Griekse cijfers te rooskleurig

Wat doet een impopulaire regering middenin een recessie, in een poging om de verkiezingen te winnen? De verleiding tot creatief boekhouden valt dan moeilijk te weerstaan. Maar in Europa hebben landen daar niet alleen zichzelf mee maar, vanwege de euro, uiteindelijk ook elkaar.

Griekenland had al eerder, bij de toetreding tot de euro, met cijfers geknoeid. Nu blijkt dat het wederom te rozige cijfers over de recessie en de nationale begroting naar Brussel had gestuurd. De nieuwe, socialistische Griekse minister Jorgos Papakonstandinou, die begin oktober aantrad, onthulde dat het Griekse begrotingstekort niet 6 procent van het bbp is, zoals zijn conservatieve voorganger zei, maar 12,5 procent. Bepaalde overheidsuitgaven, zoals in de bouwsector, waren compleet buiten de begroting gehouden. „Wij behoren tot de two digit club”, zei Papakonstandinou gisteren in Luxemburg tijdens overleg met EU-collega’s. „Het zal moeite kosten daar weer uit te komen.” Hij beloofde het nationale statistiekbureau onafhankelijk te maken en beter belasting te gaan innen.

„Dit spel moet uit zijn”, zei de Luxemburgse premier Juncker, voorzitter van de eurogroep. „We hebben serieuze cijfers nodig.” Begrotingstekorten in de zestien eurolanden (en aspirant-landen) mogen volgens het Stabiliteitspact niet hoger zijn dan 3 procent. Dat moet de euro stabiel houden. Velen gaan daar nu overheen. De Europese Commissie, ‘hoeder’ van het Pact, wil flexibel zijn maar is wel procedures begonnen tegen 20 van de 27 EU-landen.

Ook eurocommissaris Almunia reageerde op de Griekse knoeierij: „Ik wil een onderzoek. Dit mag niet meer gebeuren.” Die boodschap is niet alleen tegen Athene gericht. Het hele systeem van Europese berekeningen is gebaseerd op cijfers uit de hoofdsteden. Regeringen weigeren teveel Europese controle op hun nationale begroting. Griekenland is door de mand gevallen. Sommigen zijn benieuwd wie de volgende is.