Zwaar werk

Wie in Nederland een kind krijgt, ontvangt achttien jaar lang elke drie maanden tussen de 200 en 400 euro kinderbijslag. Gaat de kleine rakker naar de opvang, dan wordt daarvan ruim 6 euro per uur door de overheid vergoed. Dan mag de jongeling minimaal tien jaar naar school: gratis. De schoolboeken blijken zwaar voor de rug en de portemonnee. Gelukkig zijn ze al betaald door Vadertje Staat.

Dan breken zware tijden aan: je moet op jezelf gaan wonen. Goddank helpt de overheid een handje, met een kleine 350 euro huurtoeslag. Kun je je tenminste richten op je studie, die toch zeker 1.500 euro per jaar kost (werkelijke kostprijs per student: minstens 6.000 euro). Geen nood, de overheid is de beroerdste niet en stort het collegegeld dubbel terug in de vorm van studiefinanciering à 2.880 euro – exclusief ov-jaarkaart. Tenzij je arme ouders hebt natuurlijk: dan krijg je er nog eens 3.800 euro aanvullende beurs bij.

Cadeautje voor je afstuderen.

Dan begint het echte leven: je moet aan het werk. Maar wat nu als je voor je achttiende van de trap bent gevallen? Vrees niet, het minimumloon is in aantocht – als Wajong-uitkering. Wie pas later langdurig arbeidsongeschikt wordt, kan rekenen op een loongerelateerde uitkering, een loonaanvullingsuitkering of – laten we positief blijven – een reïntegratiesubsidie. Mocht dat allemaal niet baten, kun je altijd nog in de ziektewet. Oh, en gaat je partner dood, kijk dan even naar de nabestaandenpremie: jullie liefde zal voor eeuwig blijven voortleven.

In maandelijkse termijnen.

Maar wat nu als je werkloos wordt zonder dat je er iets aan kunt doen? Medewerkers van de DSB Bank opgelet: jullie hebben misschien recht op maximaal drie jaar en twee maanden WW-uitkering, oplopend tot circa 70 procent van het laatst verdiende loon (klinkt niet gek, hè Dirk?). Mocht je onverhoopt buiten de WW vallen en inmiddels op droog brood en water zitten, overweeg dan eens de bijstand. Geen pretje, maar beter dan de voedselbank. De bijzondere bijstand voorziet bovendien in „brillen, gehoorapparaten en orthopedisch schoeisel”. En „schoolreisjes”.

Ik geef Agnes Kant volledig gelijk: ‘zwaar werk’ is inderdaad moeilijk te definiëren.

Rob Wijnberg