...maar in Culemborg nemen de problemen toe

In Culemborg zijn de leefbaarheidsproblemen toegenomen. Na de laatste rellen lijkt het er nu rustig, maar volgens Molukkers kan het zo weer misgaan.

Mevrouw slaapt het liefst in spijkerbroek. Meneer maakt het niet veel uit, zolang hij maar kleren aan heeft en uit bed kan springen wanneer er weer iets gebeurt.

Op een avond begin september werd de auto van het echtpaar, beiden 72 jaar en van Molukse afkomst, door een groepje Marokkaans-Nederlandse jongeren met stenen bekogeld. Nu lijkt de rust teruggekeerd. „Maar het kan hier zo weer ontvlammen”, zegt de man. Hij is strijdbaar, maar bang. Daarom wil hij wel praten, maar niet met zijn naam in de krant.

„Als hier in de Molukse wijk iets aan de hand is, staat de politie meteen voor de deur. Alsof wij het altijd gedaan hebben. Bij de Marokkanen durven ze niet te komen, terwijl ze dáár moeten zijn.” Hij wijst naar een paar straten verderop. „Ze jatten, maken een hoop herrie. Jongens van 15, 16 jaar. De ouders hebben hun kinderen niet in de hand.”

De stenen op de auto van het echtpaar waren bedoeld voor hun buurman Rafaël. Een dag eerder was die betrokken bij een ruzie in een shoarmazaak. Hij wilde sigaretten kopen, vertelt hij, toen een Marokkaanse jongen hem uitschold. Even later kwam een groepje Marokkanen achter hen aan. Met een tafelpoot. Die pakten Rafaël en zijn vrienden af en ze sloegen de Marokkanen ermee.

Het was het begin van twee weken onrust. Extra politie werd ingezet, de burgemeester stelde een noodverordening in. De zaterdag erop escaleerde het. Zo’n honderd Marokkanen en Molukkers stonden tegenover elkaar, gewapend met stokken, knuppels, messen. Molukkers hadden de straatverlichting kapotgemaakt. Zo meenden ze beter te kunnen zien „wie er binnenkwam”. Een helikopter werd ingezet om de mobiele eenheid bij te lichten. Zeven mensen werden gearresteerd.

De Molukse buurt in de wijk Terweijde telt niet meer dan drie straten. 54 woningen. Er woont één Nederlands en één Marokkaans gezin. De buurt is begin jaren zestig ontstaan, toen de overheid besloot woonwijken voor Molukkers te creëren. Toen ook kwamen de eerste Marokkaanse gastarbeiders om in de meubelindustrie te werken. Zo groeide er een ‘Marokkaanse wijk’, twee straten verwijderd van de Molukse.

Terweijde kampt al jaren met overlast van Marokkaanse jongeren. Terreur op straat, inbraken, heling. De laatste tien jaar zijn de leefbaarheidsproblemen in Culemborg toegenomen, blijkt uit het rapport van de ministeries van VROM en Wonen, Wijken en Integratie. Volgens politieonderzoek gaat het om zo’n 25 Marokkaanse jongeren tussen 15 en 25 jaar die delen van de wijken Terweijde en Achter de Poort terroriseren.

Daags na de onlusten van vorige maand voerde burgemeester Roland van Schelven (D66) gesprekken met Marokkanen en Molukkers. Eerst met de ouders, later die avond met de jongeren. Twee jongens die bij de oorspronkelijke ruzie waren, schudden elkaar de hand. Alles leek in orde.

Onzin, zegt Marcello. Hij is informeel bemiddelaar tussen gemeente en Molukse jongeren. „Ik ben met drie jongens naar dat gesprek gegaan. Er zaten al zo’n veertig Marokkanen. De burgemeester zat met zijn rug naar de deur, hij nam niet eens de moeite ons aan te kijken. Respectloos. We zijn weggegaan.”

Schuin tegenover het oudere echtpaar van de vernielde auto is een pleintje. Daar hangen wat Molukse jongens rond. „Ze hadden onze wijk niet in moeten komen”, zegt de 21-jarige Giovanni. „Wij verdedigen onze ouderen.” Uka (27) vertelt dat er geruchten waren dat de Molukse kerk zou worden vernield. „Dan is geen Marokkaan meer veilig. Zelfs niet die ene die bij ons in de wijk woont.”

Wat is er feitelijk gebeurd, vraagt burgemeester Van Schelven: „Een caféruzie, een autoruit kapot en later nog een paar ramen van auto’s stuk. Dat is alles. Met heel veel politie-inzet, dat wel.” Er zijn sindsdien geen incidenten meer geweest. „Maar ik weet dat de onderliggende problemen niet opgelost zijn. Er is opgebouwde irritatie over hangjongeren.”

Volgens de burgemeester gaat het grofweg om steeds dezelfde jongens, die al jaren voor overlast zorgen. En jongeren die het gedrag van oudere broers overnemen. De gemeente geeft hun persoonlijke begeleiding. Als ze opnieuw de fout ingaan, worden ze hard aangepakt. Van Schelven: „Maar het is moeilijk optreden tegen overlast. We hebben aangiftes nodig, en zelfs dan kunnen we niet altijd iets doen. De politiesterkte is een probleem.”

Op een ander plein, iets verderop, trappen wat Marokkaanse jongeren een balletje. Ze vinden dat het weer rustig is in Terweijde. „Het was een ruzie tussen een paar jongeren. Dat is nu afgelopen”, zegt een van hen. Bij de moskee in het centrum heerst dezelfde stemming. De media hebben het allemaal opgeblazen.

In de Molukse wijk wordt het anders ervaren. „De politie doet gewoon te weinig”, zegt bemiddelaar Marcello. „We hebben een spartaanse opvoeding gehad, onze grootouders waren militairen”, zegt een kaalgeschoren man (32) in zwarte kleding. „Weet je wat het is”, zegt een vrouw van eind twintig, „wij zijn een hechte gemeenschap. Als iemand aan een van ons komt, sluiten we de gelederen.”