Argwaan bij kiezer met desinformatie

Al jaren meten onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau het vertrouwen in politiek en samenleving. Telkens blijkt dan ongeveer hetzelfde: kranten, televisie en vakbonden genieten veel vertrouwen, met scores boven de 70 procent. Het vertrouwen in de Tweede Kamer, en vooral de regering, is aanzienlijk lager en fluctueert sinds 2002 sterk, met scores tussen de 45 en 60 procent.

Dit keer vroegen de onderzoekers door. Waaróm heeft u wel of niet vertrouwen in de politiek? Het vanmiddag verschenen kwartaalbericht van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven bevat de resultaten.

Wat blijkt? Gebrek aan vertrouwen in de politiek laat zich door Nederlandse burgers eenvoudiger en stelliger beargumenteren dan vertrouwen in de politiek. Tegelijk blijken de argumenten van hen die geen vertrouwen hebben dikwijls gebaseerd op feitelijke onjuistheden. In de taal van het rapport: „Negatieve argumenten zijn vaker gebaseerd op onjuiste, geconstrueerde feiten: burgers combineren flarden informatie tot een samengebald verhaal.”

De onderzoekers geven voorbeelden. Gerrit Zalm (VVD) zou zonder verstand van zaken elke vier jaar weer een ander ministerie hebben betrokken (in werkelijkheid werkte hij twaalf jaar als minister van Financiën); het EU-referendum bepaalde dat Nederland het lidmaatschap van de Europese Unie moest opzeggen (de Nederlandse bevolking stemde tegen een grondwetsverdrag); Ella Vogelaar was een beroepspoliticus die, als nummer drie op de lijst van de PvdA, een ministerschap moest worden geschonken. (Vogelaar stond niet op de verkiezingslijst van de PvdA.)

Onder leiding van de onderzoekers gingen respondenten met elkaar in discussie. Feitelijke onjuistheden bleven daarbij onweersproken. Tom van der Meer, een van de onderzoekers: „Opvallend was dat burgers met vertrouwen in de politiek zich makkelijk lieten meeslepen door politiek ontevreden burgers, of argumenten nu op onjuistheden waren gebaseerd of niet.”

Lees het rapport op nrc.nl/binnenland