in Amsterdam voor een concert met het ‘echte’ ASKO|Schönberg, waarvoor wie hij eerder op de dag ook al heeft gerepeteerd. Hij was diep onder de indruk, vertelt hij na afloop van het studentenproject. „Ik had het niet gelukkiger kunnen treffen. Eén van de allermooiste cd’s in mijn collectie is hun opname van Schönbergs Kammersymphonie, op. 9. Het zijn zulke fantastische musici, je kunt het meteen over de essentie hebben.”

Omgekeerd had ook ASKO|Schönberg Widmann al langer op het verlanglijstje staan. Maar Widmann (1973) is een veelgevraagd musicus, die vooral in zijn thuisland Duitsland al is overladen met prijzen en opdrachten. Op zijn instrument excelleert hij in zowel Mozart als modern werk, niet in de laatste plaats in zijn eigen stukken met een altijd grensverleggende klarinetpartij.

Net als bij zijn grote voorbeeld en vriend, de hoboïst, componist en dirigent Heinz Holliger (1939), die onlangs nog in Nederland optrad, is Widmanns componeren nauw verbonden met zijn ervaring als uitvoerend musicus. Het begon er zelfs mee: als jonge klarinettist was hij teleurgesteld dat hij zich zijn improvisaties de volgende dag niet meer kon herinneren. Dus begon hij ze maar op te schrijven.

Als componist wordt hij inmiddels beschouwd als exponent van een nieuwe generatie, met één been in de lyrische, symfonische traditie van Schönberg, Berg, en zijn eigen compositieleraren Hans-Werner Henze en Wolfgang Rihm, en één been in de meer experimentele traditie met als belangrijk voorbeeld Helmut Lachenmann en diens complexe klankweefsels.

Gezien zijn succes elders, is het vreemd dat Widmann tot nu toe zelden in Nederland te horen is geweest. Daar komt nu echter snel verandering in, en niet dankzij de minsten: na het concert van ASKO|Schönberg zal er nog muziek van Widmann klinken bij het Cleveland Orchestra (24/10) en de Wiener Philharmoniker (19/11). Volgend voorjaar is er in het Concertgebouw bovendien een Widmann-weekend.

Dat die wereldberoemde orkesten zijn muziek graag spelen, is geen toeval. Ondanks zijn onmiskenbaar experimentele trekjes, haakt Widmann ook veelvuldig en expliciet aan bij de symfonische geschiedenis. Prachtig voorbeeld is het orkestwerk Lied (2003), waarin het orkest lange melodische lijnen spint in een onbeschroomd mahleriaanse context. „Provocerend mooi,” noemt hij het zelf, en hij geeft toe dat er een zekere melancholie aan ten grondslag ligt. „Ik speelde als klarinettist altijd mooie melodieën, en vroeg me af of ik die zelf eigenlijk wel kon componeren. Maar,” voegt hij toe, „ik heb tegelijkertijd ook een werk geschreven waarin drie kwartier lang van alle kanten op een piano wordt gebeukt hoor!” (een uitvoering van dat werk, Hallstudie, is te zien op YouTube.)

Volgens Widmann is er geen tegenspraak tussen vooruitstrevendheid en verwijzen naar de traditie: „Ik geloof niet dat er muziek kan bestaan die níet aan het verleden refereert.” Zelfs aan het eind van zijn expressionistische Fieberphantasie duikt even een citaat van de door hem bewonderde Schumann op. „Ik houd van de muziekgeschiedenis, en ben zeker niet bang om die liefde te tonen.”

ASKO|Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw met Jörg Widmann, klarinet. Werken van Widmann en Rihm. 22/10 20.15u Amsterdam, info: muziekgebouw.nl; live uitgezonden op Radio 4.