Griekse statistieken

Toen de euro in 1999 werd ingevoerd, was dat een cadeau voor lidstaten van de Europese Unie met een wankele geschiedenis op het gebied van de openbare financiën.

De nieuwe gemeenschappelijke munt verloste met name mediterrane landen van de spiraal van inflatie en devaluatie waarin zij dreigden weg te zakken. De beloning kwam vooral in de vorm van een veel lagere rente op de staatsschuld, die in sommige landen meer dan werd gehalveerd.

Voorwaarde om zich aan de euro te mogen binden, en daarmee te profiteren van de Duitse reputatie op monetair gebied, was een strikt en betrouwbaar begrotingsbeleid van de nationale overheden. Die selectie voor deelname aan de euro was echter eenmalig. Wie eenmaal aan de voorwaarden had voldaan, kon zich daarna redelijk vrij bewegen. De begrotingsregels van de EU zijn op zich strikt, maar kunnen alleen worden afgedwongen met overredingskracht. Het Stabiliteitspact, waarin begrotingsdiscipline met boetes zou worden gehandhaafd, sneuvelde al na enkele jaren toen de grote lidstaten zelf in overtreding waren en daaraan geen consequenties verbonden.

Dat wreekt zich nu. De nieuwe socialistische regering van Griekenland maakte gisteren, bij monde van minister Papakonstandinou van Financiën, bekend dat zijn begrotingstekort dit jaar geen 6 procent van het bruto binnenlands product zal bedragen, maar 12,5 procent. De belastinginkomsten zijn ingestort, de uitgaven veel hoger dan geraamd en er blijken uitgaven verzwegen.

Dat laatste is essentieel. Het is niet voor het eerst dat Griekenland een loopje neemt met de budgettaire werkelijkheid. In 2004 bleek dat het tekort jarenlang het dubbele was van wat aan Brussel werd gerapporteerd. Als díé cijfers waren gebruikt, had het land nooit de eurozone in gemogen. En ook destijds werd het euvel geweten aan de vorige regering.

Griekenland wil nu ernst maken met het terugdringen van het tekort. Dat is wel het minste dat de regering kan doen.

Minstens even belangrijk is het om het nationale bureau voor statistiek onafhankelijk te maken van de regering. Ook dat was al eerder beloofd maar nooit uitgevoerd. Een echte onafhankelijke statistiek had de begrotingsfraude veel eerder aan het licht gebracht. Burgers hebben bovendien het recht om objectieve informatie te krijgen over de wereld om hen heen, of dat nu over begrotingscijfers gaat, werkloosheid of zaken als kindersterfte en schooluitval. Daarom is onafhankelijke statistiek voor een democratie net zo belangrijk als bijvoorbeeld onafhankelijke journalistiek.

De EU zal er alles aan moeten doen dit te bewerkstelligen. Griekenland kan een precedent zijn voor de jonge Oost-Europese democratieën die zich bij de EU hebben aangesloten en op den duur ook de euro zullen willen invoeren.

Het gesjoemel met cijfers moet afgelopen zijn. Dat komt niet alleen ten goede aan de euro. De Europese burger moet ook serieus genomen worden en dus objectief geïnformeerd. Dat geldt voor Nederland en voor de periferie van Europa.