Arme sloeber met lust naar macht

Couppleger Moussa Dadis Camara gold als de hoop van Guinee. Vorige maand doodden zijn soldaten 157 burgers. „Als ik weg moet, wordt het nog erger.”

Zijn vader stond bekend als een twistzieke man die weigerde zich te onderwerpen aan de vakbondsdiscipline van zijn collega-taxichauffeurs. Een opvliegende, koppige kerel. Het verbaasde dan ook niemand dat zijn vrouw de benen nam en de jonge Dadis liet opgroeien bij ooms en tantes in het dichtbeboste oosten van Guinee. Dadis ging heen en weer tussen familieleden tot hij naar de hoofdstad Conakry vertrok. Maar zijn vader is hij niet vergeten. Op het nachtkastje naast het bed waarin hij zich vorige week door een Franse tv-ploeg liet interviewen, staat een zwart-witte portretfoto van de taxichauffeur. „Het is dankzij hem dat ik ben wie ik ben”, zei legerkapitein Moussa Dadis Camara. „Papa was een analfabeet, maar hij was een eerlijke, bescheiden man.”

Dadis leidt de junta die in december vorig jaar een staatgreep pleegde in Guinee. Dat gebeurde slechts enkele uren na het overlijden van president Lansana Conté, die sinds 1983 aan de macht was geweest. Sindsdien heeft de 43-jarige Dadis zich ontpopt als een excentrieke machtswellusteling. Hij lijkt in weinig meer op de ongeschoolde taxichauffeur met een hart van goud die zijn vader zou zijn geweest. Dadis lijkt nu vooral op de agressieve lomperik die zijn vader ook was, de schrik van de provinciestad.

Dadis is een megalomaan die live op televisie ministers en hoge ambtenaren koeioneert. En hij is een man zonder hart. Op 29 september, een dag nadat militairen in Conakry 157 mensen doodschoten tijdens een bijeenkomst van de oppositie, zei president Dadis dat hij er ook niets aan kon doen. „Heel vervelend”, was zijn reactie.

Uit protest tegen de moordpartij die in het buitenland leidde tot ongekend scherpe veroordelingen, hielden de Guineeërs vorige week een algemene staking. De mijnen van ‘s werelds grootste bauxietexporteur kwamen stil te liggen, de meeste winkels bleven gesloten, ambtenaren zaten thuis. De denktank International Crisis Group (ICG) vindt dat de organisatie van West-Afrikaanse landen ECOWAS de junta moet proberen over te halen op te stappen. Lukt dat niet, dan moet ECOWAS een vredesmissie of interventiemacht overwegen, aldus de ICG. Tot dusver heeft ECOWAS Guinee alleen een wapenembargo opgelegd.

Bijna niemand kende Moussa Dadis Camara toen hij na de dood van president Conté aankondigde dat het leger tijdelijk de macht zou overnemen. Hij was als een arme sloeber in een hut geboren, zei hij in zijn eerste toespraak, en gaf daarom niets om geld of macht. Zijn belangrijkste prestatie was een militaire training in Duitsland waar hij in 2004 door Conté naartoe was gestuurd. Zijn taak in het leger was het uitschrijven van benzinebonnen. Hij kwam niet helemáál uit het niets: vorig jaar wierp hij zich op als aanvoerder van muitende soldaten die zich beklaagden over hun armzalige levensomstandigheden. Na de coup in december onthaalde de bevolking hem als een held. Hij was veel jonger dan de op 73-jarige leeftijd overleden Conté. Alleen al daarom leek hij garant te staan voor een meer democratische koers.

De eerste maanden slaagde Dadis erin de Guineeërs te overtuigen van zijn goede bedoelingen met mooie beloftes en ellenlange tirades tegen van corruptie verdachte notabelen. Maar de man die vorig jaar nog moest bijverdienen aan kleine corruptie onder soldaten ontvangt nu machtige mijnbouwmanagers, bankiers, Libanese zakenmannen en televisieploegen in de militaire kazerne waar hij audiëntie houdt. Hij raadpleegt zijn premier, een gerenommeerde bankier, vrijwel nooit. Een van zijn naaste adviseurs is zijn 20-jarige dochter die net de middelbare school heeft afgemaakt. De manshoge zelfportretten die vanaf de muren van de wachtkamer op de bezoekers neerkijken, spreken boekdelen over zijn aspiraties.

De macht is Dadis naar het hoofd gestegen, zegt de Guinese journalist Rachid N’Diaye. „Hij had natuurlijk nooit kunnen bedenken dat hij op een dag zomaar staatshoofd zou worden. Ondanks Dadis’ presidentiële ambities ontbreekt het hem aan ieder talent voor leiderschap.”

Op internetfora als guineenews.com schrijven Guineeërs hun verontwaardiging over het wangedrag van de militairen van zich af. Intussen debatteren de oppositie, de vakbonden en de omvangrijke Guinese diaspora over de vraag hoe ze zich van de legerkapitein kunnen ontdoen. Als het waar is dat Dadis aanvoerder van de junta werd door strootjes uit een lege mayonaisepot te trekken, zoals het verhaal gaat, is zijn positie niet zo sterk als die lijkt. Hij zou gewedijverd hebben met de invloedrijke kolonel Sekouba Konaté, tegenwoordig minister van Defensie, en een derde, totnogtoe onbekende legerofficier.

Sekouba Konaté voert het bevel over een deel van de oude presidentiële garde en is populair onder soldaten van twee van de drie belangrijkste stammen van Guinee, de Malinké en de Soussou’s. Dadis heeft zich omringd met soldaten van zijn eigen stam, de Guerzé uit het oosten. Hij heeft bovendien honderden voormalige strijders uit Liberia ingehuurd, jonge mannen die amper zijn getraind en de presidentiële garde moeten vervangen. De Zuid-Afrikaanse krant Beeld meldde deze week dat huurlingen uit Zuid-Afrika naar Guinee zijn afgereisd.

Een militair conflict in Guinee kan ernstige gevolgen hebben voor broze buurlanden als Liberia, Sierra Leone en Ivoorkust. Dadis beweerde onlangs bang te zijn voor een coup van binnenuit: „En als ik moet vertrekken, wordt het nog veel erger.” Een soldaat die aanwezig was in het stadion waar 28 september aanhangers van de oppositie werden omgebracht of verkracht, zei tegen de Franse radiozender RFI dat hij „doodsbang” is. „Er is geen enkele hiërarchie in het leger. Het is een puinhoop. Het lijkt meer op een bende milities. Als de internationale gemeenschap niet ingrijpt, gaat het helemaal mis met dit land.”