Een stinkkaas van jewelste

tarteflambeeSoms is het heel verfrissend om even naar het buitenland af te reizen, etensgewijs. Nu ja,niet alleen etensgewijs natuurlijk, het is sowieso soms even heerlijk om andere landschappen, ander luchten, andere talen, andere geuren, andere huizen in andere kleuren, andere levens en andere kerken te zien, te horen, op te snuiven. Het is herfstvakantie immers.

In het buitenland eten ze andere dingen, dat mag je althans hopen. Soms lijkt de pesto zich als een dikke groene deken over heel Europa uitgespreid te hebben, en hoewel ik niets tegen pesto heb, komt het me toch voor dat er meer dingen in de wereld zijn dan pesto. ‘Pesto’ hier opgevat als pars pro toto voor Italiaansige gerechten.

In de Elzas, waar ik was, eten ze geen panini. Daar kan het ook voorkomen dat je, in plaats van knoflookmargarine, een potje schmalz op je tafel gezet krijgt bij het (heerlijke!) brood. In de Elzas weten ze zeker nog niet dat uitgesmolten dierlijk wet (met kaantjes erin) zwaar verboden is. Ik ga daar verder niet op in, ik laat alleen de angstaanjagende woorden ‘verzadigde vetten’ vallen.

Maar in de Elzas hakken ze natuurlijk gewoon nog zelf hout en klimmen daarmee tegen de heuvels op – of ze klauteren op zondagmorgen, zelf gezien, met hele gezinnen en ouden van dagen en wandelstokken en honden tegen een fikse rots op om dan boven in een kasteelruïne een kopje koffie te drinken uit een meegebrachte thermoskan en daarna sportschoenen aan te doen en naar beneden te rennen in een trainingspak.
Beneden wacht dan de Elzassische lunch.

Nu zegt iedereen natuurlijk: zuurkool! En ja, zeker, er is veel zuurkool in de Elzas. Met worstjes en spek en casselerrib en bloedworst en gekookte aardappelen, zeker. Maar ik ben verliefd geworden op iets anders, al even traditioneel: de tarte flambée. Met Münster erop.

De münsterkaas, een stinkkaas van jewelste, is très Alsacien, overal zitten ‘affineurs’, oftewel kaasrijpers, die die münsterkaasjes (‘muunstèr’ zeggen ze daar) tot grote geraffineerde hoogten voeren: lopend, vol, zacht, romig.

De klassieke tarte flambée is met room, spek en uien. Je kunt de uien eerst lang en zacht bakken, zodat ze zoet en smeltend zijn, je kunt ze ook tamelijk fijn snijden en ze gewoon op de taartbodem leggen. Spek is er lekker hartig op, maar Münster is er goddelijk op als je net een berg op gerend bent en weer terug. Maar ook zonder dat, als je geen hele taart eet maar een taartpunt.

Het geheim van de tarte flambée oftewel Flammkuechen, die zo heet omdat de taart als het ware in de vlammen gebakken werd in een houtoven, is de hitte van de oven. Maak de oven dus zo heet als maar kan, met bakplaat en al, en zet de taart of in een dun (pizza)blik op die plaat, of maak hem op bakpapier en leg dat op de gloeiende bakplaat.

Verder is zo’n taart geen werk, zeker niet als je brooddeeg uit een pakje gebruikt en waarom zou je dat niet doen.

Tarte flambée au Münster (voor 1 taart zo groot als een pizza)
150 g brooddeeg (Koopmans broodmix)
1 ui, fijngesneden
1 opgehoopte el crème fraîche
2 dito el volle kwark
4 plakken Münster

Verwarm de oven op zijn hoogste stand. Maak het brooddeeg volgens de aanwijzingen en rol het echt dun uit. Meng crème fraîche en kwark met een beetje zout en peper en bestrijk het deeg daarmee. Strooi er de uien overheen en leg er de plakjes Münster op. Zet ongeveer tien minuten in de oven en eet gloeiend heet.

Met een glaasje Elzasser wijn natuurlijk.