'Ik vond Truffaut eerst burgerlijk'

Regisseur Catherine Corsini leent in ‘Partir’ uit het werk van François Truffaut. „Wat me aansprak was zijn liefde voor taal en de grote tederheid in zijn films.”

De Franse filmmaker François Truffaut maakte een aantal zinderende films over crimes passionels die als voorbeeld dienden voor de regisseur van Partir, Catherine Corsini. Zijn La peau douce (1964) eindigt een affaire die onschuldig begon met een gewelddadige moord en in de beginbeelden van La femme d’à côté (1981) snelt een politiewagen naar de plek waar een dubbele moord is gepleegd. Vervolgens wordt in flashback het overspel tussen Gérard Depardieu en Fanny Ardant uit de doeken gedaan. Een buitenechtelijke affaire die zijn oorsprong heeft in de ‘amour fou’ die ze vele jaren daarvoor hadden en die weer opvlamt als ze bij toeval buren worden.

Partir is een combinatie van deze twee films. Hij volgt de flashbackstructuur van La femme d’à côté, leent als het ware de moord uit La peau douce en deelt de belangstelling voor diep irrationele passies die Truffaut in beide films belijdt. Partir is te zien als één grote hommage aan Truffaut, want Corsini gebruikt ook nog eens de muziek die componist Georges Delerue voor de films van Truffaut schreef, waarbij ze veel van zijn muziek uit La femme d’à côté en La peau douce op de geluidsband van Partir laat klinken.

Toch wil ze de overeenkomsten niet te veel benadrukken. Als het gesprek over de twee films van Truffaut gaat, haast ze zich te zeggen dat haar film toch ook heel anders is: „Truffaut was erg gespitst op prachtig geschreven dialogen, terwijl het aantal dialogen in mijn film beperkt is en ze bovendien vooral puntig zijn. Mijn film heeft een klassiek thema, maar ik heb het gemoderniseerd. Partir gaat over een vrouw uit gegoede kringen die zichzelf bewust declasseert als ze een verhouding begint met iemand uit de arbeidersklasse. Ze stapt uit haar cocon, haar beschermde milieu. Haar minnaar laat haar iets nieuws ontdekken: liefde, tederheid. Hij is veel guller dan haar echtgenoot, heeft een veel groter hart.”

Corsini vertelt over haar eerste kennismaking met de films van Truffaut: „Ik hield niet erg van de films van Truffaut, ik vond ze erg burgerlijk en hij inspireerde me niet echt. Ik gaf de voorkeur aan Jean-Luc Godard. Dat veranderde toen ik op een festival dat een retrospectief aan hem wijdde al zijn films achter elkaar zag. Vooral zijn korte film Les mistons uit 1957 was een openbaring. Wat me aansprak was zijn liefde voor taal, de tederheid én diepgang in zijn films.”

„Als je de films van Truffaut ziet, denk je meteen aan de muziek van Delerue, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij de montage ontdekte ik dat mijn film een zekere hardheid in zich had en de muziek van Delerue verzachtte dit. Zijn muziek is sensueel en gracieus. De melodieën van Delerue zijn heel verfijnd, maar ondertussen kondigen ze ook al het drama aan. Als je zijn nostalgische, melancholieke muziek onder gelukzalige scènes zet, wanneer de liefde pril is, geef je al aan dat deze niet blijvend is, dat er iets gaat gebeuren. Door het opnieuw gebruiken van deze muziek blijft ze levend en wordt hij aan de vergetelheid ontrukt. Dat was voor mij een extra reden ze te gebruiken. En door bewust Delerue en Truffaut op te roepen, hoopte ik op twee beschermengelen die mijn film succesvol zouden maken. En dat is gelukt, tot mijn verbazing deed de film het heel goed in Frankrijk.”