Het gaat eigenlijk best goed met de leefbaarheid...

Voor het eerst is onderzocht hoe de leefbaarheid in Nederlandse wijken zich de laatste jaren heeft ontwikkeld. „Objectief gezien gaat het beter.”

Bijna één op de 19 Nederlanders, 890.000 mensen, woont in een buurt met leefbaarheidsproblemen. Van hen woont een kwart in een gebied dat ‘zeer negatief’ scoort op het thema leefbaarheid. Van alle Rotterdammers woont zelfs 47 procent in een probleemgebied.

Dat blijkt uit het rapport Leefbaarheid door de tijd, dat in opdracht van de ministeries van VROM en WWI is gemaakt. Minister Van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) stuurt het rapport vanmiddag naar de Tweede Kamer in aanloop naar de begrotingsbehandeling van zijn departement, volgende week.

En toch gaat het eigenlijk wel de goede kant op met de leefbaarheid, concludeert het rapport. In 1998 hadden nog ruim 1,3 miljoen mensen last van leefbaarheidsproblemen in de buurt, nu 890.000. Vooral in de meest kwetsbare wijken zijn minder problemen, zegt onderzoeksadviseur Sinisa Boksic van VROM. „Objectief gezien gaat het beter met de leefbaarheid, al is er soms het gevoel in de samenleving dat het slechter gaat. Er is bijvoorbeeld veel publiciteit geweest over de problemen in Gouda. Dan ontstaat al snel het idee: het gaat helemaal niet goed.”

Voor het eerst is onderzocht hoe de leefbaarheid in heel Nederland zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. Daarbij zijn gegevens van 1998 en 2008 vergeleken. Bij leefbaarheid gaat het bijvoorbeeld om criminaliteit, overlast, werkloosheid, gebrek aan voorzieningen en groen, en het aantal verhuizingen.

Leefbaarheid is al jaren een belangrijk politiek thema. Zo waren er in 2002 de 56 probleemwijken van minister Kamp (VVD), voorgedragen door dertig gemeenten. De PvdA had het in haar campagne voor de Kamerverkiezingen van 2006 over 130 wijken. En minister Winsemius (VVD) noemde er 140, waarvan veertig „brandhaarden”. Het huidige kabinet wil veertig achterstandswijken in tien jaar veranderen in ‘vitale’ wijken. Van der Laan schrijft in een persbericht bij het rapport dat hij tijdens zijn wijkbezoeken veel „onbehagen” is tegengekomen. Vooral de ‘oude’ Nederlanders zeggen soms dat „er veel aandacht uitgaat naar de nieuwe Nederlanders”, aldus Van der Laan. Hij stelt „niemand te willen voortrekken”.

De gebieden met de grootste problemen bevinden zich in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Buiten de grote vier komen ernstige problemen slechts in enkele steden voor, zoals Arnhem, Zaandam, Roermond, en Almelo. Minder ernstige leefbaarheidsproblemen komen op grotere schaal voor, ook in kleinere gemeenten als Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer, Culemborg en Leerdam. De problemen in gemeenten als Culemborg en IJsselstein zijn groter geworden in vergelijking tot 1998, net als in Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Newtowns als Almere en Zoetermeer verbeteren wel, maar veel minder dan gemiddeld.

Vooruitgang is vooral te vinden in vooroorlogse wijken die dicht bij stadscentra liggen. Hier staan vaak oude huizen in slechte staat, die relatief goedkoop zijn. Ze worden door particulieren en ontwikkelaars gekocht en opgeknapt, waarna de status van de buurt snel toeneemt. Voorbeelden: De Pijp in Amsterdam en Lombok in Utrecht. De Indische Buurt in Amsterdam staat nog aan het begin van dit proces. Nieuwere wijken in suburbane gebieden en wijken met veel sociale huurwoningen of hoogbouw ontwikkelen zich veel minder snel.

De laatste tien jaar waren grote schommelingen te zien in de leefbaarheid op landelijke schaal. Eerst was er verbetering (1998-2002), daarna verslechtering (2002-2006), gevolgd door opnieuw verbetering (tot 2008). De verslechtering tussen 2002 en 2006 is voor een belangrijk deel te verklaren uit de gevolgen van werkloosheid. „Dat werkt gelijk door in de leefbaarheid, bijvoorbeeld door mensen die ’s nachts de muziek hard aan hebben staan, of jongeren die voor overlast zorgen”, zegt Boksic van VROM. Werkloosheid werkt snel door in de leefbaarheidscijfers omdat het snel fluctueert. Verbetering van de leefbaarheid wordt vooral veroorzaakt door het opknappen van de woningvoorraad. Dat kost meer tijd maar zorgt vaak voor een langdurig effect.

De onderzoekers waarschuwen voor mogelijke verslechtering door de huidige recessie. Die is het meest voelbaar in de regio Amsterdam en steden in Brabant en Limburg, waar mensen wonen die afhankelijk zijn van de sectoren die de hardste klappen krijgen: banken, transport, industrie en bouw.

Opvallend is dat de werkloosheid in de veertig probleemwijken langzamer stijgt dan elders in Nederland, zo blijkt uit een voortgangsrapportage over de wijken die ook vandaag naar de Kamer wordt gestuurd. In 28 van de 40 wijken is de werkloosheid sinds 2007 sneller gedaald dan landelijk. Wel is het aandeel werkzoekenden nog altijd 2,5 keer zo hoog als het Nederlands gemiddelde. Van der Laan schrijft in het rapport dat het niet goed gaat met het aanbod van werk in de wijken zelf: „Het stimuleren van ondernemerschap en wijkeconomie wordt, uitzonderingen daargelaten, niet structureel opgepakt op lokaal niveau. Dat baart ons zorgen.”

Bekijk de leefbaarheid per gemeente op www.vrom.nl/leefbaarometer