Laat ons alstublieft niet werkloos achter

Pas afgestudeerden maken zich zorgen over hun positie op de arbeidsmarkt.

Universiteiten schieten te hulp. Met trainingen en workshops.

(Illustratie Merlijn Draisma) Draisma, Merlijn

Door Jop de Vrieze

„Zo schud je dus een hand”, zegt trainer Merel Tempelman terwijl ze de hand vasthoudt van de deelnemer voorin de zaal. „En draai dan nu jouw hand, tijdens het schudden, net iets naar boven.” Dertig mensen kijken geïntrigeerd toe. „Dat straalt zelfvertrouwen uit.”

Het is woensdag in een zaaltje op de Universiteit Utrecht, waar jonge alumni deelnemen aan de workshop ‘Help, ik ben afgestudeerd’. Trainers Roos Woltering en Merel Tempelman van trainingsbureau Pure Talent geven de pas afgestudeerden tips over hun stijl en presentatie. En over hoe je een baan bemachtigt.

De belangstelling voor de workshop was overweldigend. Dat is niet altijd zo geweest. De meeste Nederlandse universiteiten maakten er rond de eeuwwisseling werk van om alumni actief aan zich te binden. De kennis, het aanzien en de portemonnee van succesvolle academici komen hun goed van pas. De eerste jaren hadden de alumnibijeenkomsten vaak het karakter van een reünie, met weinig nieuw elan. De alumnibureaus ontdekten dat de jonge afgestudeerden vooral behoefte hebben aan zelfontplooiing. De crisis maakt die behoefte acuut.

Catharien Hamerslag van het Utrechtse universiteitsfonds huurde een extra coach in voor de workshop. „We organiseren al een jaar of vijf dit soort workshops, meestal rond de jaarlijkse universiteitsdag. Die raken de laatste jaren al wel vol, maar niet zo snel als nu.”

Utrecht loopt voorop met het alumnibeleid. Maar ook andere universiteiten zien de belangstelling voor hun vers ontwikkelde jonge alumniactiviteiten stijgen. Ze organiseren workshops, lezingen, borrels en pubquizzes.

Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam bijvoorbeeld. Daar kunnen jonge starters naar het coachcafé, om te praten met ervaren voorgangers. Of naar VU Next, dat net zulke stijl- en vaardigheidstrainingen organiseert als de Universiteit Utrecht. In Nijmegen vertelde een sportpsycholoog op de alumnidag aan ruim veertig jonge toehoorders hoe hij de hockey- en waterpoloploeg naar olympisch goud coachte, en hoe volgens hem jongeren zich op de arbeidsmarkt kunnen profileren.

In Eindhoven en Maastricht bezoeken ook steeds meer jonge alumni de activiteiten. Een woordvoerder van de Universiteit Maastricht: „Vroeger waren de studenten in eerste instantie blij van de universiteit af te zijn. Nu blijven ze door dit soort cursussen wat langer hangen.”

De crisis begint langzaam zichtbaar te worden, al is het maar in de onzekere gelaatsuitdrukkingen van de Utrechtse pas afgestudeerden. Een greep uit de opmerkingen die vandaag over tafel vliegen: ‘er is gewoon geen geld’, ‘mijn functie is opgeheven’ of ‘ik mag wel komen werken, maar dan wel gratis’.

Er zijn vandaag vooral veel ‘slachtoffers’ uit de creatieve sector. Een student film- en televisiewetenschappen vertelt dat een docent bij haar introductie zei: „jullie worden opgeleid voor de werkloosheid”. Nu is ze bang dat dit werkelijkheid geworden is. Coach Woltering vindt dat een verkeerde benadering. „Je moet je niet verschuilen achter de abstracte werkelijkheid, maar juist werken aan dingen die je wél kunt veranderen.”

En dat is waar veel van de aanwezigen nog moeite mee hebben. De meesten vertelden in het voorstelrondje dat ze niet precies weten wat ze nu willen. Een veelgehoorde opmerking was ook „hoe profileer ik me?” En dus zijn de oud-studenten vooral op zoek naar praktische adviezen. Sollicitatiebrieven schrijven en cv’s opstellen kunnen ze wel.

Wat te doen? De eerste indruk is van groot belang, benadrukt coach Tempelman. „Mensen geloven in het stereotiepe dat je uitstraalt. Zorg dus dat je uitstraalt wat je wil zijn.” Eén voor één laat ze deelnemers naar voren komen, om zich te laten keuren. „Jij bent een creatief type hè?”, zegt ze tegen een deelneemster met een wijde bruine broek en strak felroze shirt en sjaaltje. „Euh, ja, dat is wel mijn bedoeling”, antwoordt ze beduusd. „Mooi, dan ben je wat je lijkt.”

Studenten moeten daarnaast vooral zichzelf zichtbaar maken, legt coach Woltering uit. Netwerken, contacten leggen en onderhouden is hierbij het allerbelangrijkste. In het begin is dat best spannend, zegt Woltering, maar het is wel nodig. Een aantal gezichten betrekt. „Sommige van mijn oud-studiegenoten lijken geboren om te netwerken”, verzucht een van de deelnemers, afgestudeerd als historicus. „Die maken met iedereen een babbeltje, alsof het niets is. Dat is niet voor iedereen zo.”

Netwerken heeft bij sommigen een slecht imago. Het staat voor vriendjespolitiek, voor inlikken en voor praatjes maken om jezelf omhoog te werken. Onterecht, zegt Woltering. „Netwerken is gebaseerd op wederkerigheid. Jij betekent iets voor iemand, die ander iets voor jou. En het draait om vertrouwen: iemand die je goed kent, gun je eerder iets.”