'Liberaal zijn levert geen stem op'

De rechten van de burger staan in Groot-Brittannië onder toenemende druk. „Na ‘9/11’ en de bommen in Londen willen mensen harde maatregelen.”

Eeuwenlang gold Groot-Brittannië als een bolwerk van vrijheid, waar de staat de burger weinig in de weg legde. Tegenwoordig hangen de straten vol camera’s, die de burgers in de gaten houden. „Door al die surveillance zijn wij nu het meest bespioneerde volk in Europa”, zegt Lord Bingham (76), jarenlang de hoogste rechter in het land. „Niet iets om trots op te zijn.”

Met lede ogen ziet hij de burgerrechten in zijn land ook in ander opzicht afbrokkelen. Zeer bezorgd is hij over de opmars van de anonieme getuige in het strafrecht. „We hebben zelfs een moordproces gehad, waarbij de aangeklaagde louter werd geïdentificeerd door anonieme mensen die hij niet mocht zien. Zijn advocaat mocht geen vragen stellen die hun identiteit zou verraden, hoewel dat voor de verdachte van vitaal belang was dat wel te kunnen doen.”

Kritisch is Lord Bingham, die in 2008 afzwaaide als hoofd van de Law Lords, de hoogste rechterlijke instantie, ook over de pogingen van de regering de termijn waarbinnen verdachten zonder aanklacht mogen worden vastgehouden op te rekken. Van 48 uur is die al verlengd tot 28 dagen. Oud-premier Blair wilde naar 90 dagen toe, zijn opvolger Brown mikte – ook vergeefs – op 42 dagen, met het argument dat de politie meer tijd nodig heeft om bewijzen te vergaren. „Het is een feit”, zegt Bingham in zijn appartement in Londen, „dat er geen gevallen bekend zijn waar nog waardevol zoekwerk werd verricht, terwijl iemand al moest worden vrijgelaten.”

De toegenomen inbreuken op de vrijheden van de burgers zijn volgens Bingham deels op het conto van de huidige Labour-regering te schrijven. Die produceerde na 1997 een stortvloed van nieuwe wetten vol nieuwe vergrijpen. Enthousiast maakte ze gebruik van nieuwe technologie in de strijd tegen misdaad en terrorisme, ook als dat ten koste van de burgerrechten ging. Haar Conservatieve voorgangers gingen volgens hem echter evenmin vrijuit.

Niet op alle fronten is er overigens sprake van een neergang. Welkome impulsen gingen er volgens de bejaarde jurist uit van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens en de Mensenrechtenwet uit 1998, waarmee de Britten de Conventie goeddeels incorporeerden in hun eigen recht. Per saldo is er volgens Bingham nu echter minder respect voor de vrijheden van de burger dan in 1945.

Waarom was er niet meer verzet tegen die afbrokkeling?

„Ik wijt dat voor een groot deel aan ‘9/11’ en de bommen in Londen in 2005. Mensen willen, begrijpelijk, niet worden opgeblazen. Daarom verwelkomen ze harde maatregelen. Ze gebruiken het volgens mij gevaarlijke argument dat als je niets verkeerds hebt gedaan, je ook niets hebt te verbergen.”

Waarom is dat gevaarlijk?

„Vrijheidsrechten zijn met moeite verworven. Op het moment dat daarop inbreuken worden toegestaan, raken we die heel makkelijk weer kwijt, voor altijd.”

Voelen mensen zich onzekerder dan vroeger?

„Hoewel de criminaliteit in werkelijkheid daalt, wijzen regeringen daar nooit op. Met liberale hervormingen vallen geen stemmen te winnen. De media onderstrepen altijd hoe onveilig het op straat is en dat boeven strenger moeten worden gestraft. Ik ben er zeker van dat misdadigers hier al strenger worden gestraft dan in Nederland. Toch is er nauwelijks verzet tegen de enorme toename van het aantal gevangenen. De oppositie zegt ook eerder: wat dom van de regering dat ze niet meer gevangenissen bouwt.”

In hoeverre is het parlement verantwoordelijk voor de afkalving van de burgerrechten?

„Ik denk dat het parlement niet de beschermer is geweest van de burgerrechten die het had moeten zijn. Er vallen meer stemmen te winnen met onderdrukkende maatregelen dan door te zeggen dat die niet nodig zijn.”

Is het Hogerhuis meer een kampioen van de burgerrechten dan het Lagerhuis?

„Ik denk dat het Hogerhuis robuuster is geweest in dit opzicht, misschien ook omdat bijna een derde deel van de leden onafhankelijk is.”

Is het de oorlogservaring en de strijd tegen het fascisme die de oudere generatie meer doordrong van het belang ervan?

„Ik denk van wel. Mijn generatie besefte dat het prettiger was hier te zitten dan in nazi-Duitsland. Tekenend is dat Winston Churchill in de oorlog tegenover zijn minister van Binnenlandse Zaken zijn afschuw uitsprak dat er zo veel mensen zonder aanklacht vast zaten. Tegen het einde van de oorlog was dat geslonken tot elf. Vergelijk dat met Brown nu, die onlangs betoogde dat voor hem de veiligheid van de burger de hoogste wet is. Ik denk dat mensen de burgerrechten te makkelijk voor lief zijn gaan nemen.”

Het is op zichzelf te begrijpen dat de regering zoveel mogelijk informatie wil hebben om de veiligheid van de burger te garanderen. Maar waar leg je de grens?

„Mijn uitgangspunt is dat de regering altijd een goede reden moet kunnen opgeven voor ze wat voor informatie dan ook vergaart. Natuurlijk kan dat legitiem zijn. Maar ze moet een houding aannemen van maximaal respect voor de burgerrechten en daarop alleen inbreuk maken als het legaal, proportioneel en noodzakelijk is.”