Apart

Een man in verwarring kraamt veel raars uit. Zo ook Dirk Scheringa, tijdens zijn persconferentie afgelopen maandag. Hij beschikte naar eigen zeggen over ‘twee paar handen’, wat me veel lijkt. Hij sprak per ongeluk over ‘een soort holocaust’, terwijl hij waarschijnlijk bedoelde ‘een soort rollercoaster’ – dit omdat het later ineens wel weer over een achtbaan ging.

Daarnaast was alles krankzinnig, absurd, wrang en zuur.

Toch waren er ook nog pogingen om gewoon, rustig en rationeel over te komen. Dat deed Scheringa met het woord ‘apart’. „Wat heel apart is geweest, de afgelopen weken, is dat we in een soort horrorscenario terecht zijn gekomen.”

En: „Wat vervolgens dus heel apart was, was dat de bewindvoerder met die geïnteresseerde partij heeft gesproken, en een kwartier later werd gestopt met het boekonderzoek.”

Nu is ‘apart’ al jaren het woord voor iets heel negatiefs, dat niet zo genoemd mag worden. „Wow, heb je een nieuwe jurk? Jaaaa… Apart.”

Of: „Ze is een heel aparte vrouw; ze is helemaal gek van keramiek en ze eet uitsluitend producten op soyabasis.”

‘Apart’ is alleen inmiddels zo overbekend als verhullend woord, dat het vaker ironisch dan serieus wordt gebruikt. In de meeste kringen kun je echt niet meer aan komen zetten met ‘aparte jurk’. Dan weet je zeker dat je een lelijke jurk aan hebt.

Als je op een feestje wordt geconfronteerd met een grote pak zoute pinda’s en verder niets, kun je opmerken: „Wat een aparte catering.”

En als iemand op het werk een hysterische woedeaanval krijgt, een nietmachine door de ruimte smijt en daarna het pand in overspannen toestand verlaat, kan het heel geschikt zijn om vlak erna te zeggen: „Apart.”

Toch is het woord ‘apart’ niet in ieder gezelschap zo eenduidig negatief. Er zijn mensen, uit de softe hoek dan, die rustig kunnen zeggen: „Ik vond het wel heel apart hoe die zwijgretraîte bij me binnenkwam.”

Maar dat was duidelijk niet het soort ‘apart’ dat Dirk bedoelde.

paulien cornelisse