Fout, fout en nog eens...

Ex-neuroloog Ernst Jansen Steur, die wordt vervolgd voor mishandeling, toont berouw.

Hij wijt zijn gedrag aan een pillenverslaving – zijn brein werkte op „een nachtpitje”.

Oud-neuroloog Ernst Jansen Steur (63), in opspraak geraakt door verkeerde diagnoses, ziet in dat hij nooit meer als arts kan werken. Hij is een „gebroken man”, zegt hij zelf. „Ik moet oppassen dat ik niet depressief word.”

Sinds zijn ontslag in een Duitse kliniek begin dit jaar, hangt hij maar wat rond. Hij doodt de tijd met internetten, schrijft een beetje, „voor mezelf”, en bezoekt als nabehandeling drie keer per week bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten in Nederland en Duitsland, waar hij officieel woont. „Het is afschuwelijk wat mij is overkomen, ellendig, maar het is niets vergeleken met wat ik patiënten heb aangedaan.”

Jansen Steur reageerde op geen enkele publicatie over zijn disfunctioneren. Nu erkent hij dat hij fouten heeft gemaakt, toont berouw. Hij zegt: „Ik geef toe dat ik foute diagnoses heb gesteld en patiënten onnodig met medicijnen heb behandeld. Ik heb patiënten, hun partners en familieleden enorm veel schade berokkend. Ik heb hun vertrouwen verloren, en dat betreur ik meer dan mijn persoonlijke neergang. Het knaagt elke dag aan mij. Met velen van hen had ik een goed contact. Dat ik dat zo heb geschaad...”

Patiënten droegen hem op handen, sommige doen dat nog. Zelf zegt de arts dat hij een „helpersyndroom” heeft. Hij wil mensen helpen, er voor ze zijn, dag en nacht – „omnipresent” zijn. Hij was overtuigd van zijn eigen kwaliteiten. „Er was niemand in de maatschap die zo goed met patiënten kon omgaan als ik, die zo veel patiënten had en zo veel uren draaide. Moeilijke patiënten werden naar mij doorgestuurd.”

Jansen Steur liet patiënten medicijnen (Exelon) nemen die ze helemaal niet nodig hadden. Hij verzon zogeheten MMSE-scores (Mini Mental State Examination, een korte vragenlijst die een indruk geeft over het functioneren van de hersenen) om het medicijn vergoed te krijgen – justitie vervolgt hem daarvoor. „Die score vulde ik in om ze in aanmerking te kunnen laten komen voor die medicijnen. Fout, allemaal fout.”

De oud-neuroloog ontkent dat hij werd gedreven door zucht naar geld of opzienbarende wetenschappelijke resultaten die zijn aanzien konden verhogen. „Het is mijn verslaving geweest.”

Tegenover de commissie-Lemstra, die de affaire heeft onderzocht, verklaarde de arts: „Sinds vele jaren was ik onder behandeling bij een gedragspsycholoog vanwege recidiverende depressie, een persoonlijkheidsstoornis van het gemengd narcistisch-borderline type, een posttraumatische stressstoornis na een multitrauma in 1990.”

Zijn verslaving dateert van 1999, en is niet het gevolg van een ernstig auto-ongeval in 1990, zoals is gesuggereerd. „Het kwam door stress, vooral vanwege problemen thuis.” Meer wil hij daarover niet kwijt. „Ik sliep slecht en begon met slaapmiddelen. Eerst neem je een tablet voor het slapengaan, dan anderhalve, dan twee. Op het dieptepunt van mijn verslaving, 2002-2003, slikte ik ze ook overdag. Ik nam zes tot zeven tabletten Dormicum of Mogadon.”

De arts schreef de recepten zelf uit. „Als dat in redelijke mate gebeurt, is daar niks mis mee. Waarom zou je niet zelf een indicatie stellen? Dat het verslavende middelen zijn, kreeg ik pas achteraf in de gaten. Maar dan ben je al slachtoffer, een junk. Je brein functioneert op een nachtpitje.”

Volgens de commissie-Lemstra was al sprake van disfunctioneren sinds 1992. In 1998 beklaagde een collega zich over hem bij de raad van bestuur. In dossiers ontbrak documentatie over diagnoses, meldde hij. Ook vond hij bepaalde medicatie en doseringen ongebruikelijk. Hoe valt dat te verklaren als de medicijnverslaving pas in 1999 begon?

Jansen Steur: „In het rapport van Lemstra wordt alles bij elkaar opgeteld. Slechte dossiers, solistisch optreden, verkeerde diagnoses. Er deugde niks van die Jansen... Wat mijn collega in 1998 heeft gevonden, zegt wat mij betreft alleen iets over de samenwerking in de maatschap.” Lemstra omschreef die als moeizaam met hoogoplopende conflicten.

Maar er zijn, afgaande op het rapport, ook fouten gemaakt vóór 1999. Zo meldde zich in 1997 Ineke Damink bij hem, met klachten over vergeetachtigheid. Hij stelde alzheimer vast. Een neuroloog in Amsterdam weerlegde die diagnose later. De casus kreeg bekendheid omdat Medisch Spectrum Twente zijn klacht afkocht. Ze kreeg op straffe van een boete een zwijgplicht opgelegd en moest haar dossier vernietigen. Jansen Steur, na herhaald vragen hierover: „Het kan zijn dat ik ook toen wel eens een fout heb gemaakt, zoals iedereen dat kan gebeuren.”

In 2003 moest Jansen Steur gedwongen vertrekken in Enschede. Bezwaarde het hem niet om toen in Duitsland te gaan werken? „Ik werk heel graag. Ik had toen de indruk dat het goed voor me was, dat het inhoud zou geven aan mijn leven.”

Enkele maanden geleden heeft Jansen Steur zich als neuroloog uitgeschreven uit het medische beroepsregister, sinds kort ook als arts. „Ik had even de hoop dat ik als arts in de verslavingszorg aan de slag zou kunnen, maar ik zie in dat het niet meer mogelijk is als arts te werken.”

Dat drukt zwaar op hem. „Als je mijn temperament en levensinstelling hebt, en als je ziet hoeveel arbeidsvreugde ik altijd heb gehad, dan is het leven dat ik nu leid afschuwelijk. Ik ben kapot.”

Lees eerdere artikelen over deze zaak op nrc.nl/binnenland